Lieve rebel ~ Rob Molin

► door: A.IJ. van den Berg

Deze biografie van Adriaan Morriën [1912 – 2002] heeft éen meteen opvallend kenmerk. Het boek is eigenlijk alleen leesbaar als de biograaf een ander citeert. Zelf schrijft Rob Molin bijzonder vervelend.

Bovendien is dit boek eerder een levenskroniek dan een levensportret. Hoofd- en bijzaken scheiden, is iets dat de lezer zelf maar moet doen. De biograaf heeft zich daartoe niet willen verlagen.

Verder roept dit boek éen vraag op. Molin acht Morriën een schrijver die uiteindelijk gefrustreerd bleef over zijn loopbaan, omdat hij er nooit in geslaagd is om een roman te schrijven. Terwijl verschillende jongere auteurs die Adriaan Morriën hielp, en soms zelfs ontdekt heeft, hun leermeester daarin zo nadrukkelijk overvleugelden.

Zo bezien moeten de vele soms bitse uitspraken van Morriën over de romankunst wel voortkomen uit een drang het eigen onvermogen te overschreeuwen, volgens Molin.

Een roman moet erg goed zijn wil hij leesbaar wezen.

zo schreef Morriën al in de vroege bundel Lasterpraat.

En goed, dan is Adriaan Morriën van alles aan te wrijven. Dat hij indolent was, vaak alleen op deadline werkte, en pas na veel aandrang teksten aanleverde, spreekt allemaal tegen hem. Terwijl het een enorme discipline vergt om zelfs maar een slechte roman te schrijven; zoals hij ook ergens opmerkte.

Alleen ligt daar het simpele gegeven dat Morriën alles gelezen heeft wat er in binnen- en buitenland verscheen, in de jaren veertig en vijftig. En de ideeën van veellezers over de roman zijn zeker niet altijd vleiend — laat staan dat de roman daardoor de meest voor de hand liggende tekst blijft om zelf te gaan schrijven. Deze wetenschap wordt me toch iets te makkelijk genegeerd door de biograaf.

Lieve rebel bleek slechts een boek te zijn dat me eindelijk informeerde over een paar zaken die ik me altijd had afgevraagd. Hoe kwam Morriën zo snel na de oorlog in contact met al die jonge Duitse schrijvers van de Gruppe 47? Hoe zat het nu precies met die incest van hem?[1]

Morriën’s leven bestond uiteindelijk ook negentig jaar uit veel van hetzelfde. Hij hield van de vrouwen, en had telkens vriendinnen. Wat hij publiceerde, kwam vaak terloops tot stand, en mist misschien daarom toch ook meestal iets. Slechts na zijn tachtigste werd Adriaan Morriën nog even weer bekend in Nederland — wat toen zeker ook om zijn leeftijd was. Maar een leven in de marge bleef het.

Rob Molin, Lieve rebel
Biografie van Adriaan Morriën

644 pagina’s
De Arbeiderspers, 2005
  1. Eén van zijn dochters werkte een tijd als prostituee. De andere dochter schreef spraakmakende reportages voor het kappersblad Nieuwe Revu. Dus als vader nu eens als klant bij de ene dochter langs ging, had de andere een mooi verhaal, zo is de mythe — die wat mij betreft net te uitgekookt gecomponeerd is. Ook al omdat deze reportage nooit gepubliceerd werd, vanwege te schokkend, en er dus geen ander bewijs bestaat van deze stunt dan ‘horen zeggen’. []

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden

13 commentaren

rob molin  op 1 juni 2012 @ 13:11:27

Wat een onzinnige recensie van een anonieme nitwit die in machtspreuken allerlei onzin verkondigt! Zeven jaar na de verschijning van het boek. Suffer kan het niet.

boeklog.info  op 1 juni 2012 @ 14:11:59

Hoe zo anoniem? En waar is vastgelegd dat boeken alleen prompt na de verschijning besproken mogen worden? Is er een moment waarop boeken immuun worden voor kritiek? Tenslotte, wat zijn machtspreuken?

Als twee regels van uw hand al zo onbegrijpelijk uitpakken, mag duidelijk zijn dat een heel boek voor mij te hoog gegrepen is.

rob molin  op 2 juni 2012 @ 11:10:48

U stelt vier vragen die een kind kan beantwoorden. En daarop laat u volgen dat mijn boek voor u te hoog gegrepen is.
Inderdaad, want wat u er over te berde brengt zegt iets over uw vermogen tot goed lezen en derhalve uw onbevoegdheid tot kritiek. Ik ben zelf essayist en criticus (zie mijn onlangs verschenen bundel Terzijde van de vulkaan) en zou u attent willen maken op uw twijfelachtig praktiseren.
Uw recensie is een aaneenschakeling van rariteiten waarmee u zich ongewild te kijk zet. En wel hierom. U noemt mijn boek ‘bijzonder vervelend’ en vervat deze opmerking in een machtspreuk. Dat u overigens niet weet wat een machtspreuk is… Wat ík in elk geval weet is dat u niet kunt schrijven. Neem nou uw knoeierig geformuleerde opmerking dat ‘de biograaf’ van Morriën zich niet heeft willen ‘verlagen’ tot het maken van onderscheid tussen hoofd- en bijzaken. Mijn vraag: hoe kan een biograaf-schrijver zich tot iets positiefs ‘verlagen’?
Veel erger nog is het reduceren van de Morriën-biografie tot de onmacht tot het schrijven van een roman. Als u mijn boek goed gelezen had, dan wist u dat Morriën zijn literaire voldoening aan het eind van zijn leven gevonden had in de tekst op de korte baan, in de miniatuur. Dat Morriëns werk weer bekend werd omdat hij oud was, zoals u beweert… Waar haalt u die baarlijke nonsens vandaan?
Meneer Van den Berg (dat is uw naam toch, al zegt mij dat verder niets), met uw recensie van de Morriënbiografie bent u totaal de weg kwijt. En met deze constatering geef ik ook een waarschuwing af aan lezers van uw schrijfsel om op hun hoede te zijn voor al uw onzin. U bent namelijk een verdachte intermediair.

boeklog.info  op 2 juni 2012 @ 13:29:58

Eerst ben ik een nitwit volgens u, vervolgens zou ik slim genoeg moeten zijn om mijn eigen vragen te beantwoorden. Het is toch echt het éen of het ander, mijnheer Molin.

Zo ben ik nog altijd zeer benieuwd wat een machtspreuk is. Het helpt namelijk niet wat u daarover schrijft.

U noemt mijn boek ‘bijzonder vervelend’ en vervat deze opmerking in een machtspreuk.

Neen, ik vind dat u in het boek bijzonder vervelend schrijft. Vervolgens zeg ik over de inhoud dat de hoofdzaken daarin onvoldoende gescheiden zijn van de bijzaken. En schrijfstijl en inhoud zijn bij mij nog altijd twee verschillende zaken – al zouden ze elkaar idealiter moeten versterken.

Maar het is simpel. Een lezer botst hier hard met iemand die veel tijd en een groot deel van zijn carrière in het promoten van éen auteur heeft geïnvesteerd. Lezer constateert dat wat deze promotor zelf heeft geschreven over het object van zijn bewondering de moeite van het lezen nauwelijks waard was. Voor hem. Promotor wordt daarop onredelijk kwaad.

U reageert namelijk op mijn boeklogje alsof het losstaande tekst is, in éen of ander algemeen publieksmedium, terwijl op dit weblog vanaf dag twee het voorbehoud gold dat elke tekst er éen is in een lopend leesfeuilleton.

Dus is uw schrijversbiografie er slechts éen uit een lange reeks; waarbij ik vrijwel steeds zou moeten herhalen dat dit soort biografieën tot een suspect genre horen, maar dat oordeel daarom tegenwoordig ook weleens nalaat, om mijzelf niet eeuwig te herhalen.

Samengevat zijn enkele van mijn blijvende bezwaren: de biograaf concurreert met wat de geportretteerde al aan levensbeschrijving deed in zijn of haar oeuvre, en wint die strijd vrijwel nooit. Biografen nemen vrijwel altijd te weinig algemene geschiedenis mee, en ontkennen daarmee de rol van het toeval in eenieders leven. Biografieën kunnen vrijwel altijd een heel stuk korter. En vooral bij schrijversbiografieën lijkt het altijd wel of critici eerder de intentie bejubelen dan het resultaat; blij dat ze zijn dat er weer even aandacht is voor een geliefd auteur.

