Zomer beschrijf je het best op een winterdag ~ Henrik Ibsen

► door: A.IJ. van den Berg

Van alle literaire genres doet toneel me het minst. Misschien is dit enkel uit ongewoonte. Wellicht komt dat door luiheid ook, omdat het bij toneel niet volstaat om een boek open te slaan. Elke toneeltekst is rijker als die door acteurs geïnterpreteerd wordt. Maar zo’n interpretatie vergt dan weer dat je de deur uit moet, om in een zaal ergens opeengepakt passief van alles over je heen te laten komen.

Want toneel moet wel bekeken worden. Toneelspelers klinken altijd onwaarachtig als je de ogen sluit. Dus is bij toneel de taal nooit het enige dat er toe doet.

Van schrijvers die zich in meerdere genres weerden, ken ik ook altijd het toneelwerk het slechtst.

En van sommige onmetelijk beroemde toneelschrijvers ken ik amper het werk tot helemaal niets.

Van Henrik Ibsen [1828 — 1906] weet ik ooit Hedda Gabler te hebben gezien. Al kan het ook Nora|Een poppenhuis zijn geweest. Mijn twijfel hierover lijkt me illustratief.

En omdat het als een schande voelde zo weinig van of over dat werk te kennen, wendde ik me tot toegankelijker materiaal. Een bloemlezing uit zijn brieven, die werd opgenomen in de reeks privé-domein.

Dit boek zette me alleen eerst tot iets heel anders aan dan dat ik nu die toneelstukken wil lezen.

Ibsen worstelde in zijn tijd met het auteursrecht. Want de bescherming van deze rechten was alleen gegarandeerd in de landen waarmee het eigen land een verdrag had gesloten. Daardoor eerbiedigden de Scandinavische landen elkaars kunstenaars wel, maar lag er het probleem dat Ibsen’s toneelteksten in Duitsland straffeloos als roofdruk op de markt verschenen.

Hij kloeg daar stevig over in zijn brieven.

Toen kwam er ook nog een progressieve politicus genaamd Berner in het boek voor. En daardoor verliet ik het boek om te onderzoeken of de Berner Conventie over het auteursrecht uit 1886 misschien naar een mens was genoemd, en niet naar de stad — wat niet zo was.

Vervolgens werd dan weer een zaak om te kijken welke schrijvers zich internationaal hadden geweerd indertijd om afspraken over het auteursrecht af te dwingen. En zo doet lezen altijd verder lezen.

Ondertussen had ik het idee wel goed bediend te zijn door de samenstellers van De zomer beschrijf je het best op een winterdag.

Ibsen stamde uit Noorwegen. En dat land ontworstelde zich in de negentiende eeuw langzaam aan Deense en Zweedse overheersing. Typerend genoeg schreef Henrik Ibsen in het begin van zijn carrière vooral stukken die de Noorse eigenheid benadrukten — gebaseerd op heldensagen en andere roemruchte daden uit het verleden. En het is dan altijd mooi om iemands keuzes in het leven in een breder perspectief te kunnen kunnen zien. Want, wat deed Ibsen anders dan meehelpen om tradities uit te vinden?

Zijn unieke eigen toon vond hij pas later. In het buitenland dan ook nog. Onder meer omdat er in eigen land zo slecht van de kunsten te leven viel.

Opvallend aan Ibsen’s nu nog gespeelde werk is dat het al zo snel overal een succes werd. Deze briefbundel maakt onder meer een aardig zijsprongetje naar de correspondentie met Nederlandse geadresseerden. Zijn zo op het echte leven gebaseerde toneelwerk werd hier al in 1889 voor het eerst opgevoerd.

Nog altijd staat Ibsen in de top-tien van meest uitgevoerde toneelschrijvers in Nederland.

Blijft alleen staan dat zo’n bijboek als dit veel rijker is voor wie de hoofdwerken kent.

En graag had ik veel meer gelezen van wat Ibsen aan adviezen meegaf, aan de acteurs en regisseurs. Zo schreef hij de toneelspeelster Sofie Reimers in 1887:

Verder moet u gebruikmaken van uw studies en observaties van het werkelijke leven. Geen declamatie. Geen toneeltoontjes. Helemaal geen plechtstatigheden! Geef aan iedere stemming een geloofwaardige, natuurlijke uitdrukking. Denk nooit aan de een of andere actrice die u ooit gezien hebt, maar houdt u aan het leven zelf, zoals zich dat buiten, om u heen, laat zien en horen Speel een echt levend mens. […]

Omdat bij zulke aanwijzingen geldt wat een Norbert Elias bijvoorbeeld ontleende aan etiquetteboeken – als tegen een verschijnsel gewaarschuwd wordt, betekent dit dat het heel algemeen zal zijn voorgekomen.

En juist bij zulke doorkijkjes geeft het verleden even rechtstreeks inzicht in wat ooit normaal was.

Henrik Ibsen, De zomer beschrijf je het best op een winterdag
Brieven
Geselecteerd, vertaald en ingeleid en van commentaar voorzien
door Suze van der Poll en Rob van der Zalm in samenwerking met
Jeanne Dullaert-Van Tol en Sjoukje Marsman
344 pagina’s
De Arbeiderspers, 2011
privé-domein nr. 273

[x]opgenomen in het dossier:


© Boeklog 2005-2018. Alle rechten voorbehouden