Toen ik fotograaf was ~ Félix Nadar

► door: A.IJ. van den Berg

Félix Nadar schreef vele autobiografische stukken. En de veertien over fotografie, die hij op zijn tachtigste bundelde, leverden een zeer aantrekkelijk boek op.

Het recept voor een prettig boek kan soms ook zo simpel zijn. Laat iemand bewust een aantal grote veranderingen meemaken in zijn leven. Laat hem daar vervolgens op reflecteren. Met enige distantie liefst — wat vanzelf komt door de afstand in tijd. Hoeft daar niet eens humor bij, zoals Nadar ook nog inbracht.

Hoogstens is op Quand j’étais photographe [Toen ik fotograaf was] aan te merken dat het boek uit losstaande stukken bestaat. Eerder in kranten gepubliceerd. Die lukraak door de tijd springen.

Nadar [1820 — 1910] was een nieuwsgierig en ondernemend mens. En hoewel hij nu nog vooral bekend staat als die fotograaf — omdat hij zo veel groten uit zijn tijd voor eeuwig vastlegde — deed hij nogal wat meer. Journalist was hij, karikaturist, ballonvaarder. En uitvinder ook.

Toen ik fotograaf was komt telkens terug hoe alles op dat vakgebied nog bedacht worden moest tijdens zijn leven. Van de apparatuur tot de afdruktechnieken. Van welke onderwerpen gefotografeerd werden tot hoe dat dan moest.

Wat dit betreft moet de lezer meer weten dan Nadar aan uitleg biedt. Voor hem sprak vanzelf dat film op rol nog niet bestond. Foto’s werden gemaakt op glazen platen. En heel lang moest de fotograaf op het moment van de opname zelf nog een plaat preparen door daar een lichtgevoelige stof over uit te laten vloeien — liefst zonder daarbij luchtbelletjes te produceren. Beelden waren alleen vast te leggen als die laag nog vloeibaar was.

Naast dat al die technische moeilijkheden te overwinnen waren — hoe fotografeer je bij kunstlicht, als elektriciteit nog amper getemd is? — is ook het verhaal boeiend van hoe het publiek reageerde op de introductie van de fotografie.

Voor het eerst kon iedereen een beeld van zichzelf laten vastleggen. Dit werd al gauw populair. Daardoor begonnen nogal wat mensen die mislukt waren in andere beroepen aan een carrière als fotograaf.

Maar Nadar wil ook hebben dat velen zichzelf aanvankelijk niet herkenden in de afbeelding. Dat ze ook foto’s van willekeurig ieder ander afrekenden, als ze tevreden waren over de kwaliteit van de afbeelding. Zelfs al stond op de foto een man met snor, en waren zijzelf glad geschoren.

Prachtiger nog vond ik de doorkijkjes naar het verleden die Nadar minder op effect schreef. Zoals er een lijstje is van uitvindingen die de mensheid spoedig zouden verrijken — volgens een catalogus voor een Wereldtentoonstelling. Vindingen die inmiddels soms wel maar lang niet altijd al verwezenlijkt zijn:

  • een zelfbewegende trap,
  • een in evenwicht gebrachte kruiwagen,
  • een afdoende bestratingssysteem,
  • trottoir-overdekkende luifels,
  • plantengroei zonder rijpingsproces,
  • een standaardfilter,
  • plantaardig vlees,
  • kledinghervorming,
  • een nieuwe brandstof,
  • een uurwerk dat met behulp van lucht loopt,
  • universele stuwkracht,
  • een genormaliseerde plattegrond van een huis,
  • een wetenschapstheater,
  • onbegrensde voortplanting van het geluid (Edison, let op…!)
  • landmeting met behulp van een daguerreotypie,

Die laatste toekomstwens was voor Nadar belangrijk, omdat hijzelf als éen der eerste heeft geprobeerd landschapfoto’s te maken vanuit een luchtballon. Eén van de hoofdstukken in dit boek beschrijft in detail de moeilijkheden daarbij.

En in deze tijd, nu ik meerdere mensen ken die drones willen kopen, om luchtbeelden van zichzelf te maken tijdens het mountainbiken, is het soms niet gek om ook eens terug te kijken. Om het besef dat dan rijst van hoe ver zulke vondsten komen.

Félix Nadar, Toen ik fotograaf was
vertaald en van een nawoord voorzien
door Mechtild Claessens

267 pagina’s
De Arbeiderspers, 2000
privé-domein nr. 227
oorspronkelijk: Quand j’étais photographe, 1900

[x]opgenomen in het dossier:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden