Mijn lievelingsboek? Wat een vraag ~ les 5 uit 10 jaar boeklog

► door: A.IJ. van den Berg

Lievelingsschrijvers heb ik niet. En dat lijkt me ook wel zo gezond. Want zelfs hoogst abjecte mensen kunnen goede boeken schrijven. Hoe gezond is het om jaren enkel aan een boek te werken? De liefde voor zo’n titel hoeft zich wat mij betreft daarom niet uit te strekken tot de persoon van de maker.

Al geef ik ook toe dat als éen werk van een bepaalde auteur goed bevalt, dit zeker een aanbeveling kan zijn om de rest te proberen van zijn of haar oeuvre. En als zo’n schrijver meerdere boeken heeft uitgebracht die mij tot een tevreden lezer maakten, groeit er wel degelijk iets van een band.

Vandaar dat ik eerder dit jaar zo naar getroffen was door de terloopse bekentenissen van Joseph Epstein, in zijn meest recente essaybundel, over de goedkope hoeren in zijn jeugd. Had ik in alle bundels van deze erudiete en witty auteur eerder dan gemist dat hij mysogiene trekjes had? Moest ik dat vrouwonvriendelijke gedrag van hem uit zijn jeugd zien als een tijdverschijnsel? Wilde ik dit zien als een tijdverschijnsel?

Het is kortom beter je geen helden te maken — plaats kunstenaars op een voetstuk, en ze kunnen er enkel vanaf donderen.

En toch word ik met regelmaat, zij het meestal door mensen die me verder niet zo goed kennen, gevraagd wie mijn lievelingsschrijver is. Waarbij ze de uitleg van hierboven dan wel begrijpen. Maar dit vormt dan hoogstens een aanmoediging om over te gaan op die andere nog onmogelijker vraag: wat of mijn lievelingsboek zijn zou.

Mijn favoriete boek? De ontvoering van Alfred Heineken, door Peter R. de Vries, antwoord ik dan.

Dat is een grap. Ik heb die hele uitgave nooit gelezen. [1]

Ik heb alleen ondertussen wel geleerd dat het complicaties vermijdt om gewoon tenminste éen titel te noemen, dan om te zeggen hoe onnozel het idee is om me tot éen ‘lievelingsboek’ te moeten beperken.

De mensen die éen boek boven alles verheffen, zijn mijn mensen niet; dat lijkt me zo al éen principieel bezwaar.

Wat een vreemd onbenullige marteling toch om mij onder tijdsdruk even te laten kiezen uit de honderden boeken die ooit grote indruk maakten. Alsof dit me mogelijk zou zijn. [2]

Het is namelijk simpel. Elke lezer ontwikkelt zich. En voorkeuren wijzigen daarmee, door het leven en door het lezen. Behoeften wijzigen ook. Terwijl schrijvers nu net veel minder ruimte hebben om te veranderen; want hun persoonlijkheid blijft domweg de grote constante in hun werk; en die is gegeven. Boeken veranderen al helemaal niet meer van inhoud als ze eenmaal zijn uitgebracht.

Geldt bovendien voor elk boek allereerst dat het op het juiste moment in het leven van de lezer moet langskomen, wil het een zo grote indruk maken dat het een favoriet worden kan. Op boeklog staat nogal eens dat ik een uitgave hoger gewaardeerd zou hebben, als ik niet al grotendeels met de inhoud bekend was geweest. [3]

Het toeval draagt zo veel aan de waardering bij; en dit aspect blijft doorgaans ongemerkt.

Daarom zijn er hele volksstammen die The Catcher in the Rye een vreselijk boek vinden; omdat de hoofdpersoon op hen overkomt als een verwende puber. Terwijl daartegenover zeker zo veel lezers staan die geen indrukwekkender boekpersonage kennen dan dezelfde Holden Caulfield.

Ik las The Catcher in the Rye op mijn zestiende, en had op dat moment nog niet eerder een roman gelezen die zo tot mij sprak. En daarom zal ik dit boek nimmer herlezen; of hoogstens heel analytisch; om te zien hoe J.D. Salinger zijn effecten bereikte. Ik ben nu immers geen zestien meer.

Maar zelfs de Catcher zal op een gegeven moment het lot treffen van Goethe’s Die Leiden des jungen Werthers, en achterblijven in de tijd; een curiosum worden waarvan het nageslacht zich niet goed meer kan voorstellen waarom dat ooit zulke emoties opriep.

De lievelingsboeken die ik heb, zijn een persoonlijke keuze, tijdsgebonden, waarvan hoogstens te zeggen is dat het om titels gaat die zich tamelijk straffeloos laten herlezen. Boeken waarvan al gebleken is dat ze met me meegroeien, in de tijd.

Een constante van zulke werken is hoogstens dat hun inhoud óf niet, óf al in enkele regels naverteld kan worden — omdat het bij het lezen dus niet om het verhaaltje gaat. Ik moet bij deze boeken telkens nog aanvullen op wat de schrijver me geeft; waarbij ik door de decennia heen blijkbaar telkens wat anders toevoeg.

De auteur moet me wat te doen geven. Maakt de wijze waarop dit gebeurt vervolgens niet zo veel uit. Waarschijnlijk is deze eis het grootste verschil tussen hoe ik was als onervaren lezer, en hoe ik een boek nu oppak.

Ooit kwam er het vervelende moment dat het niet meer volstond om enkel te beginnen met lezen om te kunnen verdwijnen in de tekst. Toen ineens niet elk boek een goed boek was. Tijdens mijn puberteit moesten boeken bijvoorbeeld al spannend zijn, wilde ik er nog wat mee kunnen. Verliep mijn overstap van lectuur naar literatuur vervolgens deels via het korte verhaal. Omdat het gelukkig ooit mode is geweest dat zulke verhalen een stevig plot moesten hebben.

Weinig boeken hebben me later, als ervaren lezer, dan ook dieper teleurgesteld dan bijvoorbeeld de korte verhalen van Roald Dahl; omdat deze bij herlezing vrijwel niets anders te bieden bleken te hebben dan enkel het plot.

Tegelijk kan het best zijn dat ik precies dezelfde verhalen nog eens aanraad aan iemand.

En tegelijk staat me aan teveel beoordelaars tegen dat die het verhaal, en de wetten van het verhaal, zo makkelijk negeren in hun kritieken.

Vragen zeggen altijd nog het meest over de vragensteller, en zijn of haar wereldbeeld. De vraag wat of mijn lievelingsboek is, past niet bij de notie die ik van lezen heb.

Boeklog getuigt hoe ik de afgelopen tien jaar telkens lievelingsboeken heb opgepakt, bewust het risico nemend ze daarmee te doden.

  1. En nimmer heeft iemand door dat ik scherts. Of dat ik de titel alleen gaf, omdat voetballers die zo vaak hebben genoemd als hun lievelingsboek, in het voetbalvakblad VI, dat het antwoord daar een enorm cliché is geworden. []
  2. Wat dan wel een goede vraag zou zijn? Wat het laatste boek is dat grote indruk op mij maakte? Iets dergelijks. []
  3. Zie bijvoorbeeld het wat pedante boeklogje over Bill Bryson’s Short History of Nearly Everything []

[x]opgenomen in het dossier:

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden

4 commentaren

Pim Derks  op 14 november 2014 @ 12:57:11

Uw gevoel voor scherts neemt mij zeer voor u in. Beweren dat boeken helemaal niet meer van inhoud veranderen als ze eenmaal zijn uitgebracht en dan een afbeelding bijvoegen van een vermeerderde editie van een boek, vind ik prachtig.

Interessant overigens dat u “Die Leiden des jungen Werthers” noemt. Dat boek had na meer dan een eeuw slechts enkele ingrepen nodig om opnieuw een klassiekertje te worden:

https://www.youtube.com/watch?v=AuJKx2u4R0M#t=57m13s

Joseph Epsteins uitlatingen aangaande de homoseksuele medemens zullen u ongetwijfeld ook bekend zijn.

boeklog.info  op 14 november 2014 @ 18:45:16

Schrijvers beoordeel je aan hun beste werk. Je moet weten dat Céline Bagatelles pour un massacre schreef, maar je leest Voyage au bout de la nuit. Of Mort à crédit. En het is uitzonderlijk als een auteur meer dan vier, vijf uitmuntende boeken heeft geschreven, zoals ik voor Joseph Epstein vind gelden.

Die tekst van hem over homosexualiteit uit 1970 is inderdaad geen wonder van empathie. Hij wenst het geen van zijn vier zonen toe, want het zou ze tot een soort van nikkers maken. En hij geeft aan fundamenteel niets van homosexualiteit te begrijpen.

Tegelijk duurde het tot 1986 voor homosexualiteit helemaal verdwenen was uit de DSM die psychiaters gebruiken — en tot 1973 werden homo’s in de VS gewoon gezien als geesteszieken.

Nederland was overigens even laat met dit soort wijzigingen. De eminente psychiater Piet Kuiper heeft zich daarover nog eens flink moeten verontschuldigen.

Dus van die tekst kan ik nog zo ongeveer begrijpen vanuit welke achtergrond Epstein deze schreef — wat iets heel anders is dan het eens zijn met de man.

boeklog.info  op 14 november 2014 @ 19:13:22

Ziet over deze materie overigens ook het boeklogje over Céline, een briljante boef.

Pim Derks  op 14 november 2014 @ 22:54:38

Met de stelling dat schrijvers op hun beste werk beoordeeld moeten worden, kan ik het alleen maar eens zijn. Ik zei het eens tegen iemand die literatuurwetenschap gestudeerd had.
“Waarom?” vroeg hij.
“Zullen we het eens omdraaien?” zei ik.
Toen werd het stil.

De kwestie Céline is mij bekend. Dr. René Marres (wat zou in vredesnaam zijn beste werk zijn?) stipt het nog even aan in zijn opstel over W.F. Hermans en Weinreb. Hij gaat daar (niet verrassend overigens) bij in de fout.

Ach, ja: Piet Kuiper. In een melige bui wil ik zijn “Liefde en sexualiteit in het studentenleven” uit 1967 nog wel eens uit de kast trekken. In het negende hoofdstuk van dat boekje wordt de mannelijke student uitgebreid gewaarschuwd voor oudere, welgestelde, Stefan George-lezende heren uit het Ruhrgebied die weliswaar royaal zijn, maar daar op den duur ook iets voor terug verlangen. “Accoord, U bent geen homosexueel, maar U kunt het wel wórden.”

Daar denken we nu inderdaad anders over.