Man die zijn haar kort liet knippen ~ Johan Daisne

► door: A.IJ. van den Berg

Vooroordelen hadden me tot nu toe bij deze roman weggehouden. De man die zijn haar kort liet knippen was namelijk allereerst een boekenlijsttopper, op de middelbare school. En dan niet omdat mijn medeleerlingen het zo’n geweldig geschreven boek vonden. Enkel omdat er al tal van uittreksels over waren, waarin dan de antwoorden stonden op de vragen die komen zouden bij het mondeling tentamen Nederlands.

Boekenlijsttoppers waren dan ook boeken die werkelijk niemand las.

Ik had indertijd geen zin om andermans uittreksels uit mijn hoofd te gaan leren, omdat daar dan de antwoorden in stonden over de symboliek van éen en ander — dat heb ik bovendien altijd zeldzaam oninteressante vragen gevonden. Boeken zelf lezen, is verder ook nooit mijn probleem geweest. Dus prijkte op mijn verplichte boekenlijst enkel wat me plezier had gegeven.

Later, toen ik over de ergste verminkingen heen was gegroeid die het middelbaar onderwijs had aangebracht, was er evenmin lust om me Daisne te verdiepen. Hij staat nu eenmaal ook bekend als éen van de auteurs die het magisch realisme in de Nederlands letteren had gebracht. En die vorm van hocus pocus in het schrijven interesseert me niet zo — waarschijnlijk omdat zo veel vooral katholieke auteurs zich aangetrokken voelen tot het magisch realisme; wat er nog een dubieus religieus kantje aan geeft ook.

En ik bleek groot gelijk te hebben gehad om De man die zijn haar kort liet knippen tot nu toe te negeren. Zij het om weer een andere reden dan mijn vele vooroordelen al hadden aangedragen.

Johan Daisne bleek namelijk een vergroter te zijn, oftewel een jeuzelaar. Scènes van niets zwellen bij hem op tot paginalange beschrijvingen. En mijn temperament verdraagt zich eenmaal nauwelijks met die stijl van schrijven. Ik heb het liefst dat lezen een actieve bezigheid is; liefst lees ik om al doende in te vullen wat de schrijver verzwijgt.

Een tekst vooral te moeten schiften op de schaarse mededelingen die er wel toe doen, verveelt me zo gauw.

Er vindt kortom nauwelijks iets plaats in het boek. Wat als effect heeft dat de schaarse handelingen die er wel zijn wat potsierlijk worden.

Hoofdpersoon in de roman, en de man die zijn haar tot tweemaal toe kort liet knippen, is een Govert Miereveld. Deze mocht eens een half jaar als leraar invallen op een meisjesschool. En hij werd daarbij dan smoorverliefd op éen van de leerlinges in het laatste jaar. Fran Veenman heet dit wicht.

Omdat de roman uit 1947 stamt, blijft alles nog zeer in het nette. Fran wordt eerder verafgood als heilige maagd dan als een begeerlijk lustobject gezien. Miereveld verhaalt, ondanks zijn eindeloze woordenstroom over haar schoonheden niet wat hij graag met haar zou willen doen bijvoorbeeld.

Het boek begint als de meisjesklas hun einddiploma krijgt uitgereikt, en Miereveld weet haar iets te moeten zeggen, voor zij uit zijn zicht zal verdwijnen, maar dat dan toch niet zeggen kan.

Liefst een derde van het boek verstrijkt om dit simpele gegeven te beschrijven.

Dan maakt de roman een sprong van tien jaar. Govert Miereveld is inmiddels gerechtsdienaar, en tegelijk wat aan lager wal geraakt.

Door een toeval komt Fran Veenman weer op zijn pad. Zij is dan een gevierd toneelartieste geworden — wat hem onbekend was, vreemd genoeg. Hij weet na een voorstelling met haar in gesprek te komen, in haar hotelkamer, om dan alsnog zijn liefde voor haar, die afgodin, in een eindeloze monoloog te verwoorden.

Daarop krijgt zij al even eindeloos het woord. Om hem uit te leggen dat zij niet is wie hij denkt dat zij is. En trouwens nooit geweest ook. Zelfs als laatstejaars, in die eindexamenklas, was zij al rot.

Waarop er iets noodlottigs plaatsvindt, waar hij, in zijn eindeloze liefde voor haar, de hand in heeft.

Dus moest ik bij het schrijven van dit boeklogje nadenken over de zeden in katholiek Vlaanderen indertijd. Toen aan mannen van middelbare leeftijd waarschijnlijk zo veel meer was toegestaan als het om het foezelen met leerlinges ging dan aan leerkrachten op het moment. Maar toen vrouwen eenmaal aangeraakt natuurlijk meteen gevallen vrouwen waren.

Anders is het idiote plot geheel niet meer te begrijpen namelijk.

Johan Daisne, De man die zijn haar kort liet knippen
200 pagina’s
Manteau 1967, oorspronkelijk 1947

 


[x]


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden