Aantekeningen over de vijand ~ Armando

► door: A.IJ. van den Berg

Eigenzinniger boeken dan dit zullen er niet veel in mijn kasten staan. Aantekeningen over de vijand van Armando [1929] onttrekt zich alleen al aan alle vaste genreaanduidingen.

Vanzelfsprekend, er staan aantekeningen in. Het boek biedt op elke pagina meestal vier à vijf losse passages, die soms zelfs niet langer zijn dan éen zin. Alleen blijft onduidelijk van wie deze opmerkingen komen. Het vertelperspectief kan namelijk wisselen van aantekening naar aantekening.

Zelfs de verteltijd is niets steeds dezelfde. Soms speelt de strijd tegen de vijand — wie of wat dat dan ook zijn mag — nog steeds, als de uitspraak gedaan wordt. Op andere momenten is er duidelijk sprake van een terugblik naar een eerdere periode, die door de afstand in tijd al wat onbegrijpelijk aan het worden is.

Sommige zinnen zouden daardoor bijvoorbeeld zo citaten van Nederlandse SS’ers kunnen zijn, die Armando ooit interviews afnam; tezamen met Hans Sleutelaar.

Weer andere opmerkingen lijken dan weer naar de schrijver zelf te verwijzen. Deze groeide op in de omgeving van waar in de oorlog Kamp Amersfoort was. Daar viel hem op dat nogal wat in daar onverschillig bleef onder de oorlog:

Ik noem het ‘schuldig landschap’. Ik kan ook zeggen ‘vijandig landschap’. Goede voornemens. Het landschap zal door mijn toedoen in z’n schulp kruipen, wees daar zeker van. Ik ga behoedzaam in de aanval. We gaan het landschap aanpakken. We gaan heersen. [83]

De bomen en struiken trokken zich niets aan van wat er in het Kamp voor ellendigs plaatsvond. Die liepen gewoon de normale cycli door van groei en bloei en bladafval.

Zelfs toen het Kamp verdwenen was, stonden de bomen eromheen er altijd nog wel. Als stomme getuigen. Schijnbaar onveranderd.

Het begrip ‘Schuldig landschap’ werd voor Armando een belangrijk motief in zijn schilderijen; die doorgaans nogal zwart zijn. Ik weet niet of hij dit boek nodig had om de frase te bedenken, of dat die er al eerder was. Het zou me alleen niet verbazen dat dit hem deze woordcombinatie opleverde. In Aantekeningen over de vijand worden namelijk ook andere formuleringen uitgeprobeerd:

Geen enkel landschap is te vertrouwen. Ik wantrouwde het allang, allang. Achterbaks landschap! [17]

scheiding

Gebieden waar hevig gevochten is. Lopen over een lange, smalle brug. Geen geluid. Dit landschap, dit zwaarmoedige landschap. [107]

Het boek opent met een motto van Nietzsche, die daaraan stelt dat we geen grotere vijand zullen ontmoeten dan onszelf.

En al lijkt deze uitgave dan door Armando’s biografie een uitgave over de Tweede Wereldoorlog te zijn. Tegelijk gaat dit boek daar nooit direct over. In de aantekeningen blijft ongenoemd wie die vijand precies zijn zou. Hoogstens worden diens eigenschappen geschetst. En zelfs die zijn niet altijd dezelfde.

Neenee, het gaat om ‘de vijand’. Een tegenstander is iets heel anders. Van een tegenstander kun je winnen of verliezen. Met een tegenstander kun je je meten. Met een vijand niet. Je moet je tot het uiterste blijven verzetten tegen de vijand, maar hìj zal overwinnen. Van de vijand valt niet te winnen. Hij is onaantastbaar. [152]

scheiding

Toch heeft de vijand iets kranigs. [68]

En daarom blijft het raadsel bestaan. Bij eerste lezing indertijd was Aantekeningen over de vijand een wonderbaarlijk krachtig boek. Terwijl een tweede kennismaking nu juist irritatie bracht; omdat de inhoud zo ongrijpbaar beknopt is, dat de lezer onder het lezen zijn eigen boek mag gaan bedenken.

Ook nu, bij de derde keer, kon ik niet helemaal de ergernis loslaten iets gelezen te hebben dat voor een groot deel ook een trucje is. Maar een hoogst intelligent trucje dan toch wel. Zeker.

Lang alle boeken niet zijn te herlezen, kortom.

Armando, Aantekeningen over de vijand
156 pagina’s
Em. Querido’s Uitgeverij 1985, oorspronkelijk 1981

[x]opgenomen in het dossier:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden