Quotable Cyclist | ii ~ Bill Strickland ed.

► door: A.IJ. van den Berg

Terugkijkend heeft een kleine acht jaar aan boeklog éen ding heel duidelijk gemaakt. Het kan voor de waarde van een boek nogal uitmaken wanneer je het leest. Aan besprekingen kleeft daardoor altijd een element van toeval.

Weliswaar maakt dit voor de objectieve waardering meestal weinig uit. Het oordeel of een boek deugt verandert doorgaans niet over de tijd.

Maar recensies worden zo veel leesbaarder als er ook enige beleving is geweest bij de recensent — in positieve danwel negatieve zin. En juist die beleving is in hoge mate subjectief; want die wordt bepaald in een momentopname.

Zonder alle brouhaha ineens over de dopingpraktijken van Lance Armstrong was bijvoorbeeld mijn oog in The Quotable Cyclist niet zo makkelijk gevallen op de uitspraken van mensen die inmiddels in ongenade zijn geraakt.

Gisteren haalde ik hier al een uitspraak van Armstrong zelve aan, die ineens grimmig werd in plaats van stoer, in de wetenschap van zijn systematische dopinggebruik.

In 1997 was het nog niet vreemd om in een boek uitspraken van een Michele Ferrari op te nemen als objectieve waarheden over trainingsleer. Nadien werd hij geschorst om zijn rol als dopingdokter.

En Miguel Undurain mocht even klagen over de zestiende etappe van de Ronde van Frankrijk in 1996. Toen hij na vijf opeenvolgende overwinningen ineens kraakte, en de wedstrijd verloor na een lange aanval van Bjarne Riis. Alleen weet de lezer inmiddels zo veel meer dan hem toen. Riis was begin jaren ’90 nog een weinig bijzondere renner, die daarna meer met bloeddoping durfde dan wie dan ook. Een man die zo veel EPO spoot, en wiens bloed daardoor zo stroperig werd, dat hij elke nacht gewekt moest worden om even wat te bewegen.

Het gevaar om in de slaap te sterven was anders te groot.

Merckx klaagde in het boek dat zijn strijd om het werelduurrecord te verbeteren hem gebroken had. Waarop een citaat volgt van Toni Rominger, die Merckx’s prestatie overtrof alsof deze op een damesfiets met tassen had gereden, en die juist niet kapot was gegaan tijdens dat uur.

Maar Rominger was dan weer goede klant bij voornoemde Michele Ferrari, en reed bovendien op een aerodynamisch model fiets dat inmiddels verboden is.

Tegelijk geldt voor mij dat de wielersport een miniem onderdeel is van hoe wij mensen de fiets gebruiken. Ik wilde het boek vooral herlezen om nog eens kennis te nemen van de algemene uitspraken over het fietsen. Zelfs al nemen die in The Quotable Cyclist misschien net zestig pagina’s in van het geheel.

Fietsen is namelijk weer belangrijk geworden in mijn leven, sinds ruim een jaar. En terwijl ik daar weleens iets over schrijf, of over lees, valt me toch op dat taal blijkbaar niet het medium is om over te brengen waarom ik bijvoorbeeld zo blij kan worden van de activiteit.

En toen bleek toch dat veel in twee korte zinnetjes te zeggen is:

The bicycle is a curious vehicle. Its passenger is its engine.

John Howard

Dus las ik een dikke driehonderd bladzijden om daar uiteindelijk elf ware woorden aan over te houden.

Dat is overigens nog een hoog gemiddelde voor mijn doen. Ik klaag niet.

Bij een eerdere lezing heb ik al eens uitgelegd wat mijn ideeën over een boek als dit zijn. Hoogstens moet daarop aangevuld worden dat The Quotable Cyclist Amerikaans is op een manier die ik toen misschien nog niet helemaal besefte.

In de VS is het welhaast een verzetsdaad om te fietsen, en al helemaal om de fiets voor meer te gebruiken dan een ritje met mooi weer op zondag. Fietsers noemen zich daar ook nadrukkelijk ‘cyclist’. Omdat het in dat land niet vreemd is dat mensen de auto nog pakken voor een bezoekje bij de buren.

Zelfs de beginregels van Tim Krabbé’s klassieker De renner worden er anders begrepen dan hier.

Dus is het niet raar dat voor het boek vooral citaten geplukt zijn over de wielersport. Want sportcultuur hebben de Amerikanen dan wel weer volop.

In The Quotable Cyclist mist overigens het citaat van de Tour-winnaar Greg Lemond dat online het meest gebezigd wordt op Engelstalige fietsfora.

Fietsen wordt nooit makkelijker, zou hij gezegd hebben. Je gaat alleen sneller op den duur.

En ik merk dat al die nadruk steeds op de heroïek van het lijden en afzien me inmiddels behoorlijk verveelt.

Als het fietsen pijn doet, deugt je zithouding niet en moet je fiets beter afgesteld worden, of heb je een voor jou verkeerd model gekocht. Of anders wil je domweg harder gaan dan kan, en daar is nog veel makkelijker wat tegen te doen.

Maar mijn idee is dan ook geworden dat fietsen pas interessant wordt als de inspanning niet opvalt. En zo kleurt alles mee door nieuwe ervaringen.

Bill Strickland ed., The Quotable Cyclist
Great Moments of Bicycling Wisdom, Inspiration and Humor

359 pagina’s
Breakaway Books, 1997

[x]opgenomen in het dossier: ,

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden