Parijs 1919 ~ Margaret MacMillan

► door: A.IJ. van den Berg

De Syrische kwestie is al zeker honderd jaar oud — en al die tijd hebben buitenstaanders geen antwoord kunnen vinden. Wantrouw dus iedereen die nu meent een simpele oplossing te hebben. Bijvoorbeeld door strategisch wat bommen te leggen. En daarmee dus voor de goede partij te kiezen en tegen de slechte — in een conflict waarin er geen goeden zijn.

Maar goed, wie durft er nog na te denken over waardoor conflicten werkelijk ontstaan zijn? Of hoe belachelijk oppervlakkig de massamedia doorgaans hun actualiteiten behandelen?

Al moet ook ik toegeven niet de fijne details te kennen in deze. Mijn kennis hield er zo ongeveer bij op dat de Britten, met de Amerikanen en de Fransen, het hele Midden-Oosten bijna volstrekt willekeurig verdeeld hebben tijdens een achternamiddag begin twintigste eeuw. Op de achterkant van een envelop. Met hulp van een liniaaltje. En dat de kunstmatige grenzen die toen getrokken zijn indertijd al niet eens hielpen om de bestaande strubbelingen in de regio te verhelpen.

Wel werd het voor de Britten goedkoper om troepen in het gebied te hebben. Want de Fransen namen ook een taak op zich.

Mijn weerzin om me werkelijk in het onderwerp te verdiepen, komt door vooral een walging over de evenementiële geschiedenis als onderwerp; en alle bijbehorende jaartallen. Oorlog acht ik het toppunt van menselijk onvermogen; en daarmee het laatste onderwerp om me vrijwillig mee bezig te houden.

Toch knaagde het gebrek aan kennis over het ontstaan van het huidige Midden-Oosten. Waardoor ik Margaret MacMillan’s Parijs 1919 las — dat over de vredesonderhandelingen gaat die na de Eerste Wereldoorlog plaatsvonden — en waarbij niet alleen de grenzen van Syrië, maar die van nogal wat landen meer zijn bepaald. Polen ontstond weer. Oostenrijk-Hongarije werd opgedeeld. Het Ottomaanse Rijk herverkaveld. En met nogal wat kolonies werd ook nog gekwartet.

Van de tentamenstof Nieuwste geschiedenis ooit herinnerde ik me dat deze onderhandelingen verder niet bijzonder succesvol waren. Weliswaar leverden die op dat de Volkenbond [League of Nations] werd opgericht. Maar dat bleek vervolgens een krachteloos bureaucratietje.

Duitsland zag in de resultaten van de onderhandelingen later reden om de Tweede Wereldoorlog te beginnen, dat was ook nog zo’n feit. De schande moest worden uitgewist. MacMillan relativeerde dit gegeven dan weer door te stellen dat daar wel veel latere propaganda bij zat — zo ongunstig was Duitsland helemaal niet uit deze onderhandelingen gekomen. Het land bestond toen nog amper vijftig jaar — de geallieerden hadden ook kunnen besluiten het weer op te delen.

Margaret MacMillan is in Parijs 1919 vooral goed in het schetsen van de menselijke kant van de onderhandelingen. De poppetjes die het overleg moesten voeren, krijgen karakter in het boek. Tegelijk is de nadruk op al die mannen en hun hebbelijkheden ook wat vermoeiend.

Toch heeft het nut om juist zo het verhaal te vertellen van hoe de hele wereld even opnieuw verdeeld werd. Op papier. Zonder dat er al te veel kennis in de weg zat. Goed beschouwd is dit verhaal in abstractie te krankzinnig voor woorden — daar moet dus wel een meer menselijke maat aan gegeven worden.

Nogal wat problemen die nu nog spelen, zijn toen ontstaan. Of bestendigd. Weten wat er indertijd genegeerd werd, kan helpen om beter te begrijpen waarom telkens het nieuws haalt wat helemaal zo actueel niet is.

Margaret MacMillan, Parijs 1919
Zes maanden die de wereld veranderden

met een voorwoord van Maarten Brands
668 pagina’s
Mouria, 2005
vertaling van Peacemakers, 2001

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden