Sterven is doodeenvoudig. Iedereen kan het ~ Wim Brands in gesprek met René Gude

► door: A.IJ. van den Berg

Vreemd voor een zo recent boek, dat de weerslag van twee gesprekken biedt, is dat beide gesprekspartners er nu al niet meer zijn.

Interviewer Wim Brands [1959 — 2016] maakte afgelopen voorjaar een eind aan zijn leven. Dit was alleen het boek er niet naar om daar al verwijzingen over te bieden. Het betoog staat geheel in dienst van René Gude, en diens ideeën.

Gude [1957 — 2015] was de tweede die zich in Nederland met de wat potsierlijke titel ‘Denker des Vaderlands’ tooide, als opvolger van Hans Achterhuis. In zijn leven was hij onder meer hoofdredacteur en uitgever van Filosofie Magazine en directeur van de Internationale school voor wijsbegeerte.

Of hij werkelijk een denker was, is mij nooit heel goed duidelijk geworden. Gude’s kwaliteit leek me allereerst dat hij ook in gesprekken op radio en televisie heel handig passende citaten wist te vlechten uit de enorme bibliotheek van de wijsbegeerte. Hij praatte in elk geval goed.

En nee, daar doe ik niet minachtend over. Makkelijk praten, en daarbij toch iets te zeggen hebben, is een kwaliteit slechts weinigen gegeven. Zelfs als het daarbij enkel om napraten gaat.

Gude brak eind 2007 zijn been. Door botkanker, zo bleek later. De behandeling daar tegen sloeg aanvankelijk aan, alleen kwam de kanker terug, in 2011, er waren uitzaaiingen. Het been werd geamputeerd, en de behandeling die René Gude vanaf toen kreeg was palliatief; enkel nog bedoeld om het leven te rekken, met hopelijk enige kwaliteit.

Hij leefde in reservetijd op het moment van de gesprekken met Brands. Terwijl Gude toch drukker dan ooit is, door die benoeming tot Denker des Vaderlands.

Kern van deze uitgave is dat Gude meent dat het helpt om die warboel in je hoofd niet de overhand te geven — zelfs niet als je weet spoedig dood te gaan — waarbij de filosofie in elk geval hem heeft geholpen aan de grote lijnen vast te houden.

Nu gold daarbij wel dat hij geen angst had voor de dood. Waardoor het hele onderwerp voor hem ook rationaal te benaderen viel.

En ik merk hierover slechts op geen enkele aantekening te hebben gemaakt tijdens het lezen. Misschien omdat Gude’s rationaliteit ook de oprechte emotie weghield uit het gesprek. Waarschijnlijk omdat ik nog niet tot de beoogde doelgroep hoor.

De zeis heeft weliswaar te vaak hard en meedogenloos rondgehakt onder mijn naasten, ik ben me daardoor alleen niet meer gaan bezighouden met mijn eigen dood. Vooralsnog blijft die een abstractie.

Van mij had het gesprek tussen Brands en Gude daarom ook wel wat minder verheven mogen zijn — zonder dat ik van hen overigens verlangde nog eens die hele euthanasiediscussie over te doen met zijn tweetjes.

Maar de afgelopen jaren heb ik te vaak moeten constateren dat we de dood op een enorme afstand hebben gezet in onze cultuur. Waardoor er slecht over te praten is. Zelfs niet als het daarbij om heel praktische zaken gaat. Zo zouden stervenden, als dat kan, van mij alvast veel meer moeten zeggen over hun laatste eer — opdat de nabestaanden in hun rouw niet ook nog eens tegenover inhalige uitvaartondernemingen staan te schutteren.

Van éen boekje verlangen dat het een discussie opent over alles waaraan zo makkelijk stilzwijgend voorbij wordt gegaan, is dan vanzelfsprekend te veel gevraagd. Kon de interviewer nog zo goed interviewen, mocht zijn gesprekspartner nog zo makkelijk hebben kunnen praten.

Toch kwamen mij er te weinig taboes over die dood aan de orde in het boek. Vast omdat het allereerst over het leven gaat van slechts éen man, en de gedachten die hij daarin opdeed.

‘Sterven is doodeenvoudig. Iedereen kan het’
Wim Brands in gesprek met René Gude
57 pagina’s
ISVW Uitgevers, 2014

[x]


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden