Ons betere ik ~ Steven Pinker

► door: A.IJ. van den Berg

Meer nog dan andere gedragswetenschappers roept Steven Pinker bij mij automatisch tegenspraak op. Terwijl hij me nu juist zou horen te boeien. Omdat wat hij schrijft zo vaak tegen de heersende opinies ingaat. En zodra iemand dat intelligent doet, heeft hij of zij mijn aandacht.

Pinker is me alleen altijd net te onbescheiden zeker van zijn gelijk.

Toch kan het juist om mijn irritatie heel prettig zijn om een Pinker te lezen. Ik lees niet per se om bevestiging te vinden van mijn overtuigingen. Liever zie een schrijver aanduiden waar bij mij de vooroordelen zitten.

En het magnum opus Ons betere ik wist me voor de verandering bijna te overtuigen. Vooral het laatste hoofdstuk is heel aardig. Omdat Steven Pinker dan ineens wel aangeeft dat hij een momentopname biedt, maar daarmee geen absolute garanties voor de toekomst kan geven. Wij leven nu in tijden van ‘de lange vrede’. Dat hoeft niet zo te blijven. Losgeslagen jonge mannen genoeg in China en India die geen vrouw kunnen vinden, omdat ze nooit carrière zullen maken.

De centrale these van dit boek staat al in de ondertitel. Pinker meent dat de mens nu gemiddeld heel wat minder gewelddadig is dan eerder in de geschiedenis.

Vervolgens draagt de uitgave bewijzen aan voor deze theorie, en tracht de auteur te verklaren hoe het komt dat wij zo veel minder geweld gebruiken dan onze voorvaderen.

Daarbij leunt hij onder meer sterk op de civilisatietheorie van Norbert Elias. Doordat we allerlei normen zijn gaan internaliseren, weten wij ons beter dan vroeger te beheersen. De ergste impulsen zijn onder controle gekomen.

Daarnaast hebben zich in de geschiedenis natiestaten gevormd, met centrale overheden, en geweldsmonopolies. Deze ontwikkeling valt samen met de statistiek dat mensen elkaar minder zijn gaan vermoorden.

Zijn democratieën nog weer een stuk vredelievender dan autocratisch geregeerde landen. En hebben we het materieel beter gekregen; wat ook al prettig kalmeert. Dat is allemaal met cijfers te staven.

Ons betere ik overtuigde me dan ook het meest in het harde cijfermateriaal. In de Middeleeuwen werden dertig keer zo veel mensen vermoord in West-Europa dan nu is ook met een redelijke mate aan nauwkeurigheid te bewijzen.

En ergens voert Pinker een staatje op waaruit blijkt dat de genocides op tientallen miljoenen mensen uit de twintigste eeuw — onder Hitler, Stalin, en Mao — relatief gezien lang de ergste volkerenmoorden niet waren in de geschiedenis.

In een herschikte ranglijst krijgt de An Lushan-revolte uit de 8ste eeuw de dubieuze toppositie het meest vreselijke tijdvak ooit te zijn geweest. Toen werd in acht jaar een zesde van de hele wereldbevolking omgebracht. Lokaal.

De val van het Romeinse rijk staat vijfde op de relatieve ranglijst van gewelddadigste periodes.

Voor het gemak neemt Pinker dan maar even alle doden in zo’n periode samen. Of ze nu vielen in de strijd, door geweld, of door voedselgebrek, en andere indirecte gevolgen van onrust.

Voor het gemak negeert hij dat een lange periode van vrede en voorspoed ergens volkomen ongemerkt kunnen zijn gepasseerd door het ontbreken van historische bronnen of archeologisch materiaal. Want, waaruit bestaat zulk materiaal?

Het minst overtuigend is Pinker als hij aanvullend bewijs zoekt om zijn these te bekrachtigen. Zo bewijst de Bijbel aan het begin van het boek hoe gewelddadig de mensheid wel niet was in de tijd dat het Oude testament werd opgetekend. Zeshonderd oproepen staan er in die hoofdstukken om andere volkeren uit te roeien.

En op tweederde van het boek is religie ineens niet meer de voornaamste reden om geweld te gebruiken tegen anderen.

Pinker meent al evenmin dat oorlogen enkel gevoerd worden om de controle over grondstoffen te krijgen.

Dus blijft dit o zo dikke boek voor mij toch allereerst een essay, waarin een schrijver hardop denkend een these probeert te bewijzen. Want, het lijkt me echt dat het idee er eerst was en dat vervolgens de feiten bij elkaar werden geschraapt om dit verhaal te staven.

En die inspanning is zeer te waarderen. Al had ik ook weleens een boek van een psycholoog willen lezen waarin dat Milgram-experiment eens niet werd opgevoerd als bewijs.

Steven Pinker heeft ook geen enkele moeite gedaan om het omgekeerde van zijn these te bewijzen, en dus zijn verhaal te falsificeren.

Plus, weliswaar zijn over aantallen moorden en oorlogen controleerbare uitspraken te doen, maar zijn dit werkelijk de enige vormen van geweld? Ooit viel ik Hans Achterhuis aan op diens vaagheid op dit punt. Steven Pinker roert het hele onderwerp niet eens aan.

Doden lijkt mij nu net absoluut de enige vorm niet van geweld. Doden is hoogstens de meest extreme vorm van geweld. Waarbij er ook nog een principieel verschil bestaat tussen de daden van éen mens, en wat een groep vermag.

En het hoeft niets te zeggen over de frequenties van andere vormen van agressie als er enkel minder extremen zijn. Lijkt me. Om me nu maar tot een eerste bezwaar te beperken.

Bovendien, het leven lijkt me meer waard geworden, sinds de meerderheid van ons niet meer in het eerste levensjaar sterft. Taboes kunnen mensen ander gedrag opdringen.

Steven Pinker, Ons betere ik
Waarom de mens steeds minder geweld gebruikt

1113 pagina’s
Contact, 2011
vertaling door Hanneke Bos, Menno Grootveld, Inge Kok, en Meile Snijders van:
The Betters Angels of Our Nature, 2011

[x]opgenomen in het dossier: