En we gaan nog niet naar huis! ~ Hans Pars

► door: A.IJ. van den Berg

Veel van wat nu zo vanzelf spreekt, moest ooit worden bedacht. Neem plaatsnaamborden. Heel lang vond niemand die nodig. De mensen wisten zelf best hoe het heette waar ze woonden. Pas toen er verkeer van buiten op gang kwam, volgde er druk op de overheid om de oriëntatie van reizigers te helpen.

Eerst pleitte de ANWB er nog voor om lokaal in elk geval op de postkantoren de plaatsnaam aan te brengen. En in 1927 begon deze bond tezamen met de KNAC zelf maar met het neerzetten van plaatsnaamborden en wegwijzers — waarop het parlement eind dat jaar grommend akkoord ging dat er subsidie mocht gaan naar deze dienst.

Ofwel, uit geschiedenisboeken leer ik het liefst wat als normaal werd gezien, en waarom dan wel. En we gaan nog niet naar huis! van Hans Pars voldeed op twee manieren aan deze eis. De auteur wist allerlei nuttige feiten op te diepen, en daar jaartallen aan te kleven. En dit boek heeft vijf keer zo veel pagina’s met foto’s dan met tekst.

En zelfs die geposeerde foto’s met het thema vakantie uit het Spaarnestad-archief hebben iets nu ze oud zijn geworden; en een wereld tonen die zo niet meer bestaat.

En we gaan nog niet naar huis! bracht ook nuttige aanvullingen op On Holiday van Orvar Löfgren. Ging dat boek van Zweedse etnograaf met brede kwaststroken over de ontwikkeling van het toerisme de afgelopen eeuwen. Hans Pars vulde voor mij nogal wat ontbrekende gegevens in over hoe wereld vakantie leerde vieren.

Want van zo veel was er een begin. Er is een eerste reisbureau, met een eerste georganiseerde reis. Een eerste bedrijf dat caravans ging bouwen. Een eerste iemand die de caravan zelf van een motor voorzag en zo de camper uitvond.

En Pars behandelt gelukkig wel het kamperen als vakantiedoel — hij geeft daar zelfs data bij, en cijfers over.

De eerste tent was ook een Engelse uitvinding. In 1899 maakte Thomas Hiram Holding de eerste lichtgewicht tent: 1.75 meter lang, 1.75 breed en 1.75 hoog. Deze A-tent van geïmpregneerde zijde woog, samen met de bamboestokken, minder dan een kilo. Hiram Holding was kleermaker van beroep maar in zijn vrije tijd een enthousiaste fietser. [10]

Ook nieuw voor mij was dat Boer Koekoek nog aan de wieg heeft gestaan van het kamperen bij de boeren — en lokaal zijn er nogal wat van deze kleine boerencampings bijgekomen de laatste jaren zo is me opgevallen.

Dat is een raar besef. Ga je in eigen land op vakantie, moet je je dan ineens bedenken van de rust daar te kunnen genieten mede dankzij een recalcitrante politicus van een protestpartij.

Hans Pars, En we gaan nog niet naar huis!
100 jaar Nederlanders op vakantie

200 pagina’s
Scriptum, z.j.

[x]opgenomen in het dossier: ,


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden