Man/Vrouw ~ Ivan Illich

► door: A.IJ. van den Berg

Wanneer werk universeel van karakter wordt — unisex is van aard — dan stuiten vrouwen op achterstelling. Zo luidt éen van de theorieën die Ivan Illich poneerde in een collegereeks begin jaren tachtig. Later zijn deze teksten verzameld in de bundel Man/Vrouw.

Het bewijs dat Illich gaf voor deze stelling vond ik wat mager. Behalve dan dat er simpelweg het gegeven ligt dat vrouwen ook in onze economie nog altijd stelselmatig worden gediscrimineerd. Alleen al omdat ze voor hetzelfde werk zo vaak minder betaald krijgen dan mannelijke collega’s. Het gevolg was al bekend, voor onderzocht werd wat de redenen kunnen zijn die er toe leiden.

Maar jongeren worden ook stelselmatig achtergesteld bij ouderen — terwijl ze misschien wel meer presteren. Hiërarchisch ingerichte systemen zijn vrijwel nooit meritocratieën, denk ik dan. Een degelijke beschouwing over seksediscriminatie valt of staat dus met de kwaliteit van de inzichten over hoe werk georganiseerd wordt, en wat daarin verandert.

Illich was in zijn lezingen er vooral sterk in om de geschiedenis te schetsen van arbeid. Want ooit bestonden er wel degelijk verschillen tussen mannenwerk en vrouwenwerk. In de landbouw hanteerden mannen vanouds andere gereedschappen dan vrouwen. En de inzet van beiden was nodig.

Met het verdwijnen van de handenarbeid, en daarmee het ambacht, waren er in tal van bedrijfstakken minder mensen nodig. Dat ging dan gauw eens ten koste van de vrouwen.

Curieus is vervolgens de switch die hij maakt in zijn betoog naar de betekenis van professionalisering. Want toen de geneeskunde een beroep werd, ontstond er een strijd tussen doktoren — die vanzelfsprekend allemaal mannen waren — en de vroedvrouwen, die tot dan als vanzelfsprekend zwangerschappen en bevallingen hadden geleid.

Nu is dat allemaal niet onwaar. Zelfs Illich’s stelling dat baarmoeders publiek bezit werden, blijft staan; omdat er nog altijd talloze mannen zijn die menen dat het vanzelf spreekt om alle vrouwen het recht op abortus te onthouden.

Mijn probleem met al deze ideeën is vooral dat enkel symptomen beschreven worden, zonder dat daarop een degelijke diagnose volgt.

En andere symptomen die wijzen op de achterstelling van vrouwen zijn al evenmin moeilijk te vinden. Illich mistte bijvoorbeeld de klacht van nogal wat feministen dat de status van een beroep nogal daalt zodra de meeste beoefenaren van dat beroep vrouwen zijn geworden. Dat geldt voor de huisartenij in Nederland, dat geldt voor alle medische beroepen in het algemeen in Oost-Europa. Dat geldt voor het werk in het onderwijs.

Maar het signaleren van zo’n verschuiving is hoogstens het begin van de verklaring waarom. En dan ben ik de eerste die waarom-vragen niet altijd heel interessant kan vinden — omdat er zo vaak kennis ontbreekt om zulke vragen adequaat te beantwoorden. Toch meen ik dat bij een onderwerp als de structurele seksediscriminatie meer speelt dan Illich vermocht aan te geven.

Hij was een priester. Misschien dat dit hem bijvoorbeeld blind maakte voor culturele discriminatie vanuit religie; waarin vrouwen altijd minder zijn dan de man; en bovendien hun plaats moeten weten.

Ivan Illich, Man/Vrouw
Geslacht en sekse

195 pagina’s
Ambo boeken, 1984
vertaald uit het Engels, Duits, en Frans

[x]opgenomen in het dossier:

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden