Haile Gebrselassie ~ Klaus Weidt

► door: A.IJ. van den Berg

Heb het over hardlopen, en al snel duikt de vraag op waarom éen Keniaanse stam het lange-afstandslopen de laatste decennia zo domineerde. De Kalenjin. Bij een beetje wedstrijd komt er zo een heel dozijn aan de start om voor de overwinning te strijden.

Onlangs nog wijdde het Amerikaanse RadioLab een uitzending aan een nieuwe theorie over de unieke talenten van deze stam. Want, naast dat de Kalenjin op hoogte opgroeien, van jongs af aan naar school rennen, hun anatomie mee hebben, en eenmaal volwassen door het hardlopen aan de armoede kunnen ontvluchten, zou er nog een factor meewegen.

Zowel de Kalenjin mannen als vrouwen moeten in hun jeugd nogal pijnlijke initiatierites doorstaan voor ze als volwaardige stamleden worden gezien.

Dus heet het ineens dat deze Kenianen bovenmatig goed pijn kunnen verbijten tijdens de sport. Eeuwenlang mochten alleen de meest stoïcijnse types zich voortplanten van de stam. Natuurlijke selectie heeft daarom plaatsgehad.

Punt wordt dan dat al een tijd voornamelijk Ethiopische hardlopers de grote prijzen pakken op de kampioenschappen. En dat er geen bizarre theorieën bestaan, die o zo makkelijk naar racisme neigen, om hun dominantie te verklaren.

Hoogstens valt kenners op dat de Ethiopiërs hun wedstrijdprogramma’s slimmer plannen dan Kenianen.

Ik las mede daarom de biografie Haile Gebrselassie van Klaus Weidt, en weet nu nog minder over het onderwerp dan voor het lezen.

Het is dat er op elke pagina’s foto’s staan; zodat ik het nog helemaal heb doorgenomen. Maar het boek blijft in de beschrijvingen merkwaardig afstandelijk en oppervlakkig. Van de wereldrecords die Gebrselassie liep op de baan wordt nog net vermeld dat hij ze ooit vestigde. Enkel de Olympische titels en Wereldtitels van deze atleet krijgen iets meer aandacht. Net als de wereldrecords die hij liep in de marathon van Berlijn.

Zelfs als ik dit boek tot de sportjournalistiek reken — een specialisme dat toch al in bulk warrige en oninformatieve teksten produceert — dan blijft deze biografie aan de zeldzaam onbenullige kant.

Enige poging om nader tot Gebrselassie te komen, ontbreekt. Laat staan dat er breder gekeken werd; dat de auteur heeft willen onderzoeken waardoor zo veel Ethiopische lopers zo opvallend presteren.

Alsof iemand los van zijn tijd kan bestaan; of de omstandigheden waaronder hij of zij leefde.

Het enige dat wel mijn aandacht vroeg in deze biografie zijn enkele tabellen. Zo worden van Gebrselassie’s marathonrecords de tijden per kilometer gegeven. Want tijdens zijn recordraces liep hij al deze kilometers, op soms éen of twee na, binnen de drie minuten.

En wie drie minuten over een kilometer doet, loopt twintig kilometer per uur.

Uit mijn tijd als atleet herinner ik me dat de zwaarste trainingen bestonden uit reeksen duizend-meter-loopjes. Die dan allemaal binnen de drie minuten moesten.

Alleen had ik dan telkens een pauze tussen de ene kilometer en de volgende. Gebrselassie liep dus 42 keer achter elkaar zonder te stoppen een duizend meter binnen drie minuten.

Mijn bewondering had dus een reeks kille cijfers nodig om uit te groeien boven het afstandelijke respect dat ik standaard voor alle kampioenen reserveer. Als de biograaf dus ergens nog om te prijzen is, dan om diens inspanningen om zulk cijfermateriaal ook op te nemen.

Klaus Weidt, Haile Gebrselassie
De grootste hardloper aller tijden

176 pagina’s
Tirion Sport, 2012
vertaling van Haile Gebrselassie — Auf den Spuren einer Lauflegende, 2011

[x]opgenomen in het dossier:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden