Schrijfmachine mijmert gekkepraat ~ Willem Frederik Hermans

► door: A.IJ. van den Berg

Er moet een tijd zijn geweest dat enkel het bestaan van iemands verzamelde werk me al hebzuchtig maakte. Alsof het bezit van al dat papier meteen al gelijk zou staan aan de verovering van de inhoud. Alsof de rijkdom van al die woorden ook op mij afstraalden als de boeken ongelezen in de kast zouden prijken.

Inmiddels is die wil tot hebben helemaal weg. De meeste boeken zijn het bewaren namelijk niet waard. Daar zal ik na eerste lezing nooit meer een blik in werpen. Ik koop ook alleen nog werk waarvan zeker is dat het nog eens gelezen zal worden. Uitzondering kan nog zijn dat geen enkele bibliotheek zo’n boek heeft, en aankoop dus wel noodzakelijk is om het te kunnen bekijken.

Daarmee is ook het bestaan van verzamelde werken van betekenis veranderd. Ik waardeer nu hoogstens alle activiteit achter zo’n uitgave. De poging daarmee om de belangstelling voor tenminste éen schrijver levend te houden.

En uitgaven zoals Hermans’ Volledige werken bieden vanzelfsprekend de mogelijkheid om nog eens de teksten te lezen die eerder nergens te lezen waren. Zoals het boekje De schrijfmachine mijmert gekkepraat. [1].

Dit verscheen in 1989 als bibliofiele uitgave, en moest toen honderd gulden kosten.

En daarmee werd het meer een grafisch kunstobject dan iets anders. Want om de inhoud hoeft niemand dit werkje te lezen.

W.F. Hermans vertelt er wat in over de geschiedenis van zijn zo geliefde schrijfmachine — hij verzamelde deze apparaten. Alleen blijft het vervolgens vooral bij beschrijvingen van de technische keuzes die de makers deden van de eerste modellen.

Enige opmerkelijke uitspraak die de auteur daarbij deed, is dat de schrijfmachine mechanisch gezien al honderden jaren eerder had kunnen worden uitgevonden. En toch gebeurde dit niet; en duurde het tot in de negentiende eeuw tot er bruikbare apparaten werden bedacht. Speculeren waarom er toen wel vraag kwam, doet de auteur verder niet; want de Amerikanen hadden toen al ontdekt dat tijd geld is — en dat vormt dan voor hem verklaring genoeg.

Wordt de helft van het tal bladzijden in het boek ook nog gevuld met zwart-wit prentjes van rond 1900, en oudere tekeningen van enkele besproken merken.

De oeruitgave toonde kortom bijzonder weinig ambitie. Had Hermans ook maar enige moeite gedaan om uit te leggen waarom Fransen een AZERTY-toetsenbord hebben, en wij een QWERTY, dan had een boek als dit nog enige informatieve waarde gehad. Nu bleef de tekst wel erg in de mijmering hangen.

Hermans moest dat later ook toegeven, en bracht toen als een soort compensatie aan zijn uitgever bibliofiel nog eens een Amerikaans dagboekje uit; zo leert de toelichting achterin in Deel 15 van de Volledige werken.

[ is derhalve vervolgd ]

Willem Frederik Hermans, De schrijfmachine mijmert gekkepraat
pagina’s 9 – 61
© 1989
in: Willem Frederik Hermans, Volledige werken 15
955 pagina’s
De Bezige Bij, 2012
  1. Jaja, Nijhoff []

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden