Ich lenke also bin ich ~ Kai Schächtele

► door: A.IJ. van den Berg

Doelgroepproza stelt doorgaans niets voor, als je niet tot de doelgroep behoort. Ik moest de conclusie nu toch maar eens trekken.

Boeken over het fietsen of over fietsers deugen te zelden als boek. Iemand die niet fietst of geen interesse in wielrennen heeft, zal er nooit door worden overtuigd.

Alleen ben ik nu eenmaal wel doelgroep. En daarmee is mijn tolerantie voor ook heel matige uitgaven waarschijnlijk te groot.

Dus las ik ook nog een bundel van de Berlijner journalist Kai Schächtele. Met de titel Ich lenke also bin ich — een variant op Descartes’ ‘cogito ergo sum’; ‘Ich denke also bin ich’. Om daarbij vooral te struikelen over wat al te voorspelbare columnistenclichés. De matige woordgrap in de titel had een waarschuwing kunnen zijn.

Een standaardaanpak van columnisten in alle talen is om zich dommer en schlemieliger voor te doen dan zij zijn. Dit moet dan grappen opleveren.

En Schächtele houdt niet helemaal prettig maat daarin.

Zo waarschuwen fietsers elkaar om niet om te vallen als ze met clickpedalen rijden, en dan ergens moeten stoppen. Maar Schächtele valt niet éen keer als hij voor het eerst met zijn schoenen vastzit aan de fiets, hij valt bij elk stoplicht.

Ergens in Ich lenke also bin ich zat wel een aardig boek verstopt. Elke fietser in een grote stad buiten Nederland of Denemarken moet iedere dag een strijd aan met een omgeving die slechts auto’s belangrijk vindt. Daarover is goed te schrijven, zonder meteen een pamflettist te worden.

Komt daar nog andere grotestadsellende bij. Fietsen worden er gauwer gestolen. Daaraan is alleen wat te doen door heel zware sloten mee te torsen.

Maar het ware talent van een schrijver toont zich misschien ook pas als die het vreemde weet te laten zien van het doodnormale.

Schächtele zocht het liever in de overdrijving van het onnozele.

Ik geef toe, een interessant boek over fietsen moet ook aan een wel heel specifieke eis voldoen; naast dat het goed geschreven is. De auteur dient voldoende herkenning te bieden, om me te tonen dat hij begrepen heeft waar hij mee bezig was, en daarbij tegelijkertijd niet te vervelen.

Slechts éen van Schächtele’s verhaaltjes interesseerde me daardoor — omdat hij wel op een wielerbaan gereden heeft, en ik nog nooit. En dit door het boek ineens als een gemis voelde.

Kai Schächtele, Ik lenke also ich bin
Bekenntnisse eines überzeugten Radfahrers
221 pagina’s
Wilhelm Heyne Verlag, 2012

[x]opgenomen in het dossier:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden