Paren, passanten ~ Botho Strauß

► door: A.IJ. van den Berg

Fremdkörper in de reeks privé-domein zijn het, de twee deeltjes van de Duitse auteur Botho Strauß [1944]. Boeken als Paare, Passanten of Niemand Anderes zijn namelijk geen egodocumenten, zoals de serie normaliter brengt.

Daarvoor is de aangebrachte stilering alleen al te duidelijk zichtbaar.

Sterker nog, Paren, passanten lijkt me eenvoudigweg een verhalenbundel te zijn. Ware het niet dat Strauß een geheel eigen soort verhalen schrijft. Die bestaan uit reeksen van korte fragmenten. Meestal zonder kop of staart, schijnbaar zonder samenhang. Waarin éen detail uit een leven telkens even tot hoofdzaak wordt gemaakt. Literair pointillisme schijnt deze techniek genoemd te worden onder critici.

In het lange beginhoofdstuk ‘Paren’ gaat het daarbij in vele brokjes en beetjes om wat er speelt tussen telkens twee verschillende mensen. De éen steeds een man, de ander telkens een vrouw. En wellicht dat een betere lezer dan ik de punten kan verbinden die in de tientallen losse fragmenten werden gemaakt, bij mij beklijfde vrijwel niets. Op het cliché na dan dat echt contact tussen twee mensen zeldzaam is.

Toegegeven, éen enkel hoofdstuk uit Paren, passanten leest wel autobiografisch; alsof de auteur daar wel een dagboek of aantekenschrift heeft opgenomen, met hoogstens nog iets aan stilering daarna.

In de twintig pagina’s van het hoofdstuk ‘Klad’ lijkt Strauß zich onder meer uit te spreken over wat hij leest, en daarop verdergaand zijn gedachten waren. Dan even heeft de uitgave iets van de aantekenboeken zoals Peter Handke ze schrijft. Al uit Strauß zich hierbij wel in lange alinea’s, en niet enkel in zinnen, zoals Handke doet.

Het zijn de enige pagina’s waaraan ik aantekeningen heb gewijd. Terwijl de deeltjes privé-domein van Strauß me eerder toch iets gedaan moet hebben — waarom heb ik ze anders ooit in huis gehaald?

scheiding

Ernst Jünger over het onafgebroken lezen van boeken: ‘Als je dagelijks een paar stenen toevoegt, kan je na zestig of tachtig jaar in een paleis wonen.’ Of dat wel waar is? Zit niet ook de oude man met al zijn kennis aan het eind voor een open, uitgebrand huis met een deur die nog maar aan éen scharnier hangt? [103]

Botho Strauss, Paren, passanten
183 pagina’s
De Arbeiderspers, 1983
privé-domein nr. 85
Vertaling door Gerda Meijerink van Paare, passanten, 1981

[x]opgenomen in het dossier:


© Boeklog 2005-2018. Alle rechten voorbehouden