Lopen met de Kenianen ~ Adharanand Finn

► door: A.IJ. van den Berg

Een Britse man van 37 ging met vrouw en kinderen een jaar op hoogte wonen in Kenia, om uit te vinden waarom zo veel Kenianen zulke goede hardlopers zijn. Die zoektocht leverde al een weblog op, en resulteerde later in een boek.

Omdat ik het weblog kende, was mijn nieuwsgierigheid naar de boekuitgave niet heel groot. Tot me bleek dat wel dezelfde gebeurtenissen beschreven worden, maar dat dit niet in dezelfde bewoordingen gebeurt.

Finn neemt veel meer de ruimte in het boek. En dat is zowel de kracht van de tekst als direct ook de zwakte.

Kern van zijn queeste is dat de schrijver zelf ook hardloopt, enig talent had als junior, maar hij daar niets mee heeft gedaan. Enkele decennia later wil hij er nog eens alles aan doen om een marathon onder de drie uur te gaan lopen.

Zijn zoektocht naar wat de Kenianen zulke goede lopers maakt, wordt daarmee tegelijk een afweging waarom hij dan zo’n matige atleet is.

[Terzijde: in de decennia dat ik zelf niet meer loop, is de waardering van atletiekresultaten aan inflatie onderhevig geweest. Alleen het voltooien van de marathon al wordt bijvoorbeeld ineens gezien als een grootste sportprestatie — wat me rijkelijk onzinnig lijkt. En de drie uur-grens op de marathon die Finn tot een getalenteerde loper zou maken, lag vroeger voor mannen echt op twee uur en veertig minuten.]

Alleen leveren de exploten van matige atleten na de eerste zo prettige relativering zelden heel boeiende teksten op. Of ze moeten bovenmatig veel meer talent tot schrijven en introspectie hebben dan tot atletiek. Lopen met Kenianen was me kortom veel te lang.

Het boek is nog het best als de leefomstandigheden geschilderd worden van de Kenianen in de Rift-vallei. Zoals dat alle atletiekkampioenen er van het platteland komen, en als kind einden moesten lopen; omdat er geen geld was voor iets anders.

Finn heeft zelf nog als theorette dat het uit maakt dat ze van jongs af aan blootsvoets lopen. Daardoor is hun loopstijl beter. Zelf doet hij in de loop van het boek ook moeite om op schoenen te lopen die zo weinig mogelijk demping hebben.

Vervolgens biedt het hardlopen de Kenianen een enorme kans om uit de armoede te ontsnappen. En velen zetten daarom ook alles in op deze ene kans; waardoor ze alleen maar hardlopen, eten, en slapen.

Aan de carrière van de doorsnee Keniaanse loper valt alleen op dat die opvallend kort is. Met éen goed seizoen houdt het al gauw op. Dan is er prijzengeld geoogst, kan er een koe en een 4×4 worden gekocht, en is men gesetteld burger geworden binnen de eigen gemeenschap.

En van mij had Finn meer aandacht mogen besteden aan zulke mechanismen, in plaats de zoveelste beschrijving te wijden aan weer een loop waarin hij de hele tijd achteraan bungelde.

Om nog maar te zwijgen over het ontbreken van aandacht voor de vele tamelijke krankjorume wetenschappelijke theorieën die er bestaan om te bewijzen waardoor de dominantie komt van Afrikaanse lopers op de lange afstand.

Node miste ik bijvoorbeeld een beschouwing over het Oost-Afrikaanse onderbeen, dat zo veel dunner zou zijn als de onderbenen elders. De controverse rond ‘blade runner’ Oscar Pistorius heeft nu eenmaal geleerd dat het uitmaakt als er onder het lopen geen energie verspild wordt bij het uitstrekken van de voet.

Maar misschien negeerde Finn deze discussie omdat hij zich al had vastgebeten in de blote-voet-theorie. Het dragen van schoenen kost volgens hem 5% meer energie, vanwege hun gewicht.

Adharanand Finn, Lopen met de Kenianen
Op zoek naar het geheim achter de Afrikaanse hardloopsuccessen

262 pagina’s
De Arbeiderspers, 2012
vertaling van Running with the Kenians

[x]opgenomen in het dossier:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden