Man die in zeven uur bedierf ~ Jaap Hellinga

► door: A.IJ. van den Berg

Elders beschreef ik al eens hoe het werk als rechtbankverslaggever mijn omgeving veranderde. Anonieme straten, waar ik voorheen gedachteloos doorheen reed, hadden ineens wel een naam en zelfs een geschiedenis. Er was daar ooit iets ernstigs geschied.

En als een stad maar lang genoeg bestaat, heeft op den duur elk huis een verhaal, iedere straathoek, elke stoeptegel en straatsteen in het centrum.

Daarom ook worden in de meeste grote steden met regelmaat stadswandelingen verzorgd. Om de verhalen.

Daarom ook kunnen boeken verschijnen als De man die in zeven uur bedierf, met vertellingen waarin de laatste eeuwen van de provinciehoofdstad Leeuwarden een heel menselijke maat krijgen.

De verhalen in dit boek zijn kort. Ze verschenen eerder ook als column in de Leeuwarder Courant. En dit doet aan de verhalen niet af, alleen ontbrak het me daardoor wat aan context; want die werd lang altijd niet gegeven. Al leerde ik uit het boek wel dat het kantoor van mijn huidige ziektekostenverzekeraar op het vroegere galgenveld staat.

Tegelijk, hoeveel mensen woonden er in de stad in 1700, 1800, 1900? Tot waar liepen de stadsmuren indertijd, en wanneer kwamen welke stadsuitbreidingen precies tot stand?

Het Historisch Centrum Leeuwarden heeft gelukkig een aardig overzichtje online gezet met wat feiten. En dat maakte onder meer duidelijk waarom er zo vaak Zwitserse huursoldaten voorkomen in De man die in zeven uur bedierf. Leeuwarden is namelijk een garnizoenstad, waardoor lang zeker 10% van de bevolking uit soldaten bestond.

Door mijn scholing tot historicus kregen de verhalen wel een lading die ze voor de gemiddelde lezer waarschijnlijk niet zullen hebben.

Elke keer vroeg ik me af welke bronnen gebruikt konden zijn voor de anekdote.

Want net als dat een rechtbankverslaggever een vertekend beeld kan krijgen van een stad — vanwege al die ernstige gebeurtenissen — zo ook staan de vertellende historicus vooral officiële stukken ter beschikking. En daar zullen dan wat veel rechtbankverslagen tussen zitten, faillissementsrapporten, akten, en andere beschikkingen.

Maar in elk verhaal uit De man die in zeven uur bedierf komen mensen voor. En hoe geweldig is het alleen al niet dat hun spreektrant eeuwen later nog letterlijk geciteerd kan worden.

Favoriete verhaal uit dit boek? Niet het verslag van de patholoog-anatoom dat de titel van deze uitgave opleverde. Waarschijnlijk ‘Moeder tot ronselaar: “Vrouw versaak mijn kint niet”‘. Een verhaal is dat uit 1743, over een jongen die bijna naar de Oost was gevaren. Verleid als hij was door een vrouwelijke ronselaar.

Ik wist namelijk alleen al niet dat vooral vrouwen dit beroep uitoefenden. En dat roept vervolgens dus vragen op hoe momenteel al die pubers geworven worden om in Syrië te gaan strijden.

Weinigen tekenden uit zichzelf voor de VOC, want de reizen waren lang, de gevaren groot, en de verdiensten relatief klein. De koopvaardij in Europa verdiende aanmerkelijk beter.

In dit geval zal de moeder dat beter hebben begrepen dan haar achttienjarige zoon, een Dirk Johannes. Toen deze verdween, en de ronselaarster niet wilde toegeven die zoon in haar macht te hebben gekregen, stapte moeders naar de burgemeester.

Jaap Hellinga, De man die in zeven uur bedierf
Vijftig verhalen
uit het Historisch Centrum Leeuwarden

127 pagina’s
Friese Pers Boekerij, 2006

 


[x]


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden