Schrijven als ontdekking. Schrijven als plicht ~ les 8 uit 10 jaar boeklog

► door: A.IJ. van den Berg

Boeklog was het simpelst om bij te houden in de jaren 2010 en 2011. Toen had ik me voorgenomen om minstens elke dag een boek te lezen. En dit betekende dus ook dat er stipt iedere ochtend vroeg een boeklogje geschreven worden moest.

Was dit gedaan, na twintig minuten, dan zat de meest knellende verplichting erop, en mocht ik de rest van de dag weer gewoon mijn domme goeiige zelf zijn. [1]

Zonde daarom dat mijn tekstjes in de loop van die twee gevulde jaren steeds narriger werden. Lucht om ontspannen te ademen en ruimte in het hoofd te houden, blijft nodig om steeds iets nieuws op een website als deze te kunnen aantekenen. En dat is bijna jammer; want de simpelste routines zijn nu eenmaal het makkelijkst om vol te houden.

Het moeilijkst om te schrijven voor deze website, blijken teksten te zijn als bijvoorbeeld dit reeksje lessen uit tien jaar boeklog. Terwijl me toch al enige tijd bekend is wat er hier moet komen te staan.

Ik vrees dat er problemen ontstaan omdat er voor mijzelf te weinig nieuws te ontdekken valt in deze regels. De kans is gering dat ik tijdens het opschrijven van een lesje als dit ineens gedachten krijg die er nog niet eerder zo waren. Dus moet gehoopt worden dat me al doende nog een aardige formulering invalt, of desnoods een slechte grap; waardoor het werk aan deze regels ineens geen corvee meer is.

Door dit mechanisme wordt dus ook de voornaamste aantrekkingskracht van boeklog voor mijzelf, als maker, verklaard.

Ik ben doorgaans heel erg benieuwd naar wat ik over een boek te zeggen zou hebben. Want weliswaar bestaan er ideeën. Alleen bestaan die gedachten niet per se uit woorden; wat ze zelden heel helder of uitgesproken maakt. Vooral bij boeken met voors en tegens hangt het niet zelden nog van het schrijfproces af hoe mijn oordeel uiteindelijk uitpakt.

Het is best mogelijk dat ik van plan ben een boeklogje te schrijven met een positieve teneur, terwijl me tijdens het schrijven enkel formuleringen invallen die naar een negatief oordeel toe leiden.

Andersom komt overigens ook voor, alleen minder vaak.

En ik laat die vrije stroom aan gedachten dan toe. Boeklogjes worden in éen geut geschreven. Anders is het bijhouden van deze website werk; en dat mocht het nooit wezen.

Tegelijk ben ik verslaggever genoeg geweest om niet ook een paar wetten uit dat vak toe te passen hier. Murphy’s Law, toegespitst op journalisten, luidt namelijk:

Pas na een interview weet je welke vragen je had moeten stellen.

wat een variant is op de wijsheid:

Pas als je tekst in de krant staat afgedrukt, weet je wat je had moeten schrijven.

Boeklog heeft daarom vrijwel al deze tien jaar met een klein buffertje gewerkt, van doorgaans enkele dagen. Zodat ik mijzelf de mogelijkheid verschafte om onder meer mijn vele schrijffouten te verbeteren. Want ondanks tien jaar routine hier denk ik nog altijd sneller dan dat ik typ.

En die kleine buffer biedt me dus ook de kans om ongemerkt nog wat l’esprit d’escalier toe te voegen. Het schrijven aan een boeklogje houdt namelijk niet meteen op, als zo’n tekstje al in de database is klaargezet. Onbewust blijf ik daar dan toch mee bezig. Waardoor zich met regelmaat naderhand verbeteringen aan me opdringen. Die overigens lang altijd niet verbeteringen zijn.

Netzomin begint het schrijven van een boeklogje pas op het moment dat ik de tekstverwerker open, en de noodzakelijke maar saaie details intyp over de boektitel, het aantal pagina’s, en het jaar van uitgave.

Dat schrijven begon namelijk al tijdens het lezen — en als het goed is gaat dit grotendeels onbewust.

Als een boek me niet boeit, of het gewoon slecht is, kan het nadenken over het boeklogje namelijk naast het lezen komen te staan in mijn hoofd; en soms het leesproces zelfs overstemmen. Meestal lees ik zulke titels overigens niet uit; zodat er hier nooit over geschreven wordt.

De waarde van het werk aan boeklog is voor mij overigens groter dan dat ik in die tien jaar tijd redelijk heb geleerd om snel een boeklogje in elkaar te flansen; over willekeurig wat voor uitgave ook. Ik heb door deze website het zelfvertrouwen gekregen om ook het onmogelijke aan te durven vatten. Over sommige boeken is namelijk vrijwel niets te schrijven, als ik de normale regels van de boekenkritiek zou volgen — bijvoorbeeld omdat de inhoud bestaat uit losse elementen, die nauwelijks iets met elkaar gemeen hebben. Routine hebben door al die onmogelijke voorgangers helpt dan echt.

Schrijven voor deze website blijft toch een eeuwig dansen op een slap koord. Het boek bepaalt namelijk grotendeels hoe erover geschreven gaat worden. Niet ik. En al evenmin kan ik daarbij gebruik maken van een vast recept of een journalistiek sjabloon. Sommige boeken moeten namelijk eerst omsingeld worden om ze te kunnen beschrijven; en voor die benadering van buitenom bestaat geen vaste tactiek.

Terwijl ik nu net zo gedrild was om via vaste formules te schrijven.

Schrijven is voor mij nooit de innerlijkste expressie geweest van mijn meest innerlijke emoties. Ik had simpelweg altijd allereerst informatie over te brengen. Veel gevoel kwam daar nooit bij kijken. En bij het overbrengen van informatie helpt het als deze op een voorspelbare manier te stroomlijnen is.

Ook nieuwsmedia werken met een gering tal sjablonen; waaraan de inhoud zich maar aan te passen heeft. Dus gaat het mis als de inhoud zich niet naar zo’n vorm laat voegen. Het principe van hoor en wederhoor werkt bijvoorbeeld domweg niet als aan de ene kant van het verhaal de overgrote meerderheid der wetenschappers staan, en de tegenstem komt van een homeopaat of andere kwakzalver, een fundamentalistisch gelovige, of iemand anders die enkel op zijn gevoel vertrouwt. Toch komen zulke confrontaties telkens nog voor.

Mijn eeuwige probleem met de nieuwsmedia is dan ook dat de inhoud zich daarin te vaak maar te vormen heeft naar het sjabloon dat al klaar ligt. Want dat vind ik zo dom, en zo’n minachting voor mij als publiek.

John Updike heeft ooit regels opgesteld voor waar een kritiek volgens hem aan moet voldoen. En op zo’n lijst met regels is weinig aan te merken. Behalve dan dat ook Updike vergat om die in een context te plaatsen. De recensies en kritieken die hij schreef, kwamen doorgaans in een blad, en zo’n blad richt zich vanouds op een redelijk vaststaande doelgroep.

Dit lezerspubliek bepaalde daarom de invulling van zijn teksten mee.

Boeklog is allereerst voor mijzelf geschreven, voor mijn eigen lol. Het blijft een persoonlijk leesdagboek. Bezoekersaantallen of reacties van buiten zijn daarmee ook van een secundair belang; wat aanzienlijk harder klinkt dan ik het bedoel. Want bezoekers en hun reacties maken doorgaans dankbaar.

En heel soms lukte een boeklogje zo goed dat ik daar nu nog tevreden over kan zijn. Hier iets te schrijven voor de eeuwigheid hoefde alleen nooit. Veel belangrijker is dat ik met deze website de kramp heb overwonnen in mijn schrijven; dat zo misvormd was door alle routine aan journalistiek.

 

  1. Zie ook het boeklogje over Flow []

[x]opgenomen in het dossier: