In gesprek ~ Gerard Reve en S. Carmiggelt

► door: A.IJ. van den Berg

In Brands met boeken ging het over Carmiggelt [mp3], om diens geboortedag 100 jaar terug. En terloops werd daarbij verwezen naar een tweegesprek tussen Gerard Reve en hem, over het schrijversvak, dat ooit was afgedrukt in het tijdschrift Hollands Diep. In 1975 bleek dat te zijn.

Naspeuring leerde verder dat dit dubbelinterview vijf jaar later nog eens in een boekuitgave zou verschijnen; die wel te vinden was. In het boek is dat gesprek bovendien aangevuld met een interview waarin Simon Carmiggelt herinneringen ophaalde aan Gerard Reve — die immers ook de jongste medewerker was van de Parool-redactie ooit — en zich uitsprak over diens literaire werk; plus zijn bescheiden bemoeienis daarmee.

Nu kende ik de briefwisseling al die Reve en Carmiggelt eens gevoerd hebben. Waarin Gerard Reve geen éen keer rechtstreeks reageerde op iets dat de ander te berde bracht, en Carmiggelt juist wel zo vele ware woorden schreef.

Hoewel ik daarom hoopte dat een gesprek tussen de twee een andere dynamiek zou hebben, viel dat nog niet mee.

En aan Gerard Reve staat me inmiddels het teveel aan pose tegen.

Zijn oeuvre prijkt weliswaar grotendeels bij mij in de kast. Gelezen bovendien. Maar vrijwel alles kan ondertussen wel weer weg.

Juist Carmiggelt had ik gehoopt iets beter te leren kennen — alleen liet deze zich nu juist heel slecht kennen uit publieke optredens. Hij poseerde netzo goed. Maar hij speelde dan weer bescheidenheid.

Zoals ik schreef in mijn boeklogje over Mag ’t een ietsje meer zijn — in de boeken is alleen uit Carmiggelt’s gedichten iets te leren van wat de man echt kon raken. De cursiefjes in Het Parool waarin hij fel werd, haalden nu eenmaal de bundels niet, die aan het einde van het jaar werden samengesteld.

Wat bracht het lezen van In gesprek me daarom, bij eindjebesluit?

Een glimlach of wat. En herbevestiging van wat al bekend was.

scheiding

[Als Reve zichzelf tot de betere stilist uitroept, en Carmiggelt benoemt tot de betere dramaturg:]

Reve: […] ik heb met tweeëneenhalfduizend woorden geen moeite, maar als Hollands Diep zegt: duizend woorden… Dat is een opgave hoor. Tenzij je gewoon een oplepelaar bent. Die heb je wel, die als een soort slak een soort slijm afscheiden en als er dan weer een bepaalde hoeveelheid in dat bakje zit of in dat glas staat, maken ze er een eind aan en sturen het op. Dat is Remco Campert ín de Haagse Post bijvoorbeeld, hè.
Carmiggelt: Nou, hij schrijft best leuke stukjes, vind ik.
Reve: God, god, god, laten we maar zeggen dat het leuk is, ja…
Carmiggelt: Nou, ik vind het dikwijls heel leuk.
Reve: We moeten allemaal door de wereld heen, maar je kan beter dood zijn dan dat je Campert heet en zulke stukken schrijft… Ik vind het een van onze grootste jonge schrijvers, als ik hem maar niet hoef te lezen. Laten we maar zeggen: de grootste cultuurdrager sinds Erasmus, hè.
Carmiggelt: Wéér een. [34]

Gerard Reve en S. Carmiggelt, In gesprek
Opgetekend door Max van Rooy
en de redactie
van het tijdschrift
Menuet
72 pagina’s
Peter van der Velden, 1980

[x]