Gesprek met morgen ~ Fred L. Polak

► door: A.IJ. van den Berg

Zoals er vaste en daarom foute ideeën bestaan over het verleden — de jeugd is nu oppervlakkiger dan ooit, en het onderwijs wordt almaar slechter — zo ook bestaan er verwachtingen over de toekomst die door de eeuwen nauwelijks lijken te veranderen.

Ooit komt de dag namelijk dat niemand meer hoeft te werken voor zijn of haar brood. Of in elk geval toch een stuk minder uren dan op het moment…

Ik las Gesprek met morgen van de socioloog Fred L. Polak dan ook vooral om deze reden. Want wat achtte hij in 1968 vanzelfsprekend over het jaar 2000, en hoe zijn onze ideeën over datzelfde onderwerp nu? Wat zijn kortom eigenlijk idées reçues?

En dan blijkt onder meer kernfusie zo’n idee te zijn dat heel wat makkelijker te bedenken valt dan uit te voeren. Toen al zou deze onuitputtelijke energiebron snel werkelijkheid worden.

Directe aanleiding tot het lezen bracht het boek De eeuw van de computer, waarin Polak nogal vaak geciteerd wordt uit juist dit Gesprek met morgen. Hij verwachtte indertijd nogal wat van de automatisering. Al maakte hij in de tekst overigens de vrij fundamentele denkfout om de toename van rekenkracht van computers gelijk te stellen aan het groter worden van de algemene intelligentie. Zelfs rekenkracht is immers niet meer dan dommekracht als daar niet slim een richting aan wordt gegeven.

Ook lag 1968 dicht genoeg bij mijn geboortejaar om daar een reden in te zien dit boek te willen lezen. Toen ik geboren werd, waren er verwachtingen over de wereld waarin ik als volwassene zou gaan moeten functioneren — en hoe luidden deze dan?

Beter dan de eerste alinea werd het boek alleen niet:

Volledig automatisch autosnelwegen . . . Een pil die de menselijke intelligentie verhoogt . . . Intelligente dieren (apen, dolfijnen) die bepaalde soorten arbeid verrichten waar de mens geen zin meer in heeft . . . Een gemiddelde levensduur van zeker wel honderd jaar . . . Een directe verbinding tussen het menselijk brein en de computer . . . Een door de mens bewerkte wijziging in het zonnestelsel . . . Dit zou de wereld van de 21e eeuw kunnen zijn. [7]

Al valt zelfs deze paragraaf bij tweede beschouwing wat tegen. Ik zag bij de eerste lezing vooral wat Polak wel aardig geschoten had. Net zoals lezers van horoscopen voor het gemak altijd de voorspelling negeren die hen nu even niet heel goed uitkomt.

Automatische snelwegen waren er weliswaar niet in 2000. Maar in 2020 toch zouden de zelfrijdende auto’s gemeengoed kunnen zijn geworden, op de doorgaande wegen tenminste. De technologie is er al. De belangrijkste belemmering schijnt nu nog juridisch te zijn: wie is er aansprakelijk als een computergestuurde auto toch een ongeluk krijgt?

Ritalin wordt al door velen genomen als pil om slimmer te worden. En smartdrugs zijn een groei-industrie.

Maar mensen zijn dan weer eerder bezig om intelligente beesten als mensapen en dolfijnen uit te roeien dan om ze als hulpkrachten in te zetten. Zelfs voor dierproeven worden apen vrijwel niet meer gebruikt. [Overigens, Polak noemt Čapek wel als toekomstvoorspeller, en kent blijkbaar diens Oorlog met de salamanders niet].

Van de kinderen die op dit moment ter wereld komen, is dan wel weer inderdaad de verwachting dat velen honderd jaar gaan worden.

Maar dat van die directe verbinding tussen brein en computer is ook al decennialang een idee dat altijd al over een paar jaar werkelijkheid zal zijn geworden. En ondertussen verandert de vorm en de betekenis van de computer nogal. Wat de meeste mensen nu op zak hebben — om berichtjes mee uit te wisselen met anderen vooral, als teken dat ze nog bestaan, zoals een boot luid toetert in de mist — ware twintig jaar geleden een wereldwonder geweest. Laat staan in 1968. Toen ter illustratie van hoe een computer eruit zag nog een grote kamer werd getoond, met een wand vol indrukwekkende machinerie, waar dan man in een witte stofjas bij stond, die er moeilijk bij keek.

Polak hanteerde indertijd het voorbehoud dat de wereld er zo uit zou kunnen zien — dat dit dus niet hóefde. Futurologie, of prognistica, hield zich nu eenmaal bezig met het extrapoleren van bestaande trends. Zonder daarbij de precieze snelheid van de veranderingen te kunnen voorzien.

Hij keek toen ook vooral naar wat er in de VS gebeurde. En de blik naar dat land lijkt nog altijd de automatische reflex, zo viel mij dan weer op, in 2013.

Er blijft nu eenmaal een grote gevoeligheid bestaan voor wat daar allemaal aan gebakken lucht verkocht wordt om financiering te verwerven.

Fred L. Polak, Gesprek met morgen
verteld aan H.L. van Loon

216 pagina’s
TeleBoek, 1968

[x]


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden