One for the Books ~ Joe Queenan

► door: A.IJ. van den Berg

Is lezen een drug?

En mocht dat zo zijn, wat maakt dit mijn boeklog dan?

De stelling dat lezen een roesmiddel is, wordt vrijwel meteen geponeerd in One for the Books, van Joe Queenan. En misschien moest hij dit ook wel doen. Queenan leest ruim honderd boeken per jaar. Dat is niet direct een aantal waar ik van schrik. Alleen leest de doorsnee Amerikaan slechts vier boeken in datzelfde jaar. Dus wordt het zo bezien ineens de auteur die opvallend afwijkend gedrag vertoont.

En dat moest dan blijkbaar verdedigd worden.

Leest Joe Queenan ook nog vrijwel alleen romans.

Hij meldt daarover ooit zo obsessief met lezen te zijn begonnen om aan de werkelijkheid te kunnen ontsnappen. En Queenan is zelfs overtuigd dat dit de belangrijkste reden van mensen überhaupt is om te lezen. De wereld die in boeken wordt opgeroepen, is een betere dan die waarin wij op dit moment verkeren.

En daarmee deed de schrijver direct allemaal uitspraken die ingaan tegen mijn ideeën over het onderwerp.

Want gaan romans niet veelal over levens waarvan de lezer blij is die niet te hoeven doorstaan?

Verder ben ik boeklog ooit mede begonnen om te onderzoeken of ik nog wel romans slikken kon. Mijn lezen leek toch vooral nog te bestaan uit een poging de werkelijkheid beter te leren begrijpen, door te onderzoeken wat anderen daar zoal over geschreven hadden; in hun non-fictie.

Toegegeven, dit komt inderdaad voort uit onvrede met veel van wat er plaatsvindt.

Geef ik onmiddellijk ook toe dat het wellicht vreemd is om heel veel te lezen — de maatschappij waarin ik leef, lijkt daar in elk geval weinig mee te kunnen.

Maar ik zie boeken misschien toch allereerst als ontmoetingen met gesprekspartners, die daarin dan bovendien op hun intelligentst zijn; omdat de makers eindeloos aan het betoog hebben kunnen schaven. Wat vervolgens dus maakt dat een slecht boek als een persoonlijke belediging kan voelen. Heb ik de auteur alle ruimte en tijd geboden om het woord tot mij te richten, komt er vervolgens niets dat de moeite van het lezen waard was.

One for the Books loonde overigens wel de moeite. Queenan schreef met dit boek allereerst een amusante biografie van een lezer. Die er vervolgens niet op toegespitst was om zijn leefgeschiedenis — of leesgeschiedenis — alleen te geven. Hij probeert in het boek toch vooral ook uitspraken te doen van een algemenere aard over dat lezen.

Alleen ben ik het daar vervolgens dus niet altijd mee eens. Achteraf. Als ik me uit de betovering van Queenan’s betoog heb losgewrikt.

Tegelijk staan er tientallen uitspraken over lezen in dit boek die wel degelijk ook voor mij gelden. Over hoe vreselijk het bijvoorbeeld is als anderen, zoals de media, ons ineens éen boek door de strot proberen te drukken.

I still cannot understand how one human being could ask another human being to read Look Homeward, Angel and then expect to remain on speaking terms. […][17]

Lezen blijft nu eenmaal een hoogst persoonlijk avontuur.

Of over hoe het mogelijk is om zeker een dozijn aan verschillende boeken tegelijk te lezen. Mede omdat zo weinig uitgaven de moeite waard zijn om in éen zitting door te nemen.

[…] books usually begin like a house on fire but then cool off around page seventy. Some cool off even earlier. [61]

Boeklog werd ooit mede begonnen om me eindelijk eens te dwingen boeken uit te lezen. En nu ik niet meer de dagelijkse plicht voel om op te schrijven wat ik las, is meteen ook die slechte gewoonte terug. De meeste boeken die tegenwoordig mijn huis binnen komen, blijven half gelezen. Als het al zo ver komt.

One for the Books was wel zo uit. En Queenan maakte me met deze uitgave bovendien licht jaloers. Al mijn ervaringen met dat lezen zullen nooit meer tot een eigen boek hoeven te leiden. Want een amusantere versie van dat boek bestaat dus al.

Joe Queenan, One for the Books
245 pagina’s
Viking, 2012

[x]opgenomen in het dossier:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden

een reactie

Jamie  op 24 september 2015 @ 16:17:00

Lezen is voor mij geen drug maar wel een genotsmiddel. Graag lees ik over reizen die ik zelf nooit zal (kunnen of willen) maken. Over taal en taalgebruik, over sporten (bijv. heerlijk – met klamme handen – lezen over bergbeklimmen terwijl ik hoogtevrees heb). En tot tien (papieren) boeken tegelijk. Momentopname: Kayak van W. Nealy, Brandingkajakken van R. Hagenaars, Hoe schrijf ik een succesroman van B. Reesinck, Het blauwe boekje, van De VRies en Wolbrink, Alles over kano’s van J. Wester, Kanogids van J. Eggen, De Dordogne per kano, van J. Wester, Op reis van L. Couperus, en nog een drietal waarin ik nog niet ben begonnen.