Ik draag geen helm met vederbos ~ Willem Frederik Hermans

► door: A.IJ. van den Berg

De conclusie is niet nieuw, want die formuleerde ik al eens. Maar zodra Hermans teveel aan Hermans in zijn stukken stopte, wordt hij al gauw behoorlijk vervelend om te lezen. Dan is hij te zeer een pietlut; dan gelijkt hij een overspannen schoolfrik die onredelijk doet; alleen om zijn status te handhaven.

Een andere reden tot nogal wat polemiek zie ik namelijk niet. Geen wonder dat Willem Frederik Hermans geen schrijver voor vrouwen is en vooral nog door mannen wordt bewonderd. Die kunnen in hem o zo makkelijk het krachtige alfa-voorbeeld zien.

In de bundel Ik draag geen helm met vederbos gaat hij bijvoorbeeld onredelijk tekeer tegen wijlen de dichter Achterberg. Omdat deze het gewaagd had het woord ‘brak’ te gebruiken in een betekenis die volgens Hermans niet bestond.

De dichtregel luidde:

‘Een brakke droom vannacht: je nichtje had omstandig’

Waarop Hermans parmantig stelt:

Voor zover mij bekend, betekent ‘brak’ niets anders dan half zout, als een mengsel van rivierwater en zeewater. Hoe zou een droom ‘brak’ kunnen zijn? [183]

Blijkbaar is hij nooit brak wakker geworden na een avond met te veel alcohol.

En zelfs als ik dat woord niet al heel lang in deze betekenis kende, had het me nog niet geïnteresseerd als Achterberg iets geschreven had dat niet meteen logisch leek.

Zwijg ik nog over de matige kwaliteit van de stukken die Hermans over de Nederlandse politiek schreef in de jaren zeventig. Want wie de namen van politici noemt in zijn of haar werk maakt niets dat meer dan een paar maanden houdbaar blijft. Die bedrijft journalistiek. Zelfs als zo’n tekst alleen opinies bevat.

Nu heeft nogal wat uit Ik draag geen helm met vederbos eerder in kranten gestaan. Hermans heeft er stukken in verzameld die eerder verschenen in Het Parool, NRC Handelsblad, en het tijdschrift Hollands Diep. En deze zullen niet allemaal spontaan ontstaan zijn. Daar zal heel wat maakwerk onder zitten, dat begrijp ik ook wel.

Maar zelfs als je het oordeel over een auteur hoort te baseren op het beste wat hij of zij schreef, zegt dit uitgangspunt nog niet dat je niet ook moet wegen hoe de gemiddelde kwaliteit was van alle werk.

Het beste van iemand kan heel goed een eenmalige uitschieter zijn. Of een boek dat de omstandigheden toevallig mee had, daardoor een reputatie verwierf, terwijl het ondertussen ernstig is achtergebleven in de tijd.

En in Willem Frederik Hermans’ oeuvre wordt voor mij vrijwel alles minder van kwaliteit nadat hij uit Nederland vertrok eind jaren zestig.

Deze bundel dateert nu net uit die latere periode.

Hermans schreef in Ik draag geen helm met vederbos ook verreweg het best als hij gedienstig is. Wanneer hij over beeldende kunst schrijft, of over een auteur, en die dan met kennis introduceert bij de Nederlandse lezer. Willem Frederik Hermans zat op het moment van schrijven nu eenmaal in Parijs. Dus ontleende hij zijn onderwerpen gauw eens aan wat daar op dat moment speelde; en voor zijn lezer vaak nieuw zal zijn geweest.

Zijn artikelen over Jules Renard of Apollinaire zijn nog altijd voorbeeldig. Hermans’ beschouwingen over volkslectuur, of lezen in het algemeen, eveneens. Maar, die hadden ook als voornaamste doel te informeren.

Om zulke informatieve stukken zullen weinigen Hermans nog lezen. De meesten lijken allereerst de man te willen krijgen. Want die man is heilig; getuige alle geneuzel dat er momenteel is om een pas gepubliceerde biografie.

En ik heb misschien nog net lievelingsboeken, maar toch absoluut geen lievelingsschrijvers.

Willem Frederik Hermans, Ik draag geen helm met vederbos
407 pagina’s
De Bezige Bij, 1979

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden