Nooit meer slapen ~ Willem Frederik Hermans

► door: A.IJ. van den Berg

Optimistisch beschreef ik eerder Nooit meer slapen als een voor mij een eeuwig houdbare Hermans. Omdat dit oordeel op weinig meer gebaseerd was dan de grote indruk die het boek maakte in mijn tienertijd. Toen ik nog zo veel jonger was dan de hoofdpersoon, de 25-jarige Alfred Issendorf.

Inmiddels ben ik wat ouder. Heb ik bovendien aan den lijve ondervonden dat het wetenschappelijke bedrijf de trekken kan hebben die Hermans zo sardonisch beschrijft in deze roman.

Dus luidt mijn oordeel nu: een roman die leesbaar blijft voor een publiek met een zo verschillende levenservaring is inderdaad een houdbaar boek. En daarmee geslaagd.

Toch viel me behoorlijk tegen wat ik onthouden had van een tekst die ooit zo veel indruk leek te hebben gemaakt.

Weliswaar klopte de constatering dat het grootste deel van de roman draait om een nutteloze zoektocht naar meteorietinslagen op de toendra in Finnmark. Maar deze expeditie vangt pas aan op een derde van het boek.

Wel was mijn herinnering correct dat Alfred zich op een gegeven moment nogal verwondde, van het herstel ongetwijfeld koortsig werd, en het laatste stuk van de onderzoeksexpeditie iets van een blijvende ijldroom heeft.

Hij loopt dan verkeerd, en is ineens helemaal op zijn knullige zelf aangewezen.

Het boek ging alleen nog ruim twintig pagina’s verder dan waar het in mijn gedachten stopte.

Dus zal ik indertijd vooral Alfred’s zwerftocht als hoofdzaak hebben gezien van dit boek. Met alle ontberingen daarbij die een slecht voorbereide wandelaar treffen. Misschien was er zelfs minachting bij mij als jong lezertje voor iemand die weken met een zware rugzak moest gaan sjouwen, en die inspanning nog geen tel geoefend had.

Maar bij herlezing ging het me eigenlijk nauwelijks om die tocht. Ik zuchtte vooral om de kwetsbare positie van Alfred Issendorf. Die als promovendus iets mocht gaan uitzoeken wat zijn promotor bedacht had — een vraagstelling waar hijzelf niets mee gehad zal hebben.

Dat het Alfred vervolgens niet lukt om luchtfoto’s te krijgen van het gebied waar hij op onderzoek gaat, vanwege onmin tussen twee Noorse onderzoekers, is ook weer al te tekenend.

Aardig in de roman vond ik nu vooral de vele terzijdes. Zoals in de gesprekken van de vier onderzoekers onderling, als ze eenmaal op pad zijn. En zoals Hermans’ uithaal naar de Nederlandse literatuurkritiek. Zo is Alfred’s moeder een der grootste essayisten in het land. Dertig boeken per maand bespreekt ze. Van buitenlandse auteurs. Zij het dat ze al die romans en bundels nooit leest, maar slechts handig samenvat wat er in buitenlandse literatuurrubrieken over geschreven wordt.

Is dit daarmee éen van de beste Nederlandse romans ooit, zoals telkens in lijstjes terugkomt?

Die status maakt toch niet heel optimistisch over het niveau van de Vaderlandsche literatuur. Nooit meer slapen werkte nog, als reisboek bijvoorbeeld, en omdat ik herken waar Hermans commentaren in de tekst verwerkte. Tegelijk lijkt me de reputatie vooral bepaald te zijn doordat de roman zo lang een topper was op de verplichte boekenlijsten in het middelbaar onderwijs — om de toegankelijkheid vooral.

Er zaten toch wat weinig kanten aan het boek om het een persoonlijke favoriet te noemen. De roman is wat rechtlijnig.

Willem Frederik Hermans, Nooit meer slapen
265 pagina’s
De Bezige Bij 1993, oorspronkelijk 1966

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden

2 commentaren

Gezellig  op 1 maart 2013 @ 15:08:02

Heb je onderstaand artikel in De Gids van een paar maanden terug gelezen? Ik vond het fascinerend – en ik moet Nooit Meer Slapen nog herlezen.

http://www.de-gids.nl/artikel/142582

boeklog.info  op 1 maart 2013 @ 16:26:28

Dank voor de verwijzing. Nee, niet eerder gelezen.

Vanaf Alfred Issendorf’s verwonding verandert de toon van de roman, dat heb ik ook genoemd. Dat hij in die ijlende beschrijvingen van alles mispeuterd heeft dat niet rechtstreeks in de roman te lezen is, kan.

Maar speculatie hierover is een aardig gezelschapspel, dat vooral. En de roman interesseert me dan toch te weinig om te gaan interpreteren.