Friezen op sosjale media ~ Lysbeth Jongbloed-Faber

► door: A.IJ. van den Berg

Er staat éen zinnetje in dit onderzoeksrapport dat het redt, voor mij. Dat is de slotzin, waarin Lysbeth Jongbloed-Faber vaststelt dat het Fries nog nooit eerder door zovelen als schrijftaal is gebruikt. Want het vreemde amalgaam van websites en diensten online dat tezamen de sociale media heet, dwingt dus meer mensen dan ooit ineens om de taal — die toch altijd eerst en vooral spreektaal was — te gaan schrijven.

Eerder bestond er blijkbaar niet zoiets waardoor iemand die dwang kon voelen. De verandering kwam pas met de opmars van het beeldscherm dat aan internet gekoppeld was, en dan vooral het scherm dat vrijwel iedereen inmiddels altijd bij zich heeft.

Maar Friezen op sosjale media is als studie uiteindelijk niet meer dan een eerste verkenning — zelfs al deed Lysbeth Jongbloed dan eerder zelf al onderzoek naar het sociale mediagebruik van Friestalige jongeren.

Voor dit rapport is online een enquête gehouden — waartoe belangstellenden zichzelf moesten aanmelden. Er werden ook nog wat gesprekken gevoerd. En er is eens gekeken naar parallellen in onderzoek over andere minderheidstalen, zoals het Welsh.

Waarmee mij, zelfs voor een eerste plaatsbepaling in de tijd, wel erg veel aan het taallandschap hier bekend werd verondersteld.

Verzachtende omstandigheid is wellicht wel dat ik nog nergens onderzoek zag waarin wel heel opvallende oordelen getrokken werden over die sociale media. Het onderwerp is waarschijnlijk te nieuw. En daarbij is het woord ‘media’ al te vaak een ongelukkig containerbegrip gebleken, waaraan het ‘sociale’ aspect vervolgens enkel verwarring toevoegt.

Volgens nogal wat gebruikelijke onderzoeksdefinities bijvoorbeeld is ook boeklog een sociaal medium, enkel omdat bezoekers hier onder deze tekst wat terug zouden kunnen zeggen. Terwijl boeklog toch echt niet meer dan mijn eigen knollentuintje is, ergens in een afgelegen hoekje van internet. Bezoek zegt ook zelden iets terug.

Veel onderzoek op het moment doet ook weinig meer dan tellen. Zoveel 65-plussers gebruiken inmiddels Facebook, tegenover zoveel vijf jaar terug. Zoveel jongeren hebben een smartphone, waarop ze dan zoveel minuten in de week met vrienden communiceren. En zoveel mensen zetten hun telefoon geen enkel moment meer uit.

Ook Friezen op sosjale media is in de eerste plaats zo’n telstudie. Waarvan me de voornaamste verdienste lijkt dat over een tijd weer zo’n zelfde telstudie kan worden gedaan, waarna er wellicht veranderingen of zelfs trends zijn aan te geven.

Bleek overigens van de geheel niet representatieve groep doelnemers aan het onderzoek, die zich daartoe immers zelf hadden opgegeven, 18% te melden het Fries goed te kunnen spellen. Wat mij nogmaals in de mening sterkt dat die 17% aan soepel de taal schrijvende Friezen, waarmee de Provinsje sinds 1995 schermt in het taalbeleid, een onzingetal is.

De enige echt interpreterende onderzoeken die ik tegenkwam tijdens mijn werk neigen er dan weer naar om vooral op de negatieve kanten te wijzen van sociaal mediagebruik. Volgens het Deense Happiness Research Institute bijvoorbeeld, knappen de levens van heel wat mensen op als ze stoppen met Facebook. Want dan zijn ze ineens bevrijd van de voortdurende dwang hun eigen leven te vergelijken met dat van anderen; zo is daarbij de hypothese.

Terwijl iedereen zich online constant beter voordoet dan die is.

Als iemand een profielfoto gebruikt bij zijn of haar sociale media-account staat hij of zij daar vrijwel zeker lachend op, en doorgaans ook een stuk jonger dan hij of zij is. Deze Binsenweisheit werd nu dus ook aangetoond door bureau Multiscope. Die daarbij meent dat het de sociale media-gebruikers hiermee gaat om een positieve uitstraling te geven.

En ik vind wel iets van onderzoek dat niet meer aantoont dan wat iedereen al aanvoelt — of dit nu van commerciële bureau komt of van wetenschappers.

Het is dus totaal niet verrassend als het rapport Friezen op sosjale media meldt dat de mensen die de taal niet kunnen schrijven dit liever niet doen op een medium waar iedereen hun zinnen zou kunnen lezen. En dat er aanzienlijk minder schroom is om op een besloten medium — zoals in een WhatsApp groep — in een zelfbedacht fonetisch Fries te schrijven, aan diegenen met wie ook altijd al in deze taal wordt gepraat.

Op school is ons nu eenmaal verteld dat goed kunnen spellen belangrijk is. Waardoor slecht spellen dom lijkt.

Terwijl het gebruik van een standaardspelling toch niet meer dan een beleefdheid blijft tegenover de lezer. Voor wie geen ambtenaar is.

Vrienden onderling kunnen elkaar veel vergeven.

Bij de presentatie van Friezen op sosjale media werd nogal de nadruk gelegd op het gegeven dat velen nu ineens hebben ontdekt eigenlijk analfabeet te zijn in de eigen taal. En niet geheel toevallig viel de presentatie in tijd samen met de introductie van een tal nieuwe spellingcheckers, voor computer, tablet, en smartphone.

Waarmee voor het gemak, weer eens, genegeerd werd bijvoorbeeld dat lezen vrij noodzakelijk is voor het verwerven van vocabulaire. En dat het voor Friezen vrij moeilijk is om ergens normale Friese teksten tegen te komen. Literaire verhaaltjes worden er geschreven. Gedichies. Omrop Fryslân brengt korte nieuwsberichtjes in het Fries op zijn website en op Teletekst. Er zijn propagandasites van organisaties die vinden dat er iets moest met dat Fries. En daarnaast is er hoogstens nog een schaarse eenling die een weblog bijhoudt in de taal, en daarbij iets aan normaal dagelijks taalgebruik laat zien.

Dat is een nogal eenzijdig taallandschap, omdat slechts enkele registers van de taal op schrift gebruikt worden — mede omdat vrijwel al die teksten online enkel met Friesland of met Friese onderwerpen hebben te maken. Dus bestaan er weinig mogelijkheden om met het totale woordbeeld van het Fries vertrouwd te raken. Terwijl vertrouwdheid met woordbeeld nu net nodig is om goed te kunnen spellen.

Zo zijn alle leenwoorden uit andere talen naar een fonetisch Fries toegeschreven — een politiek besluit dat mij een gruwel blijft. Zelfs al zal ik ook beleefd ‘sosjale’ schrijven in een Friese tekst. Of dat ik als ‘sjoernalist’ heb gewerkt. Terwijl ik dat liever niet deed.

Maar geen politicus is er die een afwisselend taallandschap zou kunnen creëren. Geen politicus bestaat er die het soepel kunnen schrijven van het Fries tot een economisch nuttige vaardigheid kan maken; waardoor het meer dan enkel wat sociale waarde heeft om de taal foutloos te kunnen spellen. Want het Nederlands was er immers ook al hier.

En dat zijn dan factoren die nooit benoemd worden, zelfs niet in wetenschappelijk onderzoek — terwijl die ondertussen allesbepalend zijn.

* de studie Friezen op sosjale media is hier te downloaden [pdf]

Lysbeth Jongbloed-Faber, Friezen op sosjale media
Rapportaazje ûndersyk Taalfitaliteit II

40 pagina’s
Mercator Research Centre, z.j. [2015]

[x]opgenomen in het dossier:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden