Plastic panda’s ~ Bas Haring

► door: A.IJ. van den Berg

Als provocatie aardig geslaagd, als boek onvoldragen. Wat mij aanstond in het pamflet Plastic panda’s van Bas Haring was zijn poging om de lezer na te laten denken over wat er nu eigenlijk natuurlijk is aan de natuur. Want hij zou het geen ramp vinden als de panda uitsterft; of noem elk willekeurig lievelingetje van de natuurbeschermers op.

Haring noemt het gegeven zelfs niet eens. Maar panda’s doen ook wel heel erg hun best om uit te sterven. Carnivoren zijn het, die beesten, gezien hun anatomie, die om onbekende redenen zijn overgeschakeld op een dieet van enkel bamboe. Daar zit al nauwelijks voedingswaarde in. En bovendien ontbreekt bij de panda’s het darmstelsel dat planteneters wel hebben, om de luttele calorieën die er zijn efficiënt uit de bamboevezels te halen.

Geen wonder dat de beesten nooit ergens zin in hebben.

Nu is het idee me niet vreemd dat veel van wat wij als natuur zien een constructie is. Al die lommerrijke bossen in mijn omgeving zijn aangelegd in de negentiende eeuw. De lichte glooiingen in het coulissenlandschap ernaast ontstonden daar doordat er ooit hoogveen is afgegraven. Het landschap dat aan me voorbijtrekt, en waar ik zo gaarne in vertoef, werd door de mens gemaakt. Grotendeels met de hand nog daarbij.

Alleen bestaat er ook nog zoiets als het onbedoelde menselijk ingrijpen in de natuur. Wij leven in de antroposfeer, volgens de Nederlandse Nobelprijswinnaar Paul Crutzen. De mens oefent al millennia invloed uit op zijn omgeving — met een opmerkelijke verheviging sinds het midden van de achttiende eeuw.

Goed, dan is een groot deel van de discussie over de menselijk invloed op de aarde een politieke discussie. Dus mag ik het Bas Haring misschien niet eens kwalijk nemen dat hij bijvoorbeeld niet ingaat op de vraag wat de betekenis is van de toename van de koolstofdioxide in de atmosfeer. Opinies en feiten zijn in dat debat nauwelijks van elkaar te scheiden.

Maar de hele natuur beperken tot wat beessies en boompies, en vooral ingaan op wat het betekent als hun leefgebied wordt aangetast, is ook weer zo wat. Alsof het weer of het klimaat géen natuur zouden zijn.

Enfin. Ik weet het. Boeken horen niet beoordeeld te worden op wat er niet in staat.

Wat er in staat, deugt ook. Ik was het vrijwel nooit met Haring oneens. Alleen stond er naar mijn idee te weinig in; wat de uitgave iets onvoldragens gaf. Wat het tot een schotschrift maakt; een pamflet.

Bas Haring, Plastic panda’s
Over het opheffen van de natuur

240 pagina’s
Nijgh & Van Ditmar, 2011

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden