Geen blad voor de mond ~ Ybo Buruma

► door: A.IJ. van den Berg

Het recht verhoudt zich tot de democratie als het geweten tot de discussiërende en handelende mens. Hardop denkend kwam Ybo Buruma tot deze definitie, in de inleiding van zijn essaybundel Geen blad voor de mond. Om die begripsbepaling vervolgens meteen wat af te zwakken.

Want, ons collectieve morele kompas verandert weleens. Niet bij elke nieuwe regel. Maar wie, zoals ik, in het verleden met regelmaat moest eten in de sigarettenwalm van anderen is blij dat er soms wel degelijk vooruitgang bestaat.

Ook kan op heel verschillende manieren naar dat recht gekeken. Mijn probleem, als rechtbankverslaggever, werd dat ik teveel toneelstukjes zag in de rechtszaal, waarin zowel het Openbaar ministerie als de verdediging van een verdachte eerder bezig waren met etiketjes en procedures dan met iets dat op waarheidsvinding leek.

En advocaten kunnen daar doorgaans goed mee leven.

Buruma volgt liever Amartya Sen, die stelde dat de kracht van het recht sterk ondermijnd wordt als het resultaat van een procedure niet te verdedigen is – zoals bij dwalingen. Dan mogen alle procedures weliswaar perfect zijn verlopen, maar dan kan er wel een onschuldig iemand voor jaren achter tralies gaan; zoals bij Lucia de Berk.

En hoewel op boeklog in het dossier recht & krom telkens terugkomt dat in 90% van de strafzaken vrijwel niets mis kan gaan — omdat daar geen twijfel bestaat over schuld en dader — is het systeem er volgens mij nog steeds niet op ingericht om met de moeilijkheden in die resterende 10% om te gaan. Ook rechters denken te zeer alleen in juridische waarheden, en vertrouwen voor alles daarbuiten te veel op de kennis van ingehuurde deskundigen. En helaas zitten daar dan nogal wat krukken en kwakdenkers tussen.

Voor Buruma moeten rechters hun werk dan ook blijven toetsen aan diepere rechtsbeginsels.

En, ook zouden rechters zich wat minder bescheiden moeten opstellen.

Belangrijkste signalement van Buruma is, wat mij betreft, dat er iets verschuift in de rechtstaat onder invloed van politieke dadendrang. Het bestuursrecht krijgt bijvoorbeeld steeds meer invloed. De overheid wil van tevoren liefst van alles voorkomen. En preventie is vanzelfsprekend mooi, en begrijpelijk. Alleen strekt de preventie zich er inmiddels ook toe uit dat mensen iets geweigerd wordt, omdat ineens voorspeld kan worden dat hun toekomstige gedrag niet deugen zal.

Rechters oordelen en veroordeelden tot nu toe altijd achteraf. Maar ineens hebben ambtenaren bijvoorbeeld de macht gekregen om iemand te beletten een café te gaan exploiteren — bijvoorbeeld omdat er een smetje in zijn of haar verleden is. Plots kunnen er dus ook door niet-rechters veroordelingen worden uitgesproken op basis van een verwachting over toekomstig gedrag.

[Overigens zijn ook in het strafrecht inmiddels Nederlanders veroordeeld vanwege hun vermeende plannen voor een terroristische daad. Die drempel is dus ook daar overschreden.

Van hier is het nog een klein stapje maar naar het: ‘computer says no’]

En dan gaat Buruma mij nog lang niet ver genoeg in zijn signalement van wat er allemaal door overheden gedaan wordt in de naam van preventie — Nederland heeft zeker 5.000 databases waarin het gedrag van zijn bevolking wordt vastgelegd — maar hij toont tenminste benul. Dat is al zo veel meer dan de laatste twintig jaar normaal was.

Ybo Buruma is tegenwoordig raadsheer van de Hoge Raad, de hoogste rechtsprekende instantie in Nederland.

Op het moment dat hij de stukken schreef uit Geen blad voor de mond was hij hoogleraar strafrecht; en kon hij dus vrijer spreken.

Beter dan de inleiding werd het boek alleen niet meer — sterker nog, toen mij opviel dat de inleiding ook een samenvatting was van het boek viel de inhoud niet altijd mee. Soms waren de eerder al eens elders gepubliceerde stukken al te tijdsgebonden. Nu nog in twee stukken moeten lezen dat het proces van sommige lieden tegen de populist Geert Wilders kans loopt een politiek proces te worden, is aan de late kant.

Om kernwaarden gaat het bij het recht. En om de ontwikkelingen daarin. Dus is het weliswaar goed om ook Buruma uit te zien leggen waar het mis ging in de zaak tegen Lucia de Berk. Wat er goed of juist slecht is aan burgerspeurders als Peter R. de Vries. Maar dat werkt voor mij allereerst als het bijzondere dient om het meer algemene te verduidelijken.

Ybo Buruma, Geen blad voor de mond
Strafrechtspraak in Nederland

335 pagina’s
Bert Bakker, 2011

[x]opgenomen in het dossier:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden