Can’t We Talk About Something More Pleasant? ~ Roz Chast

► door: A.IJ. van den Berg

Humor is als je niettemin lacht. Ondanks alles. En zelden las ik een boek dat deze klassieke definitie van wat humor is beter illustreerde.

Bleek het nog grotendeels een stripboek te zijn ook.

Roz Chast — die onder meer grappen in de New Yorker publiceert — beschreef in Can’t We Talk About Something More Pleasant de dood van haar beide ouders. Op indrukwekkend amusante wijze. Dat proces nam ook wel enige tijd. En omdat Chast enigst kind was, kwam er daarbij veel op haar aan. Complicatie was alleen al dat ze zelf al lang geleden uit New York verhuisde. Terwijl haar ouders daar vrijwel heel hun leven in hetzelfde huurappartement woonden. Ontkende haar moeder ook nog eens heftig dat ze aftakelden. Dat was geen onderwerp van gesprek.

Hielp het al evenmin mee dat de verhouding tot haar ouders ietwat ingewikkeld lag. Want zij trok veel meer naar haar vader, de goeiige George. Die werd langzaam dement. Al viel pas echt op hoe erg hij al was afgetakeld toen zijn hem een keer alleen thuis had.

George was toch allereerst een twee-eenheid met haar dominante moeder Elizabeth geworden. Die niet alleen hem, maar naar haar idee de hele wereld sturen kon. Daar hoefde ze namelijk enkel even haar stem voor te verheffen.

Bij haar moeder was het verval allereerst lichamelijk. Waardoor het op een gegeven moment handiger wordt als beide verhuisden naar een verpleeghuis, aanzienlijk dichter bij hun dochter in de buurt. Wat later dan nog weer vervelende financiële consequenties bleek te hebben.

Hadden die ouders van Roz Chast nooit iets weggegooid. Waardoor in hun oude appartement bij het leeghalen troep uit vrijwel alle decennia van de twintigste eeuw opduikt. Chast gebruikt dan terloops even foto’s om haar verhaal te vertellen.

En van een hoofdstuk als dat is het niet heel moeilijk om aan te wijzen wat er dan precies grappig aan is.

Bazige Joodse moeders zijn sowieso een fijne trope in de hedendaagse cultuur.

Alleen deed dit boek dus nog aanzienlijk meer dan de makkelijke grappen vinden.

En waarschijnlijk lukte dit omdat Roz Chast heel fundamenteel een universeel verhaal vertelde — want als het goed is, moet elk kind zijn of haar ouders uiteindelijk begraven. Bij elke afwijking van dit patroon moet er al iets vervelends zijn gebeurd.

Waardoor het ouderlijk huis, eenmaal het leven daar uit is, dus best uit een enorme verzameling troep zou kunnen bestaan.

Wat de auteur terloops enorm goed deed, was om telkens de dubbelheid vangen die zo past bij die fase in het leven. Want enerzijds moeten ouders natuurlijk zo lang mogelijk leven als kan. Terwijl, aan de andere kant, als het lijden wordt, de dood veel te lang op zich laat wachten, voor het kind.

Komt daar bij dat er slechts éen paar mensen is voor wie je altijd kind zult blijven. Waarbij het nog opvallend moeilijk blijkt te zijn om iets in deze rolverdeling te veranderen later. Terwijl dit dan toch moet.

Roz Chast, Can’t We Talk About Something More Pleasant?
A Memoir
228 pagina’s
Bloomsbury, 2014
Illustratie uit het besproken boek

[x]


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden