Perfecte recensies: er is een recept ~ les 7 uit 10 jaar boeklog

► door: A.IJ. van den Berg

De belangrijkste wijsheid die boeklog me heeft opgeleverd is in éen zin samen te vatten: Boeken zijn het best te beoordelen als ze gelezen worden in een reeks van werken met eenzelfde strekking. Serieel.

Zowel de kwaliteiten als de tekortkomingen worden het meest duidelijk als het mogelijk is om binnen korte tijd te vergelijken. Zelfs een afweging tussen wat fictie aan de orde stelt en een zakelijke tekst over hetzelfde onderwerp werkt vaak al verhelderend.

Blijft het vervolgens wel zaak om wat perspectief te behouden. De kaboutervete van de Friese schrijversbond met mij ontstond bijvoorbeeld mede omdat ik het gewaagd had om in recensies pas verschenen Friese boeken te wegen ten opzichte van de hele wereldliteratuur mij tot op dat moment bekend. En dit riep direct grote weerstand op.

In Friesland was het nu eenmaal gebruik dat de ene auteur de andere besprak — door een eeuwig gebrek aan onafhankelijke critici in de taal — waardoor mildheid doorgaans overheerste in de recensies. Want wie oordeelde wist op zijn of haar beurt te zullen worden gewogen door een collega. En omdat vrijwel geen boek uit het Fries ooit een ander taalgebied bereikt, is de wederzijdse bewondering er vanouds een fijn gezelschapspel.

Ik besefte dat onvoldoende, indertijd. Anders had ik ook wel hardere woorden gebruikt, in mijn mild geamuseerde reactie op de karaktermoord door de schrijversvakbond, die een beroepsverbod heeft geëist voor mij om literatuur te beoordelen.[1]

Professionele critici en recensenten vergelijken vanzelfsprekend ook telkens boeken die op elkaar lijken. Alleen heet dit proces bij hen specialisatie. En zo’n specialisatie heeft zowel voor- als nadelen. Waarbij voor mij het zwaarst weegt dat daarmee wat makkelijk beroepsblindheid optreedt.

Voor wie enkel de Nederlandse literatuur beoordeelt, of de Friese, is die Nederlandse literatuur dan al gauw de enige maatstaf. Of de Friese.

En ik ben toch heel blij een woordje van over de grens te kunnen lezen. Of dat ik het zelfvertrouwen heb om de roman een vreemd beperkt genre te durven vinden — dat waarschijnlijk te moeilijk is geworden voor de hedendaagse auteurs — omdat er altijd wel iets is aan lange fictie dat niet deugt.

Mijn verzamelde boeklogjes legden nog een andere beperking bloot van de doorsnee recensie. Zo’n standaardbespreking biedt namelijk enkel een momentopname. Een impressie die doorgaans ook nog geschreven werd kort nadat een titel is uitgekomen.

Toch zijn er boeken genoeg die enkele jaren later ineens beter op hun plaats lijken.

Dat ik lievelingsboeken elke tien à vijftien jaar herlees, is mede om te zien of mijn eerste indrukken blijven kloppen, of dat deze toen vertekend waren door het moment. En de ervaring die zulke herhaalde confrontaties me gaf, maakte dat ik al eens het recept meende te kunnen opstellen van dé perfecte recensie.

Waarbij mijn stelling tegelijk was dat zulke recensies amper geschreven zullen worden — in elk geval zeker niet van beroepsrecensenten verwacht mogen worden. Alleen al omdat die zo zeer vasthouden aan de publicatieschema’s van de uitgevers, en de brandende actualiteit in boekenland.

Zwijg ik nog over hun literaire maatstaven. Dat lijkt me wel zo beleefd.

De perfecte recensie is namelijk ook pas te schrijven als een boek enigszins objectief vergeleken kan worden met zichzelf. Ofwel, na een tweede lezing, die geruime tijd later moet plaatsvinden. Zodat in elk geval duidelijk wordt of er iets te modieus was aan de uitgave; dat bij eerste lezing zo veel minder goed zal zijn opgevallen. Tijden hebben tijden.

Helpt het verder mee als de eventuele opwinding om een boek allang is weggeëbd.

Ik schatte indertijd in dat enkel de faculteiten Letterkunde het aandurven om uitgaven nog eens zo te wegen.

Maar de meeste academici kunnen dan weer niet schrijven, omdat zij zich slechts tot hun vakbroeders en -zusters richten. Bovendien beperken zij zich tot het bestuderen van fictie en poëzie;

Een kleine drie jaar terug dacht ik daarom:

De kans nog eens een perfecte boekbespreking tegen te komen, is daarom het grootst in het boek van andere schrijvers; als deze zich bezighouden met wat hen zoal beïnvloed heeft;

Sterk onderhevig aan toeval dus;

Inmiddels wil ik daar aan toevoegen dat er wel degelijk weblogs bestaan waarop lezers boeken bespreken op een manier die zo nog niet eerder bestond. Namelijk zonder dat daar een eigenbelang in meeweegt.

Alleen is er dan nog dat andere element, dat een recensie tot een perfecte recensie zou maken.

Zo’n kritiek moet voor mij ook op zichzelf kunnen staan, als tekst.

De sterkste voorbeelden van boekrecensies die blijven, terwijl de daarin besproken boeken lang vergeten zijn, bestaan dan alleen ineens wel uit die waarin de auteur cabaret bedrijft, of een moord begaat. Gerrit Komrij’s alter ego Patrick Demompere schreef een hele bundel vol met eeuwig leesbaar blijvende kritieken. En Gore Vidal de tien grootste bestsellers in de VS van 1973 te zien bespreken, blijft een feest om te lezen.

Zijn er nog vele historische voorbeelden ook van zulke slachtpartijen op papier.

En van een slecht boek is bij eerste lezing echt al duidelijk wat er niet aan deugt. Daar zullen die tien tot vijftien jaar afstand niets aan veranderen.

De perfecte recensie kan dus nooit uit een afrekening bestaan; uit een grap ten koste van een ander. Enige bewondering, hoe afstandelijk ook, lijkt me wel een vereiste.

Dus moet de voorzichtige conclusie nu wel luiden dat ik wel een recept opstellen kan voor perfecte boekbesprekingen. Maar dat bij de uitvoering daarvan al gauw zeker éen ingrediënt niet in huis zal zijn.

* de illustratie bovenaan komt uit het boeklogje over DirkJan 12. Click voor groter.

  1. Mild geamuseerd, ja. Ware het me menens geweest, dan had ik wel de landelijke publiciteit gezocht, om deze merkwaardige censuurpoging van it Skriuwersboun algemene bekendheid te geven. Hoe moeilijk zou het zijn geweest voor een ervaren journalist, om zoiets in te steken bij een persbureau als het ANP? []

[x]opgenomen in het dossier: