Hoe word ik een goed historicus ~ Lucianus

► door: A.IJ. van den Berg

Heel erg goed heb de ik de competitie balletjetrap niet gevolgd de afgelopen weken. Voetbalwedstrijden duren me te lang. En het resultaat hangt nogal vaak af van een toevallige arbitrale beslissing. Voetbal is een jurysport. Desalniettemin wordt er langdurig over de resultaten geluld; alsof de voetballers en hun coaches goddelijke wezens zijn met geniale eigenschappen.

Niet zelden ook wordt een wedstrijd op het moment van spelen al ‘historisch’ genoemd.

En het gebruik van ‘historisch’ als superlatief zou mij per definitie tegen moeten staan. Van sportverslaggevers en -commentatoren kan ik dat alleen wel hebben — mede door het volstrekte gebrek aan soortelijk gewicht in wat ze verder hebben te melden.

De geschiedenis wordt namelijk elke dag misbruikt. Is het niet door politici, dan wel door serieuze journalisten; en andere auteurs. Zwijg ik nog over al de lieden die het verleden gebruiken om betalend volk te lokken naar hun hok. Nu goed, elders is Anne Frank een merk maandverband voor jonge meisjes — erger kan het altijd.

Maar de politici hier houden rustig een feestje om precies het foute jubileum te herdenken. 200 jaar Grondwet werd er gevierd bijvoorbeeld, dit jaar. Terwijl er in 1798 ook al een Constitutie was, die bovendien aanzienlijk democratischer was dan het koningsvererende gedrocht uit 1814.

Een simpele eis die ik daarom aan commentatoren stel — en dat zijn niet alleen historici — luidt: kruip de autoriteiten niet in hun kont.

Toch leidt deze basale eis al tot de constatering dat de meeste parlementaire journalistiek daar niet aan voldoet, waarmee deze als onvoldoende grondig moet worden beoordeeld; en dus leugenachtig is, zo niet overbodig.

Terwijl het probleem al zo lang bestaat. De satiricus Lucianus van Samosata [120 — >160] benoemde het gegeven al in zijn klacht: Hoe word ik een goed historicus. De commentatoren en redevoerders uit zijn tijd waren allereerst grote vleiers van het hoogste gezag, van de keizers en generaals, en verspreiden daarmee leugens.

Of Lucianus daadwerkelijk de historici bespotte die in dezelfde periode leefde, of dat hij enkel stromannen optuigde met als doel deze door spot te vernietigen, weet niemand. Ook over deze Lucianus is niet veel meer bekend dat hij indertijd als orator rondtrok in het westen van Syrië — een regio die tegenwoordig midden in Turkije ligt — en zelfs die wijsheid komt enkel voort uit zijn eigen werk.

Toch bleef hij geliefd. Erasmus speelde nog met zijn ideeën in diens Lof der zotheid bijvoorbeeld.

En het is nogal een waarschuwing ook, natuurlijk, die Lucianus geeft. Proberen weer te geven wat echt gebeurd is, levert nogal wat moeilijkheden op. Elke generatie misbruikt de geschiedenis op eigen wijze — en dan vanzelfsprekend allereerst om er persoonlijk beter van te worden. Is het niet in geld dan wel in aanzien.

Terwijl een goed historicus dat zelf liefst vergeet.

Lucianus, Hoe word ik een goed historicus
Vertaald en ingeleid door G.H. de Vries

76 pagina’s
Athenaeum―Polak & Van Gennep, 2007

[x]


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden