Dear Life ~ Alice Munro

► door: A.IJ. van den Berg

Mijn eerste reactie op de bekroning van Alice Munro met de Nobelprijs was vreugde. Eindelijk leek er eens iemand beloond te worden puur om haar vertelkracht — en niet om éen of andere dappere stellingname ergens over, buiten de literatuur.

Mijn tweede reactie werd er éen van geamuseerde verbazing. Want terwijl de media hier wel aandacht moesten besteden aan het nieuws van die Nobelprijs, kwam er daarbij nooit eens iemand aan het woord die ook maar iets van Munro gelezen leek te hebben. Sterker nog, er waren ineens boekrecensenten die hun gebrek aan eigen kennis over het oeuvre nogal makkelijk afdeden met laatdunkend commentaar.

Wat toch ook vrij verhelderend is.

Het was vreemd kortom ineens te merken wel heel veel meer over Alice Munro te weten dan iedereen van de spraakmakende gemeente. Wat kan omdat ik haar werk al zo lang ken. Verschillende van haar boeken las ik inmiddels meer dan eens — mede omdat het heel lang een groot probleem was om ze in bezit te krijgen. Dus werd zo’n boek dan maar weer eens uit een bieb geleend. Want voor Vintage met herdrukken in grote oplagen begon, aan het begin van deze eeuw, was haar werk doorgaans alleen tegen hoge extra kosten te krijgen via het Canadese filiaal van Amazon.

Een kleine twintig jaar ligt er zeker tussen mijn eerste kennismaking met Alice Munro’s verhalen en nu. En veel aan die oerontmoeting tussen lezer en schrijver verliep bijna per ongeluk.

Ik las toevallig een verhaal van haar in een toevallige verzameling met ‘beste verhalen’ uit een toevallig jaar. Daarin viel het nogal positief op — wat dus ook kon zijn omdat de rest me zo matig beviel. De enige verzameling van haar werk die binnen mijn bereik was, stond in de universiteitsbibliotheek. En toevallig bleek dit later éen van haar betere bundels te zijn, zodat er vrijwel direct grote bewondering groeide.

Want stel dat ik indertijd met Dear Life begonnen was. Dan had ik de naam Alice Munro niet eens onthouden. En was het de moeite niet waard geweest om die naam aan te tekenen op het lijstje dat ik ooit altijd bij me droeg bij boekhandelbezoeken.

Maar misschien was het nu de tijd nog niet om Dear Life nu al te lezen; en viel het boek me daarom tegen.

Ik had de totstandkoming van deze bundel — de laatste die ze schreef, zo kondigde Alice Munro aan eerder dit jaar — namelijk al over langere tijd kunnen volgen. Want Munro’s faam was ineens, al sinds zeker een jaar of tien, ook buiten Canada rijzende. Verhalen van haar haalden al sinds 1977 de New Yorker; alleen leken het er de laatste jaren ineens meer dan ooit te zijn. Ineens liet de BBC Radio 4 verhalen van haar voorlezen, die later in Dear Life bleken te staan. Zo maar werden er een TV-serie en een film gemaakt naar oudere verhalen van haar.

En wellicht miste ik nu net het sprankje magie in deze bundel — omdat te veel me al bekend leek — dat eerdere boeken wel zo memorabel maakte.

Maar wat is het dan dat sommige verhalen van Alice Munro zo goed maakt — geef nu eens de uitleg waar de spraakmakende gemeente hier zo opzichtig in faalde.

Je bent er namelijk niet door enkel de inhoud van een verhaal of wat samen te vatten.

Prettig aan Alice Munro vond ik haar betrekkelijke onbekendheid zo lang; die mede gevoed werd door een grote mediaschuwheid. Het duurde jaren voor ik eindelijk eens een interview met haar las. En dat gesprek was toen niet heel verhelderend.

[…] when I write a story I want to make a certain kind of structure, and I know the feeling I want to get from being inside that structure. This is the hard part of the explanation, where I have to use a word like “feeling,” which is not very precise, because if I attempt to be more intellectually respectable I will have to be dishonest. “Feeling” will have to do. […] Feeling that comes from being inside the structure.

There is no blueprint for the structure. It’s not a question of, “I’ll make this kind of house because if I do it right it will have this effect.” I’ve got to make, I’ve got to build up, a house, a story, to fit around the indescribable “feeling” that is like the soul of the story, and which I must insist upon in a dogged, embarrassed way, as being no more definable than that. […]

(interview with Peter Gzowski, June 1987)

Bij Alice Munro vond dus alles wat er tussen schrijver en lezer kan zijn plaats op de bladzijden van haar boeken. En dat volstond ook. Dat volstaat nog steeds. Het is mooi dat er nu even extra media-aandacht is voor het oeuvre — alleen groeit er pas een band met die boeken als die toch ook ergens iets raken.

En wat haar daarbij dan in haar beste verhalen lukt, is om een leven in een bladzijde of dertig hoogstens zo te beschrijven dat er niet enkel wordt ingezoomd op een enkel verhevigd moment — zoals bijvoorbeeld Carver en meeste verhaalschrijvers wel doen. Haar levens zijn veel voller — voller dan menig romanschrijver lukt — personages krijgen een hele geschiedenis mee, vaak met de suggestie van een vervolg zelfs dat doorloopt tot ver na het eigenlijke verhaal.

Wonderbaarlijk daarbij is dan vooral dat Alice Munro telkens zo veel minder beschrijft dan de lezer denkt te hebben gelezen. Bij het lezen wordt van alles automatisch ingevuld waarvan de auteur wel wist dat allemaal niet te hoeven uitwerken; omdat iedereen die gegevens toch wel ziet. En niet toevallig is veel van wat ze ongezegd laat drama van het soort waarmee andere auteurs juist wel stevig hadden uitgepakt.

Daar zit een groot deel van haar genie in — en dit maakt haar ook tot een veel experimenteler auteur dan Nederlandse recensenten lijken te beseffen; omdat die telkens toch steeds eerst de Canadese vrouwenlevens lijken te zien die door Alice Munro worden beschreven.

Het is haast goed dat boeklog al even bestaat. Anders zou ik er uit onvrede over het niveau van de literaire bijlagen hier alsnog aan moeten beginnen; en wat een werk zou dat niet zijn.

Om mij zelf te citeren, toen ik in 2004 hardop over de theorieën van toneelschrijver David Mamet nadacht:

Hoe veel, vraagt Mamet, is uit een kunstwerk weg te laten zonder dat de compositie onbegrijpelijk wordt?

Tsjechov verwijderde plot. Pinter, al uitwijdend, haalde de geschiedenis, de vertelling weg. Beckett, de karakterisering. Want, die kennen we toch wel.

Omissie is een vorm van creatie. En juist in dat wat wordt weggelaten, zit vaak het genie.

Dit nu, vind ik prachtig. Weliswaar verklaart zo’n uitspraak nog helemaal niets. Maar toch ruikt die al een beetje naar waarheid. En kennis van het principe helpt zeker, om beter te kijken.

Voeg daar de onvoorspelbaarheid van Munro’s beste verhalen bij — waarin geen enkele alinea vooruit wijst naar het onmiddellijke plot. En tel dan de inhoud er nog bij op, waarbij het telkens over onzekerheden gaat, en de moeite die het kost om beslissingen te nemen, omdat er altijd angsten spelen. En al dat maakt het zo dom en onzinnig om samenvattend enkel over het werk van Alice Munro te zeggen dat de verhalen zo vaak op het Canadese platteland spelen. Of dat de belangrijkste personages meestal vrouwen zijn.

Ook al is er voornamelijk over Dear Life te zeggen dat het over vrouwen gaat, in Canada, die veelal terugkijken op een moment in leven dat toen bepalend leek — met de relativering dan zelfs dat alles er later anders uit kwam te zien.

Maar Dear Life is een late verhalenbundel die ik, als Munro-veteraan ondertussen, al bijna vergoelijkend las. Blij was ik dat er nog een boek verscheen. Heel verbazingwekkend leek het me alleen niet dat zo veel verhalen variaties schenen op thema’s die al eens eerder door de auteur waren verkend. En dan niet zelden verrassender.

Zo is bijvoorbeeld ‘Amundsen’ het langste van de veertien verhalen in deze bundel. Zesendertig pagina’s telt dat in mijn uitgave. En in zo veel ruimte heeft Alice Munro weleens meer kwijt gekund — ook al was ‘Amundsen’ het verhaal dat me nu het best beviel aan het boek.

Munro ging daarvoor weer eens terug naar het midden van de twintigste eeuw; want ergens op de achtergrond speelt die Tweede Wereldoorlog. En ze bracht daarbij een jonge vrouw in een nieuwe en moeilijke positie. Lerares werd deze in een door TB getroffen dorp, om de kleine kinderen daar in quarantaine En terwijl zij zich probeert te settelen in de gemeenschap daar raakt ze zonder er schijnbaar zelf iets over te zeggen te hebben verloofd met een dokter.

Het grote dilemma in dit verhaal kwam alleen te laat, zodat de tekst pas laat een plots diepere belangstelling opriep voor de personages. Wellicht ook was de tegenstelling mij te cru tussen de vrouwenwereld van de hoofdpersoon en de mannenwerelden waar zij plots zicht op kreeg.

En dan is zo’n verhaal weliswaar genoeg voor een dag. Hoefde ik de volgende dag ook niet meteen nog een verhaal van Munro. Maar er bleef toch ook niets nasmeulen, aan herinnering of gevoel.

Daarom waardeer ik eerdere verhalenbundels van haar aanmerkelijk hoger. Waarbij mijn favorieten zo ongeveer verschenen van 1984 — The Moons of Jupiter — tot 2001 — Hateship, Friendship, Courtship, Loveship, Marriage.[1]

Wat apart in Munro’s oeuvre tenslotte staan de bundels met éen thema, zoals Lives of Girls and Women — een vroeg boek, uitgegeven als roman, en haar minste wat mij betreft — of The Beggar Maid. Is er ook nog het autobiografische View From Castle Rock.

Niet alles is vertaald. Nog. En misschien is Alice Munro geen auteur om speciaal beter Engels voor te leren lezen. Er zijn er die nadrukkelijker hun best doen om met de taal te stunten. Literatuur lezen in de eigen woorden van de auteur is wel aan te raden, zo lijkt mij tenminste. Waarom zou je daar nog iemand anders tussen laten?

Alice Munro, Dear Life
321 pagina’s
Vintage, 2012
  1. Haar oeuvre:
    Dance of the Happy Shades – 1968
    Lives of Girls and Women – 1971
    Something I’ve Been Meaning to Tell You – 1974
    Who Do You Think You Are? – 1978 (also published as The Beggar Maid)
    The Moons of Jupiter – 1982
    The Progress of Love – 1986
    Friend of My Youth – 1990
    Open Secrets – 1994
    The Love of a Good Woman – 1998
    Hateship, Friendship, Courtship, Loveship, Marriage – 2001
    Runaway – 2004
    The View from Castle Rock – 2006
    Too Much Happiness – 2009
    Dear Life – 2012 []

[x]opgenomen in het dossier:

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden

een reactie

Erik Scheffers  op 23 oktober 2013 @ 07:30:48

Hoi IJsbrand, ik heb zelf enkele verhalen van Alice Munro uit een verzamelbundel gelezen. Ik was toen erg benieuwd naar haar werk omdat ik al begrepen had dat het iets bijzonders moest zijn. Helaas vielen de eerste 4 verhalen erg tegen waarna ik de bundel weglegde en nooit meer iets van haar las. Ik zal nog eens een van haar bundels uit haar beste tijd (volgens jou) proberen. Groetjes, Erik