Bevrijding door verachting ~ Anton Constandse

► door: A.IJ. van den Berg

Het eerste essay uit deze bundel, over Montaigne, riep meteen verwondering op bij mij. Niet alleen las ik niets dat mij nog niet bekend was — wat niet zo vreemd hoeft te zijn, ook ik heb me eerder in Montaigne verdiept. De hele tekst van Constandse leek me alleen zo merkwaardig ouderwets.

En dat gevoel zou niet verdwijnen, bij het lezen van de rest van dit boek.

Ineens herinnerde ik me daardoor de sarcastische opmerkingen van Willem Frederik Hermans, toen hij in Het sadistisch universum ‘het esseej’ behandelde. En zich daarbij beklaagde over het geringe niveau waarop dit genre in Nederland beoefend wordt.

Vaderlandse auteurs schreven hoogstens opstellen waarin ze in eigen woorden navertelden wat buitenlandse grootheden al eens voor hen hadden bedacht.

Ook in de roman Nooit meer slapen komt nog een critica van dit type voor.

Bevrijding door verachting bevat evenwel teksten uit het hele schrijvende leven van Anton Constandse [1899 — 1985], zo bleek pas helemaal achterin het boek. De meeste daarvan dateren van voor de Tweede Wereldoorlog. In deze bundel werd rustig een lezing over Schopenhauer herdrukt uit 1922.

Dus waren de meeste opstellen al gewoon ouderwets; want in hun presentatie door de tijd achterhaald — en niet om de redenen waarachter ik Hermans’ observatie vermoedde; omdat er zo weinig eigens in zou staan.

Dat ik nu juist dit boek uitkoos om te lezen, uit de meer dan vijftig die de auteur publiceerde, had geen andere reden dan dat het leek of hij het hierin over zijn intellectuele helden zou hebben. Goed, ook de titel sprak me aan.

Multatuli was bijvoorbeeld van grote invloed op Constandse. Maar om over hem dan een radiolezing uit 1936 te lezen, bedoeld voor een groot en algemeen publiek, is toch niet de beste introductie tot wat die invloed van Multatuli dan precies heeft betekend.

Interessantse stuk vond ik nog de herpublicatie van een brochure uit 1933 tegen de toenmalige minister-president Hendrikus Colijn. Zelfs al weet ik waarschijnlijk meer over deze man dan Constandse indertijd weten kon — zoals over Colijn’s oorlogsmisdaden als militair in Atjeh; tijdens de langste oorlog die Nederland ooit gevoerd heeft; of over diens collaboratie met de Nazi’s in 1940.

Anton Constandse geeft in het voorwoord van deze bundel aan de tekst over de calvinist Colijn te hebben opgenomen als negatief voorbeeld.

En dat van die oorlogsmisdaden in Nederlandsch-Indië vermoedde hij al. Colijn was namelijk in de ogen van Constandse een dienstknecht van het allerslechtste. Colijn’s uitleg van het calvinisme had eraan meegeholpen om alle roofkapitalisme mogelijk gemaakt waar de wereld op dat moment de gevolgen van ondervond.

Na een analyse over wat er allemaal speelde, riep Constandse vervolgens op tot het statenloze socialisme.

En ook die slotpassage staat nog gewoon in deze bundel. Terwijl Anton Constandse deze enkele alinea best had kunnen weglaten; waarmee zijn betoog ineens veel krachtiger en tijdlozer was geworden. Maar daar was dit de bundel blijkbaar niet naar.

Anton Constandse, Bevrijding door verachting
Essays
175 pagina’s
Meulenhoff, 1976

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden