Ware leven is elders ~ Ruud Welten

► door: A.IJ. van den Berg

Ook volgend jaar zomer wordt er weer een TransContinental Race gehouden — de spannendste fietswedstrijd van het jaar. Wat dan komt omdat er alleen een start is en een finishlijn, en een luttel tal controlepunten onderweg. En doordat de deelnemers alleen, op eigen kracht, zonder enige hulp van buiten, dat traject van drieduizend kilometer dienen af te leggen.

Vergeleken met deze fietsers zijn alle profwielrenners watjes, met hun volgauto’s, en alle voeding die ze door anderen krijgen aangereikt; of de hotels die al geboekt zijn voor de nacht.

Omdat ik de TransContinental van de zomer nauwgezet volgde online, via de sociale media en meer, kreeg ik ook de mededeling dat inschrijven voor 2015 nu mogelijk is. En heel even speelde ik met de gedachte.

Het boeide me even zeer om na te denken wat voor fiets ik zou gebruiken voor zo’n race van een dag of tien, twaalf. En welke minieme bagage daar dan op moest.

Maar het idee om in augustus 2015 een tijd zeker 300 kilometer per dag te moeten gaan fietsen, zei me niets. Ik heb in het verleden zulke afstanden gefietst, zelfs wel meerdere dagen achter elkaar. Dat maakte toen niet vrolijk. Mijn benul was indertijd hoogstens nog de passagier van het lichaam dat fietste. Voeg daar dan een wedstrijdelement aan toe, en de kleinste verstoring van de rit, zoals een toevallige lekke band, wordt in die staat van zijn ineens een ramp.

Ik hoef niet weg, op die manier. En dan heb ik het nog over de reis. Niet over de bestemming. Niemand heeft het ooit over de reis. Zelfs reisverhalen gaan altijd over de plaats van bestemming.

Dit relativeringsvermogen maakt me tot een rijk mens, als ik Ruud Welten [1962] mag geloven. Voor diens Het ware leven is elders onderzocht hij wat ons tot reizen aanzet. En dus, wat wij hopen te vinden op onze vakanties in het buitenland.

Welten baseerde zich daarbij onder meer op de verslagen van grote cultuurdragers — Montaigne, Goethe, Stendhal. Waarmee hij dus bewust de talloze boeken negeerde van poolverkenners en andere ontdekkingsreizigers, die nu juist ontberingen opzochten.

Consumentisme en toerisme is namelijk bij deze auteur hetzelfde.

Als u bij het lezen van de vorige pagina’s bekropen werd door een zekere weerstand die u ertoe aanzette om te denken ‘ja, maar zo ben ik niet,’dan bent u een pretoerist. Bij het toerisme hoort de overtuiging dat vooral de anderen de toeristen zijn, en dat we zelf reiziger zijn. […] De pretoerist plaatst zichzelf in de traditie van de romantische reiziger die de wereld verkent als onderdeel van zijn Bildung. Hij reist nog ‘onbevlekt’, hij reist zoals men reisde voor het toerisme bestond. Hij doet de Grand Tour om zichzelf als ‘man van de wereld’ te vormen. [138]

Bovendien zitten afknappers fundamenteel in het toerisme ingebakken. Men gaat op pad, volgens Welten, uit angst om iets te missen. En alleen daardoor ontstaat vervolgens al een gemis, omdat niemand op meer dan éen plaats tegelijk kan zijn.

We moeten alles hebben uitgeprobeerd, wat leidt tot een nog grotere teleurstelling. Wie naar Frankrijk op vakantie gaat, mist Thailand, en wie naar China gaat, weet niet wat hij mist als hij niet op de Noordpool is geweest. Maar wie naar de Noordpool gaat, mist de simpele lente op een terrasje in Utrecht of Breda. In de wereld van de toerist kan nooit rust heersen. […] [124]

Ruud Welten had een persoonlijke reden om Het ware leven is elders te willen schrijven. Hij had zich ooit verheugd op een lang verblijf in Alaska, om daar aan te komen toen er de grootste olieramp uit de geschiedenis speelde, en hij de plaatselijke bevolking enkel in de weg liep.

De kernvraag ‘Wat doe ik hier?’ heeft hem daarom ooit diep geraakt.

Zijn filosofie van het toerisme had daarmee vervolgens nog alle kanten kunnen opgaan — zo betrekt hij economische vragen amper in het betoog — maar Welten onderzocht vooral de subjectieve kant van het reizen. Wat of iemand er aan beleeft. Waarmee ook een vraag werd of er een ethiek kan bestaan van het toerisme. Nu de hele wereld zo op elkaar gaat lijken; en verwordt tot éen groot toeristenresort.

En daarbij hield de schrijver toch een paar slagen om de arm. Wat de toeristenindustrie zijn gasten aanbiedt, is niet per se het antwoord op de vraag wat iemand tot een goed toerist maakt.

De wereld rondtrekken met een kosmopolitische blik, waarin aanvaard wordt dat anderen andere denkkaders hebben, verschilt ook al fundamenteel van wat zo velen doen die de toerist uithangen; en die daarmee eigenlijk imperialisme bedrijven, zij het van een hedendaagse kleur.

Ruud Welten, Het ware leven is elders
Filosofie van het toerisme

199 pagina’s
Klement / Pelckmans. 2013

[x]opgenomen in het dossier:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden