Intuition Pumps ~ Daniel C. Dennett

► door: A.IJ. van den Berg

Filosofen denken anders over wat denken is dan ik. Dat maakt het lezen van filosofen altijd een wat merkwaardige ervaring. Zelfs als het om een leerboek gaat in de filosofie.

En Intuition Pumps van Daniel C. Dennett is zelfs op twee manieren een leerboek.

De Amerikaanse filosoof had deze teksten allereerst bedoeld als een introductie voor zijn eigen studenten in de methoden om kritisch te denken. Vervolgens kwam er dus ook een versie voor het brede publiek.

Daarnaast biedt het boek terloops een degelijke introductie tot Dennett’s eigen kritische werk.

Nu lees ik Dennett al zeker dertig jaar — al sinds The Minds I dat hij samen schreef met Douglas Hofstadter. En ondanks dat er daarbij altijd iets schuurt tussen ons, houdt Daniel C. Dennett zich wel telkens bezig met onderwerpen die mij aanspreken. Dus bleek ik een diepere kennis te hebben van dat oeuvre dan gedacht. Waardoor Intuition Pumps me op éen niveau al wat tegenviel. Het bood mij te weinig nieuwe ideeën.

Veel van wat er nuttig is aan Dennett’s gedachten was me blijkbaar toch eigen geworden.

Goed aan hem blijft dat hij eeuwig de pretenties van de filosofie aanvalt — Daniel C. Dennett lijkt ook éen van de weinige filosofen te zijn die zijn denkbeelden af en toe bijstelt door wat harde wetenschap aan kennis heeft opgeleverd.

Meest duidelijk is die aanval in Boekdeel IX, aan het eind van het boek, als hij ingaat op de vraag hoe het is om een wijsgeer te zijn. Want Daniel C. Dennett had iets opvallends ontdekt.

Daartoe had hij aan mensen gevraagd hoe ze wilden voortleven:

(A) Je lost een belangrijk (filosofisch) probleem van jouw keuze op zo’n manier op dat er daarna niets meer over te zeggen is. (Dankzij jou kan dit onderzoeksveld worden afgesloten, en je wordt een voetnoot in de geschiedenis);

(B) Je schrijft een controversieel boek van een zo grote ingewikkeldheid dat het nog voor eeuwen op de verplichte leeslijst blijft staan.

Daarop bleek dat echte wetenschappers zonder een tel aarzeling voor optie (A) kozen. Nogal wat filosofen daarentegen kozen (B).

En het was alsof me de schellen van de ogen vielen. Nu ja, toen uit de biografie van Walter Benjamin bleek dat hij nogal geraaskald had in zijn werk, en gebluft, verbaasde dat me weer niet. Het trof me nu vooral pijnlijk dat sommige filosofen dus gewoon toegaven dat zij doelbewust voor imponeergebazel zouden kiezen.

Intuition Pumps is ook allereerst een boek tegen het holle imponeergebazel in dat vakgebied.

En daarmee is het nut voor mij uiteindelijk nogal beperkt; zelfs als leerboek. Want, zoals Willem Frederik Hermans ooit schreef:

Filosofische problemen zijn nutteloos, verwarrend, neerdrukkend en bloeduitzuigend voor wie niet van plan is zelf een filosoof te zijn, door zijn voorgangers te verkrachten of te vermoorden.

Hiermee worden de denkmethoden om de redeneerfouten en de bluf bij andere filosofen te ontkrachten ook een gereedschap met een beperkte inzetbaarheid.

En dan ben ik nog niet eens een wetenschapper, die in bovenstaand dilemma meteen voor optie (A) gekozen had. Ik ben veel meer van het ingenieurstype. Voor mij is veel interessanter dat iets werkt, en als het niet werkt om het dan werkend te krijgen, dan om in detail te willen verklaren wáarom iets werkt.

Voor waarom-vragen schiet onze kennis zo makkelijk tekort. Dennett ziet daar een uitdaging in, ik juist een reden om nogal wat waarom-vragen naast me neer te leggen; om mijn energie op andere zaken te kunnen richten.

Een groot deel van Intuition Pumps gaat bijvoorbeeld over die twee eeuwige strijdpunten voor filosofen en inmiddels ook anderen. Wat is het bewustzijn? En: hebben mensen een vrije wil? Er nog van afgezien dat de auteur daar niets anders over schrijft dan hij eerder al deed, in boeken apart gewijd aan deze vragen, interesseren deze kwesties me hoegenaamd niet.

Mijn lopende onderzoek naar ‘De geschiedenis van het ik’ leerde me bijvoorbeeld dat door de eeuwen verandert wie dat ‘ik’ is. En daarmee dus wie ‘wij’ zijn en ‘zij’; plus hoe de verhoudingen tussen al deze groepen liggen.

En groepsdruk bepaalt nu eenmaal nogal wat gedrag.

Bovendien is ons gedrag ook vrij makkelijk te ontregelen met roesmiddelen, als pillen, of drank, door ziekten als koorts, of desnoods een hersentumor.

Zeg ik daarmee dat er geen vrije wil zou zijn? Nee, ik wijs er enkel op dat er altijd voorbeelden zijn te verzinnen waarin iemand niet uit eigen wil lijkt te hebben gehandeld. Maar ook dat er tegenvoorbeelden genoeg te bedenken zijn – het ultieme voorbeeld is altijd weer zelfmoord – waaruit blijkt dat er wel degelijk zelfbeschikking lijkt te bestaan.

Vandaar dat de hele kwestie mij lauw laat. Er is niets te falsificeren aan de vraag of er een vrije wil bestaat, of niet. En daarmee wordt het hele probleem onoplosbaar.

Dennett wijst er overigens terecht op dat het strafrecht van een vrije wil uitgaat — en zulk een pragmatisme lijkt ook mij in deze zaken het meest nuttig. Er bestaat een vrije wil, tenzij die er niet is door omstandigheden. Punt. En de wetenschap moet dan de kennis maar aandragen over wanneer iemand ontoerekeningsvatbaar was, of handelde onder dwang.

Tot de filosofie horen al deze overwegingen alleen amper.

En zelfs al lijkt Daniel C. Dennett nog zo streng voor zijn vakgenoten, hij zou nog meer afstand moeten nemen tot de Wijsbegeerte om mij helemaal tevreden te kunnen stellen.

Zoals uit het leesprojectje blijkt dat ik aan Intuition Pumps wijdde, bleek de korte opsomming van denkmethoden aan het begin van het boek het nuttigst. Helaas daarom dat Dennett nauwelijks op deze technieken inging; omdat hij ze bekend veronderstelde.

  1. Maak fouten. Wie bang is om fouten te maken, komt nergens in het leven;
  2. Trek vergelijkingen door tot in hun uiterste consequenties. De kracht of zwakte van een idee blijkt doorgaans pas in de extremen;
  3. Ga in kritieken uit van de beste bedoelingen van de ander. Cabaret bedrijven door een valse voorstelling van zaken te geven, zegt nog het meest over jou;
  4. Sturgeon’s Law. 90% van alles is korstig opgedroogd sperma. Richt je op de 10% die wel de moeite van het onderzoeken waard is;
  5. Occam’s scheermes. Zoek het niet in extravagante verklaringen, als er simpeler mogelijkheden voorhanden zijn;
  6. Occam’s bezem. Veeg de feiten die in je betoog niet van pas komen niet onder het tapijt;
  7. Zoek gericht kritiek op van niveau. Je moeder en je vrienden zullen het namelijk zonder meer met je voorstelling van zaken eens zijn. Een lekenpubliek is al gauw onder de indruk;
  8. Spring eens uit het systeem. Hoe onmogelijk dat ook is. Maar herken hierdoor wat het systeem inhoudt;
  9. Bezondig je niet aan Stephen Jay Gould’s favoriete stijlfiguren. Gould had volgens Dennett de neiging om in tegenstellingen te schrijven die op de keper beschouwd geen complete tegenstellingen waren;
  10. Vanzelfsprekend is het gebruik van woorden als ‘vanzelfsprekend’ verboden. Bij anderen zijn ze gauw eens een waarschuwing dat er iets komt dat die ander waarschijnlijk niet bewijzen kon;
  11. Denk er eens over na, hebben retorische vragen nut?
  12. Leer schijnbaar diepe uitspraken herkennen, die zo vaag zijn dat ze helemaal niets zeggen.

Het gegeven dat je uit het systeem moet durven stappen om te kunnen zien wat het systeem inhoudt, is misschien ook wel de grootste waarheid in het boek. Want heel weinigen voelen zich geroepen.

En dan nog: daarop treedt zo makkelijk concisie op. Wie zegt dat iets niet deugt, omdat iedereen er altijd verkeerd naar kijkt, moet zich vervolgens altijd verdedigen. Hoe groot zijn of haar gelijk ook is.

Daniel C. Dennett, Intuition Pumps
And Other Tools for Thinking

496 pagina’s
Allen Lane, 2013

[x]opgenomen in het dossier: ,