Humans Who Went Extinct ~ Clive Finlayson

► door: A.IJ. van den Berg

Mooi aan de literatuur over oermensen is dat daarin de waarheden van een paar jaar terug vaak alweer achterhaald zijn. De kennis over het onderwerp neemt toe. Wat misschien ook makkelijk kan, juist omdat er zo weinig bekend is.

Vorige maand nog was de vondst van een enkele onderkaak genoeg om verstrekkende conclusies te trekken.

Archeologie. Dat blijft de enige wetenschap waarin hele beschavingen worden afgeleid uit een toevallig puzzelstukje

Maar, tegenwoordig zijn delen van het genoom bekend van Neanderthalers. En die gegevens kunnen vergeleken worden met de menselijke genendata. Waaruit dan weer conclusies volgen.

Tegelijk staat nog altijd niet vast of Neanderthalers nu een uitgestorven ondersoort is van de huidige mens, of een aparte doodlopende tak vormen in de ontwikkeling van de mensachtigen.

Tenzij die ene onderkaak als sluitend bewijs wordt aanvaard dat er kinderen zijn ontstaan uit vermenging tussen Neanderthalers en onze voorouders.

In de biologie is bij het soortenonderscheid namelijk cruciaal of er onderling gepaard kan worden, en dat dan levensvatbare nakomelingen oplevert. Toen Finlayson zijn boek publiceerde in 2009 was er in elk geval geen consensus over onder zijn collega’s of de Neanderthalers voortleven in ons.

Overigens gaat The Humans Who Went Extinct over alle nu bekende uitgestorven mensachtigen — en dan vooral over wat de redenen kunnen zijn geweest voor hun verdwijning.

Finlayson’s voornaamste verdienste daarbij is dat hij laat zien hoeveel vooringenomenheid er altijd heeft bestaan, in dit onderzoek.

Zo lag in het traditionele beeld van Neanderthalers altijd de nadruk op hun primitiviteit. Op die zware wenkbrauwboog. In oude reconstructies kregen ze ook altijd enorm veel haar. En in zo’n beeld past niet dat ze dezelfde genen hadden als bij de moderne mens bepalend zijn voor de vorming van de spraakorganen. Terwijl hedendaags genenonderzoek dat toevallig wel heeft aangetoond. Waardoor de aanname nu is dat Neanderthalers waarschijnlijk wel degelijk over taal beschikten.

In onze ideeën over uitgestorven mensachtigen weegt nu eenmaal altijd mee dat zij er niet meer zijn, en wij lekker wel. Wat ons dan tot betere mensen maakt. De overlevers.

Maar helaas werkt evolutie anders. Finlayson stelt daarom in zijn boek een belangrijke hypothetische vraag. Wie van ons heeft de grootste overlevingskans, als onze beschaving een fatale crisis doormaakt? Wie heeft het beste afweermechanisme tegen nieuwe ziekten, wie kan het best tegen drinkwater van slechte kwaliteit, en wie weerstaat honger het langst?

Finlayson zou zijn geld dan zetten op de scharrelaars aan de periferie van onze samenleving. De onaanzienlijken en marginalen. Die nu al moeite moeten doen om te overleven. Want wat koningen of kardinalen speciaal maakt, is onder minder beschaafde omstandigheden immers geheel niets meer waard.

En wie vanuit zo’n inzicht de ontwikkeling van de mensheid bekijkt, wordt vanzelf nederiger als voorgangers. Clive Finlayson heeft al evenmin dan wie verder ook een sluitende verklaring voor waarom de Neanderthalers uitstierven. Het zou alleen kunnen zijn dat ze te stevig gebouwd waren — en het onderhoud van zulke superlichamen te veel energie kostte. Dat mensachtigen met een lichtere bouw door toevallige natuurlijke omstandigheden wel een lange periode van schaarste overleefd kunnen hebben.

Het overleven van een soort is zelden een verdienste.

Clive Finlayson, The Humans Who Went Extinct
Why Neanderthals died out an we survived

273 pagina’s
Oxford University Press, 2009

[x]opgenomen in het dossier: ,


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden