Loopjongen ~ Gerrit Komrij

► door: A.IJ. van den Berg

Romans met een complete draai aan het einde van het verhaal, waardoor alles nog even helemaal anders wordt, kom ik zelden meer tegen. Terwijl die schrijftruc toch iets aantrekkelijks heeft. Want, een schrijver kan zijn of haar lezer daarmee domweg dwingen het hele boek nog eens te lezen. Alleen dan met nieuwe ogen. Stonden er zo veel aanwijzingen in de tekst, waren die blijkbaar allemaal gemist.

Toegegeven, een beetje ontknoping heeft menig boek natuurlijk wel.

De loopjongen van Gerrit Komrij heeft zo’n allesbepalende tournure aan het eind. Waarmee alles anders wordt. En waarover ik het niet hebben zal, mede omdat die wisseltruc vraagt de hoofdpersoon van deze novelle nogmaals te beoordelen. Met nieuwe kennis daarbij.

Ik had mijn oordeel over deze man inmiddels ook al klaar. En over diens wederwaardigheden zal ik nooit meer opnieuw willen lezen.

In De loopjongen schetst Komrij fragmenten uit het leven van een leeftijdsgenoot, die opgroeide direct na de oorlog — als kind van een vrouwelijke dominee. Na diens Gymnasiumtijd verhuisde hij naar de grote stad om er te gaan studeren. Aldaar werd hij politiek actief, en zelfs kaderlid van een communistisch angehauchte partij. En waar hij thuis niet in God geloven kon, kreeg de goede strijd van zijn latere overtuiging hem wel volkomen in de greep. Daartoe had hij het er zelfs voor over om ver weg, in de jungle, te gaan vechten.

Er zitten sprongen tussen de delen van dit verhaal. Tijdssprongen. En die zouden het dus aannemelijk moeten maken dat de hoofdpersoon mettertijd steeds verder radicaliseerde.

Ik geloofde daar alleen niet in. Het lukte de schrijver namelijk wel om de jeugd van zijn personage, Arend, vol met tekenende details te vullen — in die zin vind ik deze roman zelfs beter geslaagd dan Komrij’s persoonlijke jeugdherinneringen in Verwoest Arcadië. Alleen hield het daarmee op. Die latere periode in het leven van deze man bleef iets onwaarachtigs houden. Dat er iets veranderen moest in het Nederland van de jaren zestig à la. Maar hoe zo geweld daarbij dan?

Komrij heeft ooit eerder in een lezing het verraad gelaakt van zijn leeftijdsgenoten, de generatie van ’68.

Een unieke combinatie van sociale achtergrond en opkomende welvaart kan hebben gezorgd voor de merkwaardige mengeling van fanatisme en gemakzucht die eigen bleek aan mijn leeftijdgenoten. Jongens en meisjes uit opwaarts strevende gezinnen die nu veel gemakkelijker konden krijgen waar eerdere generaties voor hadden moeten zwoegen, in een verstarde maatschappij waarin autoriteit het mikpunt was maar toch nog zeer in trek – zoiets moest wel eindigen in een feestbanket voor profiteurs, overlopers, hypocrieten, maniakken en dictatortjes.

Deze novelle is waarschijnlijk te zien als de uitwerking van die kritiek met andere middelen. En daarmee moest de hoofdpersoon wel een klootzak worden uiteindelijk — hoe menselijk hij ook mocht hebben geleken in zijn jeugd.

Vraag is daarmee waarom het Komrij zo slecht geslaagd is om deze man sympathiek te laten blijven voor mij als lezer. Want daarmee valt of staat de waardering van het boek. Goede romanciers lukt het namelijk wel, om de lezer mee te laten leven met soms toch volstrekt abjecte personages.

Gerrit Komrij, De loopjongen
160 pagina’s
De Bezige Bij, 2012

[x]

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden