Ongerijmd succes ~ Thomas Vaessens

► door: A.IJ. van den Berg

Alles overziend is er geen genre dat me zo weinig schenkt als de poëzie. Honderden, zo niet duizenden gedichten lees ik per jaar. En bij de meeste dommel ik langzaamaan in.

Vanzelfsprekend ligt dit aan mij. En er is heus ook weleens een dichter die in voordracht leuk klinkt. Al vallen zijn of haar woorden dan op papier altijd weer tegen.

Maar voor mij geldt waarschijnlijk bij poëzie hetzelfde als voor muziek. Er is in beide kunstuitingen éen periode waarin ik veel van wat er toen verscheen geweldig kan appreciëren; zonder daar enige moeite voor te hoeven doen. In de muziek is dat de periode zo’n beetje tussen 1750 en 1820. Voor de poëzie zijn die grensdata zo ongeveer 1900 tot 1939. Al wat daarvoor of daarna verscheen is minder.

Uitzonderingen daargelaten.

Misschien komt mijn onverschilligheid voor de meeste poëzie door de beperkte thematiek van hun dichters. Wellicht staat me tegen dat te veel dichtregels gewoon te gekunsteld zijn.

Zeker is dat wijsheid me te vaak ontbreekt — wat wijsheid dan ook zijn moge. Het tonen van nieuwe perspectieven wellicht; zoals Vaessens dat noemt.

Alleen koop ik ondanks alles nog weleens een dichtbundel. En dat is al meer dan vrijwel heel Nederland en Vlaanderen zeggen kan.

Tegelijk leeft de poëzie wel degelijk volop in dit taalgebied. Nederland kent zelfs een ‘Dichter des Vaderlands’. Uit Ongerijmd succes van Thomas Vaessens blijkt alleen dat er heel verschillende poëziecircuits naast elkaar bestaan.

Zo is er het selecte groepje poëten dat altijd de literaire prijzen wint, voor hun doorgaans niet direct begrijpelijke werk. De ‘belangrijke dichters’.

En er is daarvan apart staand circuit van poetry-slams en andere publieke poëziebijeenkomsten, waarin een wat jongere generatie actief is.

Mag verder niet vergeten worden dat honderdduizenden meer liefst direct naar het rijm grijpen om als hun gemoed prangt dat dan te luchten in verzen; het cliché daarbij niet schuwend.

Vergat Vaessens nog wat er al niet geschreven wordt met Sinterklaas.

Ongerijmd succes is daarmee allereerst een plaatsbepaling in de tijd. Een inventarisatie, met menige open deur. Waarmee de auteur probeerde vast te stellen hoe het er met de dichtkunst voorstaat momenteel. Pas in de laatste hoofdstukken bedreef hij daarbij meer subjectieve cultuurkritiek.

Want hoe komt het dat poëzie zo’n elitair karakter heeft gekregen?

Ook Vaessens wijst dan naar het onderwijs, dat de kindertjes te weinig bijbrengt, aan taalgevoel en taalontzag. En op zich is dat perfect te begrijpen. Thomas Vaessens werkt aan een universiteit. Die wil iets zaaien. Om daarbij te merken dat de akkers die hij bewerken moet doorgaans nog niet eens ontgonnen zijn.

Over school bestaan alleen nogal overspannen verwachtingen. En gebreken aan het onderwijs worden altijd geconstateerd door iemand die dan prompt veranderingen in het curriculum wil aanbrengen.

Vaessens onderkent helaas niet dat dit mechanisme bestaat. Terwijl hij verder toch zo zijn best heeft gedaan om objectief wetenschappelijk over een verschijnsel als de dichtkunst in Nederland te schrijven.

Want een poging tot objectiviteit doet dit boek zeker. Een leerboek is het daarmee, en zeker geen pamflet. Want, liefde voor de poëzie, wordt dat verschijnsel eigenlijk wel benoemd?

Thomas Vaessens, Ongerijmd succes
Poëzie in een onpoëtische tijd

269 pagina’s
Uitgeverij Vantilt, 2006

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden