Ham on Rye ~ Charles Bukowski

► door: A.IJ. van den Berg

De herinnering aan een boek vergroeit niet zelden tot een karikatuur van de inhoud. En het eist dan een inspanning om dat beeld te corrigeren — als op een geven moment toch een vraag wordt of die correctie de moeite loont.

Ik wist slechts nog drie dingen over Ham on Rye van Charles Bukowski — dat ik eerder gelezen zal hebben in de vertaling Kind onder kannibalen. De roman gaat over zijn nogal verschrikkelijke jeugd — waarbij het dieptepunt lag toen hij in de puberteit kwam en angstaanjagend grote puisten kreeg. En ik vond dit indertijd zijn beste roman van de vijf of zes die er zijn.

Of dit laatste oordeel stand houdt, was de vraag niet ditmaal. Ham on Rye moest me nu vooral laten zien of ik Bukowski’s boeken überhaupt nog verteren kan.

Dezelfde elementen die hem voor mij, en menig leeftijdgenoot die verder niets las, zo aantrekkelijk maakte, stootten me later namelijk af. Zijn hoofdpersonen, die doorgaans nogal op de schrijver lijken, werden me net te alcoholistisch nihilistisch om niet ook te voorspelbaar te zijn.

Een boek over hoe een jongen opgroeit, heeft dan als voordeel dat hij in elk geval de fles nog moet leren ontdekken.

Toch speelt alcoholisme wel degelijk een grote rol in Ham on Rye. De vader van de hoofdpersoon drinkt. En misschien is het dit dat hem tot een bijzonder hardvochtige man maakt. Of wellicht is het de crisis van de jaren dertig, die de vader werkloos houdt; wat het gezin arm maakt. Niet uit te sluiten is zelfs dat de man een oorlogstrauma heeft — omdat Bukowski’s echte vader als Amerikaanse soldaat in de Eerste Wereldoorlog vocht, en toen nog een tijd in Duitsland bleef hangen. Feit blijft dat de jongen met regelmaat om niets wordt afgetuigd.

Meest waardevol aan de roman nu vond ik de observaties van de jongen, over het milieu waarin hij telkens kwam te verkeren.

Over dat zijn vader hem naar de highschool verderop stuurde, omdat daar rijke kinderen op zaten — terwijl de buurtschool hem niet met die laag mensen in contact zou brengen.

Niet dat er contact was, overigens.

Over zijn bezoeken aan het gratis ziekenhuis, waar de doktoren hem van zijn puisten af moesten helpen. Waar de schrijver hem ineens laat beseffen dat hij slechts proefkonijn is waar de artsen op kunnen experimenteren. Want een werkende behandeling voor zijn acne hebben ze niet.

Of over zijn eerste werkplek, een warenhuis, waar hij onverwacht is aangenomen. Om daar meteen te zien dat het zijn werkgever maar om éen ding is te doen. Om dankbaarheid te laten groeien bij hem een baan te hebben. Want het gezelschap misfits dat hem tegelijk zijn eerste werkdag heeft, lijken hem blijvertjes; dankbare werkkrachten; hoe belachelijk de werkomstandigheden ook nog zullen worden.

Werd het zo liefdeloos opgevoede jongetje in de loop van de roman wel een vroeg-cynische man — van het type dat in de overige romans en verhalen zo succesvol geëxploiteerd is.

En die man interesseert me het meeste niet meer. De schok die zijn wederwaardigheden ooit brachten, is nu niet meer op te roepen, zo bleek.

Charles Bukowski, Ham on Rye
Introduced by Roddy Doyle

318 pagina’s
Canongate 2001, oorspronkelijk 1982

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden