ABC van de literaire uitgeverij ~ Joost Nijsen

► door: A.IJ. van den Berg

Er was eerlijk gezegd voor mij maar éen reden om ABC van de literaire uitgeverij te willen lezen. Benieuwd was ik wat uitgever Joost Nijsen te melden zou hebben over de grote onzekerheden in zijn vak op het moment.

Want de boekhandels verdwijnen uit de winkelstraten. En het grote publiek leest een almaar kleiner assortiment aan titels. Bovendien moet het boek de laatste decennia concurreren met allerlei nieuwe vormen van ontspanning en vermaak, en is informatie tegenwoordig ook op andere manieren te verkrijgen dan door een boek te lezen.

Verder verdwijnt zo langzamerhand het taboe dat boeken die in eigen beheer worden uitgegeven niets voorstellen. Waardoor een vraag wordt of een uitgever nog nodig blijft. Het aanmaken van een e-boek en de distributie daarvan, en dus de uitgave, kosten immers niets?

En daarbij viel op dat Nijsen al deze kwesties vrij evenwichtig behandelt, zonder er nu heel diep op te gaan. Omdat hij wat komen gaat al evenmin kan voorspellen dan wie ook. Het lemma ‘toekomst’ in het boek is weliswaar lang vergeleken met dat van andere trefwoorden. Maar dit komt vooral doordat Nijsen behoorlijk enerzijds-anderzijdst.

Uitgevers en schrijvers zullen elkaar nodig blijven houden, is daarbij zijn stelling wel. Want alle zaken rond het boek die niet met het eigenlijke schrijven te maken hebben, doet de uitgever nu eenmaal beter.

Tegelijk wordt in Nijsen’s boek ook duidelijk hoeveel uitgevers bijvoorbeeld aan betaalde promotie kunnen uitgeven.

Een vuistregel is dat binnen de begroting van een boek circa 5% van de netto-omzet voor promotie beschikbaar is. Bij een boek van € 20 in een oplage van 2000 exemplaren is dat 5% van 2000 x circa € 10 (de netto-ontvangst na aftrek van de boekhandelsmarge en de distributiekosten) = € 1000. Daarvan kun je twee kleine advertenties in het boekenkatern van de Volkskrant of NRC Handelsblad plaatsen. [160-161]

En ineens begrijp ik beter waarom mijn boeklog in de eerste jaren zo vaak door uitgevers gezien werd als podium om goedkoop reclame te maken. Of waarom ze dan verbaasd waren over mijn weigering zulks toe te staan.

Want uiteindelijk had ABC van de literaire uitgeverij vooral dat effect. Te veel was me misschien ook al duidelijk geworden in de loop der jaren, over het schrijven van boeken en het uitbrengen van boeken. Alleen werden daarbij nu eens ook alle vage details ingevuld.

Daardoor ontdekte ik ook onbewust met vragen te hebben gezeten. Waarom hebben Nederlandse boekuitgaven bijvoorbeeld het formaat dat ze hebben?

De redenen daarvoor zijn waarschijnlijk veel toevalliger dan gedacht.

Toen ik bij Nijgh & Van Ditmar werkte, wilden de hoofdredacteur en ik de nieuwe Nederlandse romans (zoals de debuten van Ronald Giphart en Arnon Grunberg) liefst in ‘12,5 x 20 cm’. Een gevoel, meer dan een wetenschap. Vertaalde literatuur wilden we dan weer in ’14 x 21,5′. Bij Podium voeren we vrijwel alle Nederlandse romans nu uir in ‘13,5 x 20 cm’. We zeggen dan dingen als ‘qua breedte toch net wat lekkerder in z’n vel, en draagt ook bij tot een soepeler gevoel’. Dat doen we net zolang tot het ons, en misschien ook de lezer, gaat vervelen en we overstappen op wat anders. [90]

Dus was dit een onverwacht informatieve gids, waarbij de keuze om alles via trefwoorden te behandelen niet eens vervelend was.

Goed, Nijsen negeert de kwestie of er op het moment niet wel erg hard beknibbeld wordt op mogelijke uitgaven. En of er voorheen niet te veel en te makkelijk is uitgegeven. Waardoor sommige schrijvers misschien zijn gaan geloven meer talent te hebben dan aanwezig. Hij geeft ook geen cijfers, meen ik, over hoe veel romans en dichtbundels er in Nederland uitkomen elk jaar; terwijl dat mij er nog altijd schrikbarend veel lijken.

Niet dat ik denk dat er een ideaal aantal is aan romans of gedichtenbundels dat uitgegeven worden moet. Wel meen ik dat er heel wat meer uitgeefmodellen mogelijk zijn dan nu bestaan — ik zie ook een toekomst voor me waarin veel meer met tests online gepeild wordt of een uitgave op papier zin heeft. Wat overigens nog niets nieuws is ook. In de negentiende eeuw werden veel boeken pas uitgebracht als er genoeg belangstellenden op hadden ingetekend.

Dus heb ik het idee dat de grootste waarde van het ABC van de literaire uitgeverij weleens kon zijn dat het een plaatsbepaling in de tijd is.

Kijk, zo zagen uitgevers in Nederland aan het begin van de eenentwintigste eeuw hun beroep.

Nijsen haalt ook enkele malen voorbeelden uit boeken van voorgangers aan om te laten zien dat zakenmodellen en mores in de boekenbranche veranderen.

Alleen gaan sommige ontwikkelingen momenteel sneller dan voorheen.

Joost Nijsen, ABC van de literaire uitgeverij
269 pagina’s
Podium, 2012

[x]opgenomen in het dossier: ,


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden