Asterix en de koperen ketel ~ A. Uderzo & R. Goscinny

► door: A.IJ. van den Berg

Voor een serie die zich afspeelt in oorlogstijd, waarin dan slechts éen dorp nog niet ingenomen is door de bezetter, komt in de Asterix-albums toch opvallend weinig directe collaboratie voor. Slechts in twee boeken, De kampioen/De strijd van de stamhoofden en Asterix en de koperen ketel heult een ander Gallisch dorp openlijk met de Romeinen.

Opgave voor een academisch essay dat ik nooit zal schrijven daarom: vertolkte Goscinny hiermee de naoorlogse gevoelens over de Franse collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog? Dat er beter niet gesproken kon worden over het Vichy-regime?

Tegelijk wordt in Asterix en de koperen ketel pas op het allerlaatst helemaal zeker dat het dorp van stamhoofd Moraalelastix met de Romeinen collaboreert. Zelfs al verwoordt Abraracourcix al op de eerste pagina van het verhaal zijn twijfels over zijn collega. Die is gierig, en zou gemene zaak maken met de bezetter.

Moraalelastix geeft ook toe met de Romeinen handel te drijven. Alleen laat hij hen twee keer zo veel betalen als hij aan Galliërs zo vragen. Niet dat iets overblijft voor de Galliërs om te kopen, trouwens.

Overigens heet Moraalelastix ook Moralélastix in de oerversie, in dit dertiende album volgens de Franse telling — dus mag ik ditmaal eens niet openlijk klagen dat de naam van een personage te veel over hem vertelt. Goscinny heeft die naam verzonnen, of zag hem, en vond dat goed.

Belangrijkste verhaallijn in dit album is evenwel éen van de leukste uit alle albums. Asterix en Obelix moeten ineens het normale leven in om geld verdienen. Een hele hoop geld. En ondanks al hun pogingen lukt dat niet. Ook niet als de hulp van hun toverdrank wordt ingezet.

Asterix moest geld verdienen, omdat hij gefaald had in het bewaken van Moraalelastix’ sestertiën – die voor de gelegenheid even gestald waren in het Gallische dorpje. Waar ze wel veilig zouden zijn.

Onderweg naar Moraalelastix’ dorp, op de moeilijke gang om hem te gaan zeggen dat ze gefaald hebben om diens geld terug te krijgen, plegen Asterix en Obelix dan ineens een misdaad. Ze overvallen een Romeinse belastingsinspecteur.

Gek vond ik dat hun eeuwige verzet tegen de Romeinen, of het laten zinken van de piratenboot, nooit als misdaden aanvoelen, maar zo’n brute overval ineens dat dan wel toch is. Ik herinner me zo gauw ook geen ander misdrijf van dit kaliber in de overige albums.

De misdaad loonde overigens. Asterix kon weer naar zijn dorp terug. Hij had de schande uitgewist die hij zijn dorpelingen had aangedaan door te falen in het bewaken van de schat.

[ is vervolgd ]

A. Uderzo & R. Goscinny, Asterix en de koperen ketel
48 pagina’s
Dargaud, 1977
vertaling van Astérix et le Chaudron, 1969

[x]opgenomen in het dossier:

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2018. Alle rechten voorbehouden