Doe maar gewoon ~ Hans Kaldenbach

► door: A.IJ. van den Berg

Onlangs deed ik de inburgeringstoets, online. Want de link deed de ronde op Twitter. En het resultaat van mijn toets was goed genoeg om voorlopig nog niet de grens over te worden gezet.

Wel verbaasde ik me over de aard van vragen die buitenlanders voorgelegd krijgen, als ze toestemming willen afdwingen om in Nederland te mogen verblijven. Geschiedenisvragen worden afgewisseld met weetjes uit de staatsinrichting. Praktische vragen waar iedereen mee te maken krijgt die ergens nieuw wonen gaat, staan er naast speculaties over de aard van de Nederlander in het algemeen. En die aard wordt dan bekend verondersteld.

Als u om zes uur ’s avonds bij een Nederlander langs gaat, verwacht dan niet dat u uitgenodigd wordt om een hapje mee te eten. En dit hoort een buitenlander dus te weten. Dat werk.

Ik heb dat alleen nog nooit meegemaakt, van dat niet mee mogen eten. Sterker nog, blijven slapen kan meestal ook gewoon. Mag ik mijn kleren zelfs meteen wel uitdoen.

En daarom las ik Doe maar gewoon, van Hans Kaldenbach. Een uitgave die in verschillende talen werd uitgebracht, en waarin de auteur zich richt op:

de eerste generatie van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Antilliaanse, Arubaanse, Arabische, Afrikaanse, en Aziatische afkomst.

Ik las het als ware dit boek voor mij een test om te kijken hoe Nederlands ik ben — zelfs al geeft de schrijver in zijn inleiding aan dat voor ‘Nederlands’ vaak beter ‘Hollands’ gelezen kan worden. En dat ‘Hollands’ heeft dan weer vanouds, vanwege mijn jeugd in Friesland, de lading een scheldwoord te zijn waarmee een vreselijk arrogant type mens wordt aangeduid.

Deels bleken de tips van Kaldenbach toen te gaan over zaken die me niet typisch Nederlands lijken, en in elke ontwikkelde economie zo zullen zijn. Wij zien de linkerhand nu eenmaal niet als de onreine hand, vanwege onze spoeltoiletten. Honden zijn hier inderdaad huisdieren. En vrouwen hebben gelijke rechten — wees niet verbaasd al Nederlanders kwaad worden als u dit in twijfel trekt.

Evenmin woon ik met mijn hele familie samen in éen huis.

Boeiender waren daarom voor mij de tips die verwezen naar wel typisch Nederlands geachte eigenschappen. Zoals alle tips over de botheid die hier voor eerlijkheid doorgaat, en daarom zo hoog wordt gewaardeerd.

49

Willen ze steeds opvallen?

Vindt u dat Nederlanders steeds willen opvallen in een groep? Dat voelen ze zelf niet zo.

De meeste Nederlanders willen eigenlijk juist niet opvallen. Maar ze hebben van jongs af aan geleerd dat het belangrijk is om kritisch te zijn en een eigen mening te hebben over allerlei onderwerpen.

Ze leren ook dat het heel belangrijk is om die eigen mening naar voren te brengen.

U ervaart dat alsof ze steeds willen opvallen.

Voor Nederlanders is ‘kritisch zijn’ een vorm van eer. Je bent pas iemand als je kritisch bent.

Vandaar ook dat vergaderingen in Nederland altijd vier keer zo lang duren als nodig is, voeg ik daar dan als ervaringsdeskundige aan toe. De Nederlandse taal is nu eenmaal ook een soort misthoorn waarmee mensen aangeven te bestaan, en ruimte nodig te hebben, in plaats van enkel dat middel tot communicatie.

Zie daar ook het succes van alle sociale media, waar eenieder onbeperkt de misthoorn loeien mag.

Hans Kaldenbach, Doe maar gewoon
99 tips voor het omgaan met Nederlanders

60 pagina’s
Prometheus 2003, oorspronkelijk 1994

[x]opgenomen in het dossier:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden