Shah of Shahs ~ Ryszard Kapuściński

► door: A.IJ. van den Berg

Door dit leesdagboek ben ik er achter gekomen hoe prettig het kan zijn om kort op elkaar boeken te lezen die goed te vergelijken zijn. Komen die uitgaven van dezelfde schrijver, dan verrijkt dat mijn blik op alle titels gauw. Zijn de boeken juist van verschillende auteurs dan kan er iets prettig vonken in de botsing tussen hun beider opvattingen.

Alleen werkt deze aanpak niet altijd.

Toen ik de roman Teheran, een zwanezang van F. Springer wilde herlezen, was het de bedoelding om daar Shah of Shahs van Ryszard Kapuściński naast te zetten.

Dat was alleen al aardig geweest om het contrast tussen de uitgangspunten van de auteurs. Springer werkte als ambassadeur in Iran, en diende daarmee goede relaties te onderhouden met welk regime er maar de macht had. Zo’n ambassade is vaak allereerst een handelspost, die de belangen van de Nederlandse industrie in den vreemde behartigt.

Zet daar dan Kapuściński tegenover, die komend uit een dictatuur ging beschrijven hoe een andere dictatuur eruit zag. Wat zoal de middelen waren van een regime om de bevolking eronder te houden. Die een boek schrijft dat laat zien hoe een revolutie wel onvermijdelijk werd — terwijl hij ook opmerkt hoe zeldzaam revoluties eigenlijk zijn. Verschilde de situatie in zo veel landen elders nu echt met die in Iran?

Maar Springer’s Teheran, een zwanezang bleek bij herlezing een veel te matige roman om die nog eens te laten contrasteren met een klein meesterwerkje van reportagekunst. Daar had ik in vergelijking dan helemaal niets meer van overgelaten.

Shah of Shahs is Kapuscinski’s beste boek. Dat oordeel had ik al, en het werd bij herlezing bevestigd. Zelfs al zijn diens aantekenboeken dan misschien de boeken om vaker naar terug te keren.

Ook nu weer viel op hoe beknopt Shah of Shahs is, met zijn 140 pagina’s tekst in een vrij grote letter. Hoeveel details het desondanks biedt, en hoe goed Kapuściński die dan beschrijft — want opvallend veel kon ik me herinneren.

En, hij komt zelf nauwelijks in het boek voor; anders dan in de rest van zijn boeken.

Kapuściński laat zichzelf een paar keer over straat lopen, en met mensen praten. Uit de beschrijvingen blijkt bovendien dat hij in Teheran is geweest, en het zo theocratische Qom; waar Khomeini woonde. Maar dat zijn eerder verteltrucs, dan bepalende wendingen in het verhaal.

Net als dat hij een opvallende truc heeft om de recente geschiedenis van Iran samen te vatten tot het moment van de revolutie. Kapuściński gebruikt daarvoor een reeks foto’s, om al associërend vanuit die afbeeldingen tot een verhaal te komen.

Vanzelfsprekend staan die foto’s niet in het boek afgebeeld.

Sterkste verteltruc staat evenwel op de pagina’s waarin wordt uitgelegd waarom het moderniseringsoffensief van de laatste Sjah wel moest mislukken.

Toen Iran zeker was dat het miljarden ging verdienen uit de olie onder het land, kondigde de Sjah trots aan dat hij daarmee het land in tien jaar op een zelfde beschavingspeil ging brengen als welk Westers land ook. Dus werd er meteen ook maar van alles besteld. En toen waren er geen havens, waar de schepen met hun ladingen binnen konden varen. En toen die er wel waren, ontbraken pakhuizen om de goederen op te slaan. En toen er pakhuizen waren gebouwd, ontbraken er vrachtwagens om de goederen het land in te brengen. Kwamen de vrachtwagens er, ontbraken de chauffeurs.

De samenvatting hier doet geen recht aan de hypnotiserende anderhalve pagina die Kapuściński aan deze problemen wijdt.

En de inhoud van die anderhalve pagina doet dan weer geen recht aan het werkelijke probleem. Dictaturen houden alles het liefst klein, onder ons, en hebben geen zin om nieuwe elites op te leiden. Iran kwam een klein miljoen experts tekort op allerlei gebied om de sprong vooruit te maken, en dat tekort was vooral ontstaan omdat de Sjah het universitair onderwijs in eigen land vrijwel onmogelijk maakte. Universiteiten waren maar vervelende plaatsen van onrust.

Iraniërs genoeg die een hogere opleiding volgden; alleen deden deze dat bijna allemaal in het buitenland. Verspreid. Zodat zich geen kliekjes vormden van opstandige jonge mensen. [1]

Daarmee wordt het bijna vanzelfsprekend dat de voornaamste weerstand tegen het bewind groeide binnen het enige instituut waar de barbaarse geheime politie niet almachtig was. De moskeeën in het land.

Shah of Shahs bestaat uit twee delen. Het eerste schetst wat Iran voor land was, en waarom een revolutie daar broeide. Het tweede vertelt iets over wat er gebeurde toen de revolutie kwam.

Daar was op het moment van schrijven alleen veel minder duidelijkheid over te geven. Kernzin daarbij luidt wel:

Dissent soon broke out in the revolutionary camp. Everyone had opposed the Shah and wanted to remove him, but everyone had imagined the future differently. [148]

En door dit boek, en de parallellen die het maakt met de situatie in Polen — voor wie deze wil zien — ben ik voor het eerst echt nieuwsgierig geworden naar die zo kritische biografie over Kapuściński.

Boeken kennen is éen ding. Daartoe volstaat het al gauw om zo’n ding te lezen. Weten hoe een boek ontvangen werd door het publiek waarvoor het geschreven werd, is al iets anders.

Ryszard Kapuściński, Shah of Shahs
152 pagina’s
Penguin Modern Classics 2006, oorspronkelijk 1985
vertaling van Szachinszach, 1982
  1. Zo bezien is internet een revolutionair wapen. []

[x]