Omdat ik mede daarom geleerd heb dat critici lang altijd niet te vertrouwen zijn, houd ik mijn eigen leesdagboek bij. Opdat ook over tien jaar nog duidelijk is wat mijn mening ooit was over iets.

Dus is het me droef te moede als u mijn weblog verwijt dat het niet biedt wat het nooit heeft willen bieden.

Veel erger nog is het reduceren van de Morriën-biografie tot de onmacht tot het schrijven van een roman. Als u mijn boek goed gelezen had, dan wist u dat Morriën zijn literaire voldoening aan het eind van zijn leven gevonden had in de tekst op de korte baan, in de miniatuur.

Uw eerste argument versterkt slechts wat ik schreef. Iemand moet wel heel dom zijn als er na zijn tachtigste niet enige aanvaarding komt van zijn lot.

Dat Morriëns werk weer bekend werd omdat hij oud was, zoals u beweert… Waar haalt u die baarlijke nonsens vandaan?

Media-optredens verkopen boeken. Morriën kwam op latere leeftijd ineens vaak op televisie. Hij heeft toch echt zelf opgemerkt dat dit mede was om het curiosum dat iemand nog zo actief bleef op zijn leeftijd.

Eric  op 2 juni 2012 @ 13:58:46

Poe, meneer Molin laat zich wel erg kennen. Hij is een échte kenner (“ik ben zelf essayist en criticus”) en als iemand kritiek op ‘m heeft dan is die persoon dús een onbenul (“anonieme nitwit”, “dat is uw naam toch, al zegt mij dat verder niets”). Stijlvol, meneer Molin, stijlvol.

rob molin  op 2 juni 2012 @ 16:49:48

Een machtspreuk, meneer Van den Berg, is een uitspraak die niet geadstrueerd wordt. Kijkt u anders in de Van Dale.
Helaas is uw verweer, tweede op rij, wederom een aaneenschakeling van machtspreuken. U moet natuurlijk verder zelf weten wat u op internet heeft gezet maar draai er dan niet omheen wanneer naar uw argumentatie wordt gevraagd. Ten tweede male verzoek ik u dit te doen.
Ik wil de hoop niet opgeven dat het daar eindelijk eens van zal komen, al is deze hoop ijdel gezien de inhoud van uw (tweede) reactie. Laat ik uit uw hardnekkig en wollige betoog enkele punten pikken waarmee u zich zonneklaar (het spijt mij het te moeten constateren) opnieuw zowel als ‘nitwit’ als een ‘domoor’ neerzet. Er bestaat een wezenlijk onderscheid tussen beide termen, maar u kunt hoop ik best wel inzien dat ze beide op u van toepassing zijn. Zo niet, dan moet u mijn vorige reacties nog maar eens grondig doorlezen.
Opvallend is dat u met alle geweld via gezwam in de ruimte uw gelijk wil halen en zo koppig doorgaat uzelf feitelijk neer te halen. Het heeft er alle schijn van dat achter het optreden in uw blog een zielige drijfveer schuilgaat. U verheft uzelf namelijk in een uitspraak als: ‘Omdat ik mede daarom geleerd heb dat critici lang altijd niet te vertrouwen zijn, houd ik mijn eigen leesdagboek bij. Opdat ook over tien jaar nog duidelijk is wat mijn mening ooit was over iets’. Met zulke zelfingenomenheid (gegoten in knullig taalgebruik) geeft u bloot (men hoeft niet eens een freudiaan te zijn zulks te onderkennen) dat u uw lees-ervaringen vanuit zelf-rechtvaardiging opschrijft.
Ik ben niet boos op u, zoals u meent. Waarom zou ik. Ik sta boven uw beweringen zo lang u ze niet overtuigend geadstrueerd heeft. Mij lijkt dat u juist zelf gepikeerd bent (om niet te zeggen betrapt) wanneer u de dingen omdraait en iets stelt wat ik u niet eens verweten heb: ‘Dus is het me droef te moede als u mijn weblog verwijt dat het niet biedt wat het nooit heeft willen bieden.’ Ik kende uw weblog niet eens, tot gisteren dan, en reageerde op de ongenuanceerde tekst over mijn boek.
Uw tweede reactie toont tegen beter weten in nieuwe bijeen geharkte onzin. Ik citeer de volgende passages waarvan mij de tenen krom gaan staan en die u toch eens kritisch zou moeten (her)lezen. Wat betekent het volgende? ‘En schrijfstijl en inhoud zijn bij mij nog altijd twee verschillende zaken – al zouden ze elkaar idealiter moeten versterken.’ Wat daarna volgt zou ik in zijn geheel kunnen citeren. Daaruit alleen de aller-opvallendste rariteit: ‘Media-optredens verkopen boeken. Morriën kwam op latere leeftijd ineens vaak op televisie. Hij heeft toch echt zelf opgemerkt dat dit mede was om het curiosum dat iemand nog zo actief bleef op zijn leeftijd.’ Als u mijn boek goed heeft gelezen dan weet u dat in het opkomende t.v.-tijdperk Morriën ook (betrekkelijk) vaak op de buis was. Alleen al daarom had uw constatering achterwege moeten blijven, mede omdat zij op geen enkele manier argumenteert.O ja, en vergeet niet de laatst geciteerde zin te beoordelen op taalgebruik en samenhang. Ik hoop dat u in staat bent in te zien dat die zin gênant slecht geformuleerd is.

boeklog.info  op 2 juni 2012 @ 18:29:03

Ach, mijnheer Molin toch. Als ik schrijf dat de citaten het enige leesbare zijn uw boek, lijkt me dat toelichting genoeg voor de conclusie daarop dat u vervelend schrijft.

En goed, ik heb spijt nu. Spijt van de moeite die ik deed om uw boek te pakken te krijgen. Spijt van de tijd geïnvesteerd om al die negentig levensjaren van iemand langs te moeten, omdat zijn biograaf me daartoe dwong.

Spijt dus achteraf om me verdiept te hebben in een leven dat vooral lang, indolent, en erg egoïstisch bleek te zijn. Van een schrijver bovendien die vooral gelegenheidswerk wrochtte dat grotendeels al enige tijd overleden is.

Hoe slecht geformuleerd ook naar uw zin, geloof me, wees blij dat ik zo luchtig ben gebleven als nu bij het opschrijven van mijn onvrede over uw biografie. Lieve rebel van Rob Molin is een onleesbaar boek, van een biograaf die alle oordeelskracht ontbeert.

En deze laatste conclusie is al evenmin een machtspreuk; dat bent u hier hoogstpersoonlijk nogmaals komen bewijzen.

rob molin  op 2 juni 2012 @ 21:24:16

Geachte heer Van den Berg,

Hartelijk dank voor de gelegenheid die u mij gaf weer eens een polemiek (in drie parten woord en wederwoord)te voeren, ook al is het dan met een tegenstander die van meet af aan door loze uitspraken murw in de touwen hing. Ook uw derde reactie is een herhaling. U blijft machteloos om u heen zwaaien en merkt de opponent niet meer op voor zover u die ooit recht in de ogen heeft gezien.
Als u uw weblog eervol in de lucht wil houden, dan zou u toch eens goed aan u zelf als criticus moeten gaan werken.
Het laatste wat ik voor u kan doen is misschien uw recente tekst te retourneren en van aantekeningen (tussen vierkante haken) te voorzien. Ze zijn van inhoudelijke en stilistische aard, en zouden kunnen dienen tot lering voor uzelf en vermaak (en ook wel lering) voor uw blog-bezoekers.

Ach, mijnheer Molin toch. [hier gloort een zeker zelfbeklag. Zwakte dus] Als ik schrijf dat de citaten het enige leesbare zijn [in] uw boek, lijkt me dat toelichting genoeg voor [bij] de conclusie dat u vervelend schrijft. [Kijkt u nu eens naar dit schoolvoorbeeld van hoe u reactie in reactie uit bezig bent: uw slechte stijl en redenering in de trant van: Ik [VDB] zeg dat alles wat Molin geschreven heeft niet leesbaar is, behalve de citaten die hij heeft opgenomen. Dus dan is het waar dat Molin vervelend schrijft. Ik zou als ik u was toch eens op schrijfcursus gaan, want daar kunt u in principe (onder meer) logisch leren denken en redeneren. U produceert, zoals ik nu onderhand heb aangetoond, stilistisch aanvechtbare zinnen. Mijn vraag: hoe kan zo iemand als u überhaupt een oordeel over andermans taalgebruik uitspreken? En: waar komt die behoefte vandaan? Ik vraag maar en spreek verder geen vermoedens uit. Maar er klopt iets niet met dat gekift van u, dat eindeloos herhalen van het verwijt van de pot aan de ketel zonder te argumenteren.]
En goed, ik heb spijt nu. [Welk een vals sentiment. Of slechte ironie] Spijt van de moeite die ik deed om uw boek te pakken te krijgen.[Was het dan uitverkocht en niet meer antiquarisch te krijgen?] Spijt van de tijd geïnvesteerd om al die negentig levensjaren van iemand langs te moeten, [Langs te moeten? Wat een erbarmelijk slecht taalgebruik] omdat zijn biograaf me daartoe dwong.[Ik kende u toen nog niet (uit uw schrijfsels althans) en kon u hoe dan ook niet dwingen. Maar u moet maar denken: we houden er een polemiek voor uw blog aan over.]
Spijt dus achteraf om me verdiept te hebben in een leven dat vooral lang, indolent, en erg egoïstisch bleek te zijn.[Bent u dan soms zo nobel? En mag de ‘held’ dan niet lang leven, al is dat onder ons gezegd vooral toch ten nadele van de biograaf. Egoïsme? Alle goede schrijvers zijn egoïstisch, dat zou u als belezen figuur toch moeten weten. En als u mijn boek goed bestudeerd had, dan zou u weten dat Morriën voor zijn gezin heel lang hard gewerkt heeft [voor de krant en ook voor literaire tijdschriften; zie Brood op de plank] en dat hij op zijn oude dag naast een baan bij de universiteit iets meer tijd kreeg voor zijn persoonlijke schrijverij. Daarna heeft hij bij het klimmen van de jaren tijdens zijn pensioen betrekkelijk veel gepubliceerd.] Van een schrijver bovendien die vooral gelegenheidswerk [dat is werk bij een geboorte o.i.d., een genre dat Morriën vrijwel nooit afgeleverd heeft; dus oneigenlijk gebruikt woord] wrochtte [nou nou!] dat grotendeels al enige tijd overleden is. [werk dat overleden is?]
Hoe slecht geformuleerd ook naar uw zin [volgens u; maar ik heb tenminste aangegeven waarom u absoluut niet kunt schrijven. Waarom komt u nou niet met argumenten over de brug?], geloof me [u geloven? Nee, u zult mij eerst met argumenten moeten overtuigen], wees blij dat ik zo luchtig ben gebleven [Waarom? Sorry, maar onnozeler kan het toch niet] als nu bij het opschrijven van mijn onvrede over uw biografie.[Wat een kromme zinsnede! Het is onbeschrijflijk wat u in de hele voorafgaande zin bij elkaar kakelt. Was u toch in staat na te denken over wat u in die zin zonder enige onderbouwing) neerschrijft, opdat u inzag hoe u zwamt! Lieve rebel van Rob Molin is een onleesbaar boek, van een schrijver die alle oordeelskracht
En deze laatste conclusie is al evenmin een machtspreuk; [zelfs bij een machtspreuk (u weet inmiddels wel wat een machtspreuk is; dat is al heel wat) beweert u dat die geen machtspreuk is] dat bent u hier hoogstpersoonlijk nogmaals komen bewijzen. [Oh wat een ongelooflijk slechte formulering: wat heb ik ‘hier’ dan beweerd? Weer ontbreekt de toelichting.]

Ten slotte spreek ik de hoop uit dat velen van onze polemiek kennis kunnen nemen. Al was het alleen maar opdat de lezer kan horen dat u onophoudelijk dezelfde autistische deun fluit. Misschien kunnen we, na herschrijving van uw aandeel van de polemiek, een bibliofiel uitgaafje brengen? Mocht u voor dit plan voelen, schrijft u mij gerust nogmaals, en nog een vierde keer als u daar zin in heeft. Ik zal telkens reageren wanneer ik mij verveel; vandaag was een vrije dag en ik kan u niet beloven wanneer ik weer gelegenheid vindt om op uw schrijven te reageren.
Laat mij als het u blieft ook eens weten wat uw (literaire) achtergrond is en wat u zoal buiten uw blog om gepubliceerd heeft. Dat kan niet veel soeps zijn, maar ik blijf in u geïnteresseerd zoals een biograaf die mateloos veel op heeft met de medemens, betaamt.

Met de beste wensen in de letteren,

Rob Molin

rob molin  op 2 juni 2012 @ 21:37:58

Er is een deel weggevallen uit mijn reactie. Achter ‘alle oordeelskracht’ moet volgen:

rob molin  op 2 juni 2012 @ 21:40:56

Nohmaals: Er is een deel weggevallen uit mijn reactie. Achter ‘alle oordeelskracht’ moet volgen:
En deze laatste conclusie is al evenmin een machtspreuk; [zelfs bij een machtspreuk (u weet inmiddels wel wat een machtspreuk is; dat is al heel wat) beweert u dat die geen machtspreuk is] dat bent u hier hoogstpersoonlijk nogmaals komen bewijzen. [Oh wat een ongelooflijk slechte formulering: wat heb ik ‘hier’ dan beweerd? Weer ontbreekt de toelichting.]

Degenkolb  op 3 juni 2012 @ 20:50:39

Beste IJsbrandt, zou je deze man niet tegen zichzelf in bescherming nemen, en alle commentaren verwijderen? Gênant is nog een te zwak woord voor wat ik hier te lezen kreeg.

rob molin  op 4 juni 2012 @ 15:44:22

Hallo IJsbrandt (fijn dat ik nu je voornaam ken!) Heb weer eventjes tijd tussen de soep en de aardappelen, zoals men voorheen pacht te zeggen, en laat dus van me horen zoals ik beloofde. Ik spreek misschien voor mijn beurt, want ik vernam nog geen reactie van jou over mijn voorstel voor ons bibliofiele bundeltje. Excuses daarvoor. Maar ik dacht: laat ik de sinds enkele dagen zwijgende IJsbrandt zoals Degenkolb je aanduidde, ook een schouderklopje geven. Extra bemoedigen na de goed bedoelde support van de wazige Degenkolb (hij heeft het onbedoeld over jouw gênante repliek!) die volgens de internet-zoekmachine een wielrenner blijkt te zijn. Is Degenkolb echt wielrenner? Ook buiten Friesland? Het spijt me IJsbrandt me zo over je vriendje uit te laten, maar bij zijn naam zie ik een onbegaanbaar want ondergesneeuwd, surrealistisch landschap voor me dat ik associeer met het hoge noorden van Nederland en met het land der nitwitten (wit(ten) in dit woord: te associëren met sneeuw, smelten en dus tijdelijkheid) voor zover dat overigens prachtige noorden met IJsbrandten en Degenkolben bevolkt wordt. Hartelijke groet, Rob

Bobb Lod  op 6 juni 2012 @ 15:33:59

Wikitaxis

Het boek moet zich bewijzen

Een schrijver die vervelend schrijft is nog geen slechte schrijver en als een recensent schrijft dat de schrijver ´hoofd en bijzaken´ niet kan scheiden verwacht je dat hij voorbeelden geeft. Dat doet de Boeklog-schrijver niet. Wat blijft er dan over van de recensie. Niets dan geneuzel, knip- en plakwerk uit wat anderen geschreven hebben. Misschien kan deze schoolrecensie overgeschreven zijn uit wat te vinden is op Wikipedia of Google. (Wikitaxis) Een eigen mening is het niet en wat mij vooral stoort is dat je er duidelijk uit kunt lezen dat de schrijver het boek niet gelezen heeft want anders had dit boek zich bewezen en was de sfeer van de schrijver Rob Molin, zijn kennis en de problematiek rond Adriaan Morriën [1912 – 2002] – die ik heb leren kennen uit de periode dat ik lid was van Arti Amsterdam – in het voetlicht gesteld. Helaas, weer zo’n boekenlog van iemand die graag zijn eigen stem hoort, niet luistert en al helemaal niet zich bloot durft te geven. De reactie van Rob Molin is overbodig en had niet gehoeven. Maar ja, hij wist ook niet hoe dom het is te reageren op een recensie dat bestaat uit gebakken oude lucht. Jammer van de kwaliteiten van Rob Molin.