Asterix en de ziener ~ A. Uderzo & R. Goscinny

► door: A.IJ. van den Berg

Het 36ste Asterix-album, dat in 2015 uitkomt, speelt zich af bij de Bataven. Mocht u dat nieuws eerder gemist hebben, dan weet u het nu. Service van een weblogger die zich verder liever zo weinig mogelijk gelegen laat liggen aan wat nieuwsmedia rondechoën als actualiteit.

Dat 36ste album is van Uderzo’s opvolgers. En die zijn nog minder subtiel in de grappen als hij. Dus hoop op enige kwaliteit van de avonturen in de lage landen heb ik niet. Wie mee wedden wil welke clichés over Nederland gebruikt zullen gaan worden, plaatse deze hieronder in een commentaar.

Sowieso merk ik de avonturen op reis van Asterix en Obelix tegenwoordig minder te appreciëren dan de verhalen die zich gewoon thuis afspelen in het dorpje aan de kust — met Asterix en de Britten als enige uitzondering.

Goscinny leek de beste grappen te verzinnen als hij zich sterk beperken moest.

Zelfs al zijn ook die thuis-verhalen gauw eens gebaseerd op eenzelfde basale stramien. Omdat de onafhankelijkheid van de Galliërs zo afhangt van hun toverdrank dreigt bijvoorbeeld al gauw een ramp als de druïde onbekwaam is deze drank te maken.

Ook Asterix en de ziener leunt voor een deel op dit eenvoudige en met regelmaat herhaalde plot. Panaromix is namelijk ruim het halve boek weg, op reis, naar de jaarlijkse druïden-bijeenkomst in het Maretakkenbos.

Voordien zijn de meeste inwoners van het Gallische dorpje dan al stevig in de ban gekomen van iemand die hen stuk voor stuk een prachtige toekomst belooft. Een toevallige voorbijganger is dat bovendien. Die in het veld overvallen werd door het noodweer — en nochtans beweert de toekomst te kunnen voorspellen.

Xynix heet deze ziener in de Nederlandse uitgave — een weer eens te woordspelerige en ook beschrijvende naam om me te kunnen bekoren. In de Franse oerversie heet hij ook Prolix; wat zoiets betekent als spraakwaterval.

En het aardigste gedeelte van dit verhaal, wat mij betreft, is als Goscinny met de goedgelovigheid speelt van iedereen, die een goedgebekte prater o zo graag willen geloven.

Want, o waar zagen we dat mechanisme meer.

Nu ja, waar eigenlijk niet.

[ is vervolgd ]

A. Uderzo & R. Goscinny, Asterix en de ziener
48 pagina’s
Amsterdam boek, 1974
vertaling van Le Devin, 1972

[x]opgenomen in het dossier:

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2018. Alle rechten voorbehouden