Kunst van het winnen ~ Herman Chevrolet

► door: A.IJ. van den Berg

Wielrennen op de weg is een merkwaardige sport, omdat de races verreden worden door teams, terwijl daaruit toch één individuele sporter wint. Zijn of haar naam wordt dan geheiligd. Maar die renner kan best een sprinter zijn, die de hele dag uit de wind is gehouden door ploeggenoten, en alleen de laatste meters van de wedstrijd helemaal vooraan heeft gereden.

Zijn die wedstrijden ook nog meer dan tweehonderd kilometer lang; als het om klassiekers gaat.

Wielrenners kunnen daarnaast profiteren van al het werk dat andere ploegen verrichten, voor hun kopmannen. Wie in de windschaduw mee kan rijden, verbruikt een aanzienlijk lagere hoeveelheid energie. Winstpercentages tot wel 30% worden hierover opgegeven. Dus loont het om zo lang mogelijk niets te doen dan meerijden.

Vandaar dat de huidige wereldkampioen Peter Sagan bij de professionele wielrenners nu zo’n fenomeen is. Niet alleen wint hij vaak: hij heeft daar dan niet eens het werk van een eigen ploeg voor nodig. Zijn teams stellen nooit iets voor.

Voordien was het juist eerder wet dat de beste wielrenner in een koers niet won. Sinds er een sterk doorgevoerde ploegentactiek bestaat dan. Waarbij ik niet precies kan aangeven wanneer die er kwam. Zeker is dat de introductie van mobiele communicatie nogal wat versjteerd heeft voor mij bij het kijken naar de koers op TV; omdat ploegleiders daarmee vanuit hun auto’s de wedstrijd kunnen controleren; door hun renners aan te sturen alsof het robotjes zijn.

Rondes als de Tour de France volg ik daarom amper meer; omdat daarin te vaak éen ploeg alles domineert, en niemand wil verliezen, waardoor er geen etappe nog spannend verloopt.

Professioneel wielrennen is mede om al dit een sport van verhalen — de uitslag hoeft niets over de race te zeggen — zodat er ook na een wedstrijd gauw eens na te praten valt over wat er nu echt allemaal gebeurd is. En die verhalen zijn dan ook nog eens op verschillende manieren te vertellen.

Herman Chevrolet zette daartoe voor De kunst van het winnen een gimmick in. Hij ziet tijdens koersen de ploegleiders nogal elementaire fouten maken, in hun blinde wil om te winnen. Bovendien is wielrennen vanouds een professionele sport. Chevrolet legt daarom aan de wielerploegen voor om eerlijkheid voortaan te vergeten.

Hij ergert zich er ook aan dat, vooral Nederlandse renners, altijd enkel hopen op een goed resultaat. Terwijl deze aan de start horen te komen met een absolute wil tot winnen; anders zal het nooit wat worden.

Chevrolet raadt het de leiders van de niet-dominante ploegen daarom aan om hun intelligentie te gebruiken, en listigheid in te zetten. Slimme tactiek kan nogal lonen.

De kunst van het winnen is daarmee de toepassing geworden van oude Chinese kennis over de krijgskunst, zoals het werk van Sun Tzu, op de wielersport. Daartoe heeft de schrijver vijfentwintig wetten geformuleerd.

Prettig aan dit boek is daarbij dat elk hoofdstuk van het algemene naar het bijzondere gaat. Zo’n wetmatigheid blijft een abstract iets. Maar Chevrolet lukte het toch ook om steeds een wedstrijdsituatie te vinden uit de doorgaans recente wielergeschiedenis waarmee zo’n krijgslist dan ineens volkomen logisch lijkt, en een positieve uitwerking heeft.

Leerde ik daardoor zelfs nog wat over oude koersen — bijvoorbeeld hoe Jan Jansen de Tour de France van 1968 kon winnen; hij sloop telkend zo onopvallend mogelijk mee met de kop van de wedstrijd. Al gold bij die ronde ook dat Eddy Merckx dat jaar niet mee wilde doen, omdat de Tour van 1968 de laatste was die met landenploegen verreden werd; en anders dan z’n eigen profteam was de Belgische landenploeg niet per se horig aan Merckx.

Blijft alleen wel staan dat Chevrolet’s manieren om te winnen over de werkelijkheid geprojecteerd werden; en altijd constructies achteraf zijn.

Herman Chevrolet, De kunst van het winnen
Strategieën voor de moderne wielrenner

152 pagina’s
De Arbeiderspers, 2015

[x]opgenomen in het dossier:

nauw gerelateerd op boeklog:


© Boeklog 2005-2017. Alle rechten voorbehouden