Gedachten ~ Giacomo Leopardi

► door: A.IJ. van den Berg

Vreemder deeltje privé-domein zal er niet gauw zijn aan te wijzen. Giacomo Leopardi [1798 – 1837] wordt nu nog vooral gelezen als dichter. Zijn Canti hebben tot in de twintigste eeuw collega-dichters geïnspireerd. J.C. Bloem roemde hem. Lucebert.

Dus nam De Arbeiderpers een uitgave met aantekeningen op in zijn serie privé-domein. Waarbij deze Gedachten zo’n 85 pagina’s vullen in het boek, en het essay van de vertaler de resterende 55 bladzijden uitmaken. Alleen valt aan dat essay dan bijvoorbeeld op dat Frans van Dooren vooral de kunstenaar en diens leven beschrijft, terwijl Leopardi nu toch ook als een oer-filoloog wordt gezien.

En gerekend naar mijn eenentwintigste-eeuwse smaak was het allemaal nog weinig spits wat Leopardi zelf had op te merken in dit boek. Zijn omhaal van woorden is net te groot, en daarmee te negentiende-eeuws. En zijn thematiek lijkt zich ook te vaak te beperken tot wat goede omgangsvormen zijn. Heldere conclusies leveren deze deliberaties soms nog wel op, maar de scherpste komen tot ons zonder enig bewijs, of verdrinken juist in alinea’s aan overtollige toelichting.

Leopardi was allereerst een sombermansje, een adellijk heer tussen minder welopgevoede lieden, die het niet makkelijk had in zijn leven:

[…] De mensen zijn noodzakelijkerwijs slecht, maar ze hebben zich vast voorgenomen te denken dat ze het toevallig zijn. [xxxi]

Aardigste opmerkingen maakte Giacomo Leopardi voor mij over het schrijven, en alle randverschijnselen daarmee annex.

Zo beklaagde hij zich dat de boeken in zijn tijd te fraai gedrukt werden. Terwijl het glanzende papier en de iele letters het lezen juist eerder belemmerden. Bovendien stelt de inhoud meestal niets voor.

Evenmin duldt hij concurrentie. Iedereen is maar aan het schrijven in die tijd, zo meende hij. Maar erger nog is dat iedereen ook overal wil voorlezen uit eigen werk.

Schrijvers zouden hun publiek moeten betalen als zij hen vervelen, zo schrijft Leopardi dan. En dat nu lijkt me een bijzonder goed idee. Een geldelijke waarde toekennen aan de amusementswaarde van een boek zou een nieuwe vorm van kritiek kunnen zijn. En dan pakte het lezen van Gedachten zo ongeveer kostenneutraal uit. Heel erg boeide de verzameling niet, maar het boek was betrekkelijk snel uit, en leverde dus wel degelijk nieuwe ideeën op, zoals dit.

scheiding
 
LXXXI

Het is met gesprekken net als met schrijvers. Velen vallen in het begin erg in de smaak omdat men vindt dat ze met nieuwe ideeën komen en een persoonlijk cachet bezitten. Wanneer men vervolgens doorgaat met lezen, gaan ze vervelen omdat het ene gedeelte van hun werk een imitatie is van het andere. […]

scheiding
Giacomo Leopardi, Gedachten
150 pagina’s
De Arbeiderspers 1995, oorspronkelijk 1976
privé-domein nr. 39
vertaling door Frans van Dooren van Pensieri, 1817

[x]opgenomen in het dossier:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden