Asterix en de lauwerkrans van Caesar ~ R. Goscinny & A. Uderzo

► door: A.IJ. van den Berg

Dat subplot uit Asterix en de Romeinse lusthof is vanzelfsprekend later nog eens uitgesmeerd gebruikt in het album Obelix en Co. Houd de Galliërs geld voor, en meteen veranderen ze hun gedrag totaal; en doen ze ineens alles om de Romeinen maar te vriend te houden.

En in Obelix en Co. leverde dat dan een variant op van de legende over de tulpenhandel. Mede gezien alle windhandel achter de huidige crisis zou ik dat album dus ook nog eens moeten lezen. Het werk van een lezer is nimmer gedaan.

Asterix en de lauwerkrans van Caesar was altijd het Asterix-album dat me het minste zei. Dat is nu eenmaal een verschijnsel dat kleeft aan reeksen. Die bevatten geliefde afleveringen, en minder geliefde publicaties.

Wellicht kwam mijn onverschilligheid door de aanleiding tot het plot — die bestaat uit een weddenschap gedaan in dronkenschap.

Stamhoofd Abraracourcix — ik weiger stug om dit personage Heroïx te noemen — moet en zal zijn patser van een schoonbroer terug pakken. Bij een bezoek aan het dorp zal deze zwager iets te eten krijgen dat voor geen goud te koop is: een ragoût gekruid met de lauwerkrans van Caesar.

Wellicht was ik ruim dertig jaar terug er nog niet zo goed bekend mee hoe mannen het zo zelden kunnen nalaten tegen elkaar op te snijden; helemaal als ze elkaar minachten.

Want de strip viel me nu behoorlijk mee. Er zit namelijk een prettige omkering in het verhaal. Asterix en Obelix kunnen onmogelijk met bruut geweld Caesar’s paleis in Rome binnendringen, om daar die lauwerkrans te ontvreemden. Intelligentie is plots gewenst.

En daardoor verkopen ze zichzelf bijvoorbeeld ineens als slaven, op de markt. Asterix wil daarbij een koper nog wel betalen ook — omdat hij denkt dat deze een gezant van Caesar’s paleis is.

Dat is lang het enige spel met omkeringen niet in het album.

Van Gaius Julius Caesar is uit de bronnen bekend dat hij lauwerkransen droeg omdat hij kalende was — en dat zo dacht te kunnen verbloemen. Dit lijkt een historisch feit van niets. Maar het blijkt dus, mits omringd door nog wat andere mannelijke ijdelheden meer, de basis te kunnen zijn voor een aardig verhaal. Al was daar wel een schrijver voor nodig wiens genie al ruim vijfendertig jaar node gemist wordt.

R. Goscinny & A. Uderzo, Asterix en de lauwerkrans van Caesar
46 pagina’s
Amsterdam boek, 1974
vertaling van Les lauriers de César, 1972

[x]opgenomen in het dossier:

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2018. Alle rechten voorbehouden