Man Who Died ~ D.H. Lawrence

► door: A.IJ. van den Berg

‘Cock’ betekende ooit allereerst haan in het Engels, net als in nog wel meer talen.

Inmiddels is dat niet meer zo.

‘Cock’ kwam wel nog als haan voor in de allereerste les Engels die ik ooit had. In het lesboek My Second Language stond deze. En wat een aanmatigende titel blijft dat toch. Engels was mijn vierde taal. Ik groeide nu eenmaal op in Friesland, waar bovendien de Duitse televisie altijd al goed te ontvangen viel; die aanzienlijk meer programma’s voor kinderen uitzond dan Hilversum toen deed.

Lawrence’s novelle The Man Who Died had eigenlijk The Escaped Cock moeten heten, zo meende de schrijver. Toch gebeurde dit niet. Dus zal de dubbele betekenis van het woord ook in 1929 al zwaar hebben gewogen. D.H. Lawrence moet door zijn omgeving tegen zichzelf in bescherming zijn genomen.

Al komt er wel degelijk een haan voor in het verhaal.

Ook speelt het kruis in meerdere opzichten een rol.

The Man Who Died is een verhaal over Jezus. Alleen dan over wat hem gebeurde nadat hij voor onze zonden stierf. En weer verrezen was. Als mens ditmaal.

Lawrence laat hem aanvankelijk wat onwennig door Israël schuivelen. Zijn wonden blijven hem plagen, en mensen mijdt hij liever.

En naar de hemel vaart hij niet.

Want in januari, dus maanden later — want Jezus werd nu eenmaal gekruisigd op Goede Vrijdag — treedt hij een tempel binnen die gewijd is aan de heidense godin Isis. En dan niet aan Isis de moeder van Horus, maar aan Isis de zoekster.

Aldaar wekt een priesteres iets op in de man die stierf dat deze nog niet eerder had meegemaakt.

De Heer zou toen pas waarlijk de kop weer opsteken.

I am risen!

Lawrence laat dit zijn hoofdpersoon daadwerkelijk zeggen, met uitroepteken en al, als de priesteres hem omhelsd heeft, en zeker lichaamsdeel merkwaardig heftig op deze aanraking reageert. Wat dan weer een reeks aan gevoelens oproept.

He untied the string on the linen tunic and slipped the garment down, till he saw the white glow of her white-gold breasts. And he touched them, and he felt his life go molten. “Father!” he said, “why did you hide this from me?” And he touched her with the poignancy of wonder, and the marvellous piercing transcendence of desire. “Lo!” he said, “this is beyond prayer.” It was the deep, interfolded warmth, warmth living and penetrable, the woman, the heart of the rose! My mansion is the intricate warm rose, my joy is this blossom!

En hij schopt de priesteres meteen maar met kind ook.

Ofwel, een novelle als deze uit 1929 is anno nu niet meer geheel onbevangen te lezen. Tenzij de lezer nog zo gelovig is dat elke afbeelding van Jezus als mens een godslastering gelijk is. En die gevoeligheid ontbeer ik nu net.

Van D.H. Lawrence [1885 — 1930] moet ik ook de belangrijkste romans ooit gelezen hebben. Te jong waarschijnlijk, toen. Dus zonder er al te veel van te begrijpen.

Dit korte werk gaf de indruk dat de schrijver vooral een overgangsfiguur was — in zijn werk een transitie toont van de wijdlopigheid uit de negentiende eeuw, met alle inmiddels zo vervelend aandoende beschrijvingen, naar een zakelijker realisme, waarin ook zo veel meer beschreven kon worden. Wat hij uitprobeerde was ooit noodzakelijk voor de romankunst om verder te komen.

Alleen vond ik The Man Who Died door de zo weinig subtiele boodschap dat sex leven is, en dat aards leven daarmee ook zo zijn geneugden heeft, inmiddels toch allereerst lachwekkende Edelkitsch.

D.H. Lawrence, The Man Who Died
84 pagina’s
Rupa & Co 2004, oorspronkelijk 1929

 


[x]


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden