Eeuwige jachtvelden ~ Nanne Tepper

► door: A.IJ. van den Berg

Tepper’s debuut De eeuwige jachtvelden stond al een tijd op de nominatie om te worden herlezen. Alleen was daar niet direct haast bij, tot nu toe.

De kwestie was niet alleen dat ik dit een goed boek vond, mee telde ook dat ik indertijd waarschijnlijk wilde dat het een goed boek was. Tepper raakte iets in de roman, waarvan ik inmiddels zie dat het makkelijk te vergeten is.

Nu iedereen online binnen een paar tellen geestverwanten vindt, of de hele wereldcultuur met twee muisclicken thuis kan laten bezorgen, lijkt het isolement van een jeugd op het platteland iets uit een peilloos ver verleden. Toch was die nog niet zo lang terug de schurende realiteit.

Nanne Tepper [1962 — 2012] scheen bij zijn debuut misschien wel te zeer ineens een geestverwant om objectief beoordeeld te kunnen worden. Hij had een vergelijkbare middelbareschooltijd doorstaan in de provincie. Hield van dezelfde muziek — zelfs al was dat misschien slechts om zich af te zetten tegen zijn omgeving. Las en bewonderde dezelfde schrijvers. En hij zocht in een vlucht naar de Stad een verlossing.

Want daar moesten ze zijn, de mensen waar wel mee te praten was.

Bij geen enkele schrijver voor of na hem heb ik ooit zo sterk het gevoel gehad dat hij mij als het ware vertegenwoordigde.

Alleen daarom al kwam het bericht vorige week van zijn zelfgekozen dood als een schok.

Vanzelfsprekend is al dit niet meer dan interpretatie. Maar schrijver en lezer maken nog altijd samen het boek. En bij zijn debuut viel op dat ik zo veel aan achtergrond en andere aankleding kende. Vooral in wat hij niet beschreef.

Daarbij gaat het natuurlijk om de decors, en de sfeer van een tijd. De roman en de verhalen daarin zijn verder Teppers’ eigen schepping. Ook al heeft hij daarbij behoorlijk wat elementen bij de groten gebietst. De overeenkomsten met Nabokov’s roman Ada in thematiek en handeling zijn niet toevallig zo gekomen. [1]

Ook in De eeuwige jachtvelden voelen een broer en een zus zich noodlottig veel tot elkaar aangetrokken.

Deze Victor en Lisa Prins wonen te Oude Huizen, een bijna dood dorp ergens in een straal van twaalf kilometer nabij Veendam. Hun vader is arts. En alcoholist. Hun moeder wil eigenlijk wel weg uit dat huwelijk, en heeft op niemand greep. Ook is er nog een jonger zusje: Anna.

De roman bestaat uit vier delen; waarin Tepper volgens de inhoudsopgave nadrukkelijk de opbouw van de Eerste Symfonie van Mahler kopieerde.

In de praktijk betekent dit dat in het eerste deel alle motieven al eens langs komen die verder in het boek een rol spelen, maar er feitelijk niet al te veel gebeurt. De adolescentie van Victor en Lisa wordt beschreven. En toch ook al de vlucht van Victor — als hij al 27 is. De chronologie van dit boek klopt niet helemaal, lijkt me.

In het tweede deel ontwikkelt het verhaal zich in alle broeierigheid. Lisa is zestien aan het begin en jong volwassen aan het eind. Dan woont ze samen bij haar broer in de Stad. Dus is mijn vraag anno 2012, wat gebeurde er dan tussen dat moment en Victor’s vlucht? Vijf of zes jaar later? Tijdens de meest vormende jaren in menig mensenleven?

Maar, tot zo ver was ik gegrepen, en geraakt. En toen diende het derde deel zich aan, en daaruit bleek me ook met een debuut van doen te hebben. De toon van de delen ervoor is losgelaten. En in plaats daarvan krijgt de lezer enkel brieven voorgezet. Waarbij Tepper telkens heel knap vaak register wisselde, en iedere briefschrijver een eigen toontje en vocabulair wist te geven.

Toch irriteerde dit mozaïek aan losse scherven me.

In het verhaal zit Victor dan in Parijs, en heeft Lisa hun huis in Groningen de Stad opgegeven. Zij is verhuisd naar Ameland. En vanuit de verte doen ze bokkig tegen elkaar. Waarbij ook hun moeder nog even meepraat, en zus Anna, en vooral niet te vergeten schoolvriend Hille Veen — de latere novelle De avonturen van Hillebillie Veen staat met titel en al aangekondigd in De eeuwige jachtvelden. Zelfs het hele plot van dat boek wordt terloops verteld.

Het slotdeel biedt dan ineens een nieuwe stem — van de bankdirecteur die naast de familie Prins woonde, en daarbij meer was dan enkel hun buurman. Deze kijkt vanuit de hoogte toe hoe het dorp hem begraaft. En ineens is de toon van het boek dan ongeremd sentimenteel. Wat ooit overigens opvallend goed werkte. Mij zat nu de irritatie over deel drie nog dwars.

Opvallend vaak werden zinnen uit dit laatste boekdeel geciteerd in de publieke herdenkingen van Tepper online, zo viel me op.

Dus ja, De eeuwige jachtvelden bleek ook bij herlezing bij momenten nog altijd een goed boek te zijn. En dan niet eens alleen om de belofte; het schrijversschap dat zich daarin leek aan te kondigen.

Deze roman kan ik zelfs rustig nog eens herlezen. Alleen is het wel een jong boek van een jonge schrijver over jonge mensen. En er komt vast een ogenblik dat ik eerder met de ouders sympathiseer dan met hun vreselijke kinderen; die te veel in elkaar blijven opgaan. Een moment waarop de tekst zich van mij zal hebben afgesloten.

Tijden hebben namelijk tijden. Vrijwel alle boeken zijn niet meer dan de opnames van een moment. En aan buitenstaanders die niet begrijpen waarom er ooit zo veel drukte over was, is dan zo weinig anders te zeggen dan: je had er toen bij moeten zijn geweest.

Nanne Tepper, De eeuwige jachtvelden
263 pagina’s
Contact, 1995
  1. Ook de melancholie uit Visconti’s film Ludwig II heeft zeker invloed gehad; hoewel dat element nooit genoemd wordt; ondanks alle aanwijzingen in de tekst. []

[x]