Privédomein ~ Ingrid Hoogervorst

► door: A.IJ. van den Berg

Hoogervorst’s Privédomein en Jongstra’s Worst zijn voor altijd een twee-eenheid — en dat klinkt dan ook nog als een vreemd eufemisme.

De voormalige echtelieden zullen waarschijnlijk ook willen dat het anders was.

Hoogervorst’s roman eindigt alleen waar dat van Jongstra begint, als de vrouw haar man het huis uit stuurt.

En verder dwingen de boeken inhoudelijk automatisch tot een vergelijking. Ze gaan over het einde van dezelfde relatie. Tussen de beide schrijvers. En daardoor valt bijvoorbeeld heel duidelijk op wat het ene boek wel heeft, wat in het andere mist.

Zo leest Privédomein wel als een persoonlijke afrekening, omdat Ingrid Hoogervorst daarin Atte Jongstra en al diens onzekerheden nogal onbarmhartig beschrijft. Heel de geschiedenis van hun relatie komt langs, in beten en brokken.

Daarnaast biedt Hoogervorst ook een portret van zichzelf. Zonder dat ik haar daardoor trouwens kennen leerde. Hoogstens is als typerend trekje blijven hangen dat mevrouw een astroloog heeft.

En dit alles is dan nog daar aan toe. Wat Privédomein net als Worst voor mij vervelend maakte — afgezien van de onvoldragenheid — is dat de boeken over schrijvers gaan, die daarin onder meer vertellen wat er speelde bij hun schrijven. En dit thema levert vrijwel nooit aantrekkelijke boeken op. Sterker nog, dit onderwerp wordt nu net opvallend vaak ingezet door auteurs die verder niets te melden hebben. Ik zie het daarom tegenwoordig als een waarschuwing dat wat volgt vrij weinig voorstelt.

Goed, Ingrid Hoogervorst moest wel uitleggen dat het Atte Jongstra stak dat ook zij boeken ging schrijven; na eerst enkel recensent te zijn geweest voor De Telegraaf.

Kwam daar nog bij dat zij na een tijd ophield met het schrijven van kritieken, en het Letterenfonds ook haar carrière financieren liet — wat Jongstra volgens Hoogervorst eveneens benauwde.

En een relatie met een schrijver kan bovendien als nadeel hebben dat je jezelf, of je relatie, ineens terug ziet komen in een boek. Ingrid Hoogervorst beschrijft hoe ze ooit amper durfde te beginnen in Atte Jongstra’s roman Hudigers hooglied — die over hun relatie ging in het Franse huis — uit vrees wat er allemaal te grabbel kon zijn gegooid.

Wat is intimiteit? Kun je het al schrijvend stelen? In 1999 moet ik het allemaal hebben gelezen en opgeslagen.Ik weet nog dat ik dacht: zo zit het niet.

Diegene die ik liefheb lijkt verdwaald. Of was ik verdwaald?

[76]

Zonder Jongstra — die vaker op mijn pad kwam — en diens Worst had ik Hoogervorst’s Privédomein overigens nooit gelezen. Als er twee visies bestaan over dezelfde gebeurtenissen gaat het alleen niet aan om te selectief te zijn. Dan moet ook van alles kennis worden genomen.

Punt is alleen wel dat ik daardoor twee boeken las die ik liever ongelezen had gelaten; achteraf gezien. En is dat dan omdat de schrijvers mij door hun onvermogen tot voyeur hebben gemaakt? Wat ik per se niet wil zijn?

Wat bij Ingrid Hoogervorst niet meehielp, is dat zij het schrijversbestaan nogal heilig maakt in dit boek.

Zodra ze haar eerste verhaal heeft gepubliceerd, krijgt ze een e-mail van een collega waarin ze welkom wordt geheten bij de Club der Zeldzamen, zo blijkt bijvoorbeeld uit dit boek.

Nu maakt het mij op zich niet uit dat auteurs zo over zichzelf denken; dat ze oprecht menen van alles meer te zijn dan niet-schrijvers. Van mijn part begint een schrijver aan zijn of haar werk in de volledige overtuiging God zelve te wezen.

Zet dit alleen dan niet in het boek. Want eenmaal zulke hoogmoed ook in de tekst is vastgelegd, word ik van de weeromstuit extra kritisch. En nee, ook die gemoedstoestand is mij niet aangenaam. Ik geniet liever. Ik later me aanzienlijk liever betoveren.

Connolly’s uitspraak — dat het de enige ware functie van een schrijver is om meesterwerken te scheppen — gaat ver. En is bovendien een recept voor depressie, want waarom dan nog ergens aan beginnen? Ik meen alleen toch dat boeken ons het beste kunnen geven dat iemand te bieden heeft. Want teksten kunnen immers altijd nog worden herschreven.

Ik moet bij het lezen domweg niet het idee krijgen dat er even flux een boekje op de markt moest worden gebracht, vanwege de centen. Zoals nu twee maal gebeurde.

Ingrid Hoogervorst, Privédomein
190 pagina’s
Prometheus, 2014

[x]