Smalle weg naar het verre noorden ~ Bashō

► door: A.IJ. van den Berg

Het makkelijkst schrijft het aan familie, of heel goede bekenden. Die weten al zo veel, en kunnen zich daardoor makkelijker inleven; hebben aan een half woord genoeg.

Schrijven voor een groot publiek is daarentegen het moeilijkste wat er is. Niets mag dan bekend worden verondersteld. En leg maar eens alles uit dat de domste lezer begrijpen moet zonder daarbij een slimmer publiek te vervelen.

Mijn bewondering gaat daarom vanouds uit naar de grote communicatoren. Zolang deze hun vaardigheden tenminste niet gebruiken om iets te verkopen.

Misschien heb ik daarom niet veel op met de schrijvers die zich richten op een kleine kliek aan geestverwanten — zoals nogal wat filosofen doen, en ook aardig wat dichters.

Zulke auteurs schrijven niet alleen brieven aan hun nichtje, ze hebben dat nichtje vaak eerst ook nog verwekt en opgevoed; zo niet gedrild tot applausmachine. Anders volgt immers uitstoting uit de familiekring. Aan hun teksten kleeft voor mij altijd de rotte stank van bedrog.

Dus toen ik opnieuw een boek van de beroemde Japanse dichter Bashō [1644 – 1694] probeerde — in de hoop dat een oude prozatekst toegankelijker zou zijn dan diens klassieke poëzie, in de hoop een tweede ‘hofreis’ te krijgen — was het niet de afstand in tijd, of het verschil in cultuur dat onoverbrugbaar bleek.

Bashō’s reisboek De smalle weg naar het hoge noorden is een tekst voor slechts heel fijne luiden.

Hij reisde nu eenmaal door een landschap dat al eeuwen door voorgangers beschreven was. En Bashō zocht al deze bezongen plekken op – misschien was dit zelfs wel het hoofddoel van diens pelgrimage.

Dus wordt een kortaf en zakelijk verslag telkens afgewisseld met een toepasselijke regel uit de klassieke Japanse poëziecanon. Die mij als oningewijde lezer natuurlijk geheel niets zei.

Aan originele tekst bevat dit deeltje privé-domein dan ook net achtentwintig [28] bladzijden. Aan inleiding biedt het al zes pagina’s, en aan commentaar zevenenzestig [67]. Daarnaast bevat dit boek nog twee delen met haiku’s, en ook weer de toelichting daarop.

En natuurlijk heb ik al die teksten gelezen. Daar de tijd voor genomen zelfs. Om even vanzelfsprekend te weten dat er niets van zal blijven hangen, na nu.

Maar mooi dat ze er zijn, zulke boeken.

Bashō, De smalle weg naar het verre noorden
Gekozen, vertaald en ingeleid door Jos Vos
186 pagina’s
De Arbeiderspers, 2005
privé-domein nr. 256

[x]opgenomen in het dossier:

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